Boek uit de kast Uit straatboekenkastjes in Nederland (en soms Duitsland) haalt Arjen Fortuin een boek, bespreekt het, en geeft het door. Vandaag revolutie in een Oost-Duitse telefooncel.
Bellen kan niet meer, maar wie taalt er naar telefonie als je omsloten wordt door de wereldliteratuur? Op dertien verschillende plaatsen in Erfurt heeft Wohnungsbaugenossenschaft Einheit oude blauwe telefooncellen omgebouwd tot straatbibliotheken. Die in de Tschaikowskistraße zit tjokvol. Dit is Thüringen, land van AfD en Goethe – dus die laatste ontbreekt niet. Alsmede een boek met duizend Duitse moppen waarin niet zo snel iets geestigs te ontdekken valt. Namens Nederland staan Mulisch, Margriet de Moor, Escher en Theun de Vries in het gelid.
Die laatste naam verraadt het al: nogal wat van de boeken hier zijn oude DDR-uitgaven. Zo ook Tania la guerrillera, de Duitse vertaling van een Cubaanse uitgave uit 1970, tot de lezer gebracht door het Militärverlag der Deutsche Demokratischen Republik. Marta Rojas en Mirta Rodríguez Calderón beschrijven het leven van Tamara Bunke, die in 1937 in Buenos Aires wordt geboren als dochter van een Joods en communistisch echtpaar dat twee jaar eerder voor de nazi’s uit Duitsland is gevlucht. In 1952 keert het gezin terug naar Europa en vestigt zich in Stalinstadt (nu Eisenhüttenstadt). De 23-jarige communiste Tamara wordt in 1960 als tolk aangesteld bij een bezoek van Che Guevara aan Oost-Berlijn en vertrekt naar Cuba om aldaar de revolutie te ondersteunen.
Halverwege de jaren zestig reist ze als spion naar Bolivia, waar ‘el Che’ tegelijkertijd in de jungle probeert de bevrijding van het land gestalte te geven. Wanneer haar identiteit uitlekt, voegt ‘Tania la guerrillera’ zich bij de troepen van Guevara. Op 31 augustus sterft zij een revolutionaire heldendood. De schrijvers van het boek stellen zich voor wat de soldaten gezien moeten hebben: „Sie, eine blonde Frau, die aus dem Urwald auftaucht, schmal geworden durch die Entbehrungen des Kampfes, erscheint ihnen wunderschön.” Maar ze schieten toch, als zij, staand in de rivier, naar haar machinegeweer reikt.
Het boek is opgezet als een documentatie, gebaseerd op interviews met familieleden en vrienden van Tania en haar brieven vanuit Cuba naar haar ouders in Duitsland. Vooral die laatste zijn interessant, omdat ze tussen het marxistisch-socialistisch enthousiasme ook tonen hoe de revolutionaire teugels allengs strakker worden aangetrokken. Aanvankelijk bericht Tamara vrolijk over de desorganización organizada in de bevrijde maatschappij, maar later blijkt de organisatiegraad van het systeem tot in de correspondentie tussen dochter en ouders te reiken.
Dan begint Tamara haar moeder als ‘kameraad Mama’ aan te spreken en herhaalt ze eindeloos dat ze liever over politiek dan over persoonlijke dingen schrijft. Uiteindelijk gaat ze haar brieven scheiden: algemene brieven (die zijn voor iedereen), brieven over persoonlijke, intieme zaken (privé) en brieven met politieke vragen. Die indeling volgt op een episode waarin een mede-revolutionair de ouderlijke brieven een tijd bij zich had gehouden.
Op een ander moment geeft Tamara haar ouders een standje als die zich bezorgd tot het Cubaanse ministerie hebben gewend omdat ze een tijd niets hebben gehoord; het is niet de bedoeling dat die weg voor privédingen wordt gebruikt. Inmiddels schrijft ze haar brieven in het Spaans: nu ze militair wordt opgeleid mag ze geen informatie in vreemde talen meer naar buiten brengen. Dat begrijpen haar ouders ongetwijfeld, schrijft ze. Kunnen jullie meteen je Spaans weer een beetje oefenen!
Source: NRC