Home

De ontgroening als vaccin tegen excessen

‘Groenen’ van de Amsterdamsche Vrouwelijke Studenten Vereniging (A.V.S.V.) halen in september 1960 oude flessen op met een bakfiets.Foto Anefo

Het is weer ontgroeningsseizoen. Duizenden eerstejaars maken zich op voor hun intrede bij diverse studentenverenigingen. En hoewel recent veel is ondernomen om excessen te voorkomen, zoals de gedragscode die 49 verenigingen in 2024 onderling afspraken, blijven incidenten opduiken.

Barend Last is docent, onderwijskundige en schrijver.

Bijvoorbeeld begin 2025 bij het Maastrichtse dispuut Amphitryon, dat de gedragscode niet ondertekende, waar studenten urenlang in de vrieskou moesten staan. Zeven vielen flauw, één kreeg een epileptische aanval. In mei liepen tien eerstejaars van het Groningse Vindicat brandwonden op doordat een ouderejaars hen zou hebben „gebrandmerkt” met een gloeiende stok. En uiteraard blijft de dood van Sanda Dia in het collectieve geheugen. De Leuvense student stierf in 2018 door gedwongen consumptie van liters visolie.

Na elk incident volgt dezelfde cyclus: media-ophef, publieke verontwaardiging en de roep om strengere maatregelen of een verbod. Begrijpelijk, maar in onze verontwaardiging dreigen we twee wezenlijke zaken over het hoofd te zien.

Allereerst lost een verbod niks op. Het duwt het probleem alleen verder weg, buiten het zicht. Ook sterke regulering werkt suboptimaal. Opgelegde verandering kan zorgen voor institutioneel zelfbehoud, waardoor ontgroeningen zelfs kunnen verharden. Ten tweede verblinden zulke maatregelen ons voor de positieve functie van doordachte ontgroeningen.

Ontdierlijken

Wat velen niet weten: het begon bij universiteiten zelf. Lang voordat corpora bestonden, ontgroenden professoren hun nieuwe studenten. In middeleeuwse ceremonies, zoals de depositio cornuum, werden eerstejaars uitgedost met dierlijke attributen, om vervolgens symbolisch ‘ontdierlijkt’ te worden tot beschaafde geleerden.

Het begon als grap; de eerste vermeldingen waren vooral satirisch. Geleidelijk werd het een serieuze traditie. Aan sommige universiteiten kon je niet eens studeren zonder depositio-certificaat. In de loop der tijd verschoof de traditie naar studenten, die kozen voor een praktischer aanpak gericht op sociale exclusiviteit. Er ontstond een spiraal van escalatie, waarbij het verschijnsel steeds verder achter gesloten deuren verdween. Springen we vooruit in de tijd naar vandaag, dan zien we dat een hoop ouderejaars gedachteloos herhalen wat hun ooit is aangedaan, zonder zich af te vragen: waarom eigenlijk?

Hier ligt de kern van wat ik destructieve versus constructieve ontgroening noem. Waar destructieve ontgroening gedachteloze vernedering als doel heeft, gaat het bij constructieve ontgroening om betekenisvolle uitdaging en symboliek. Zinloze vernedering breekt af. Doordachte beproeving bouwt op. Een goede ontgroening maakt tastbaar wat anders vaag blijft; het moment waarop je niet meer scholier bent, maar student. Jongvolwassen, met alle verantwoordelijkheden die daarbij horen.

Waar zit de waarde van constructief ontgroenen precies? Mijn overgrootvader, de schrijver Jef Last, blikt in zijn ongepubliceerde memoires terug op zijn groentijd bij Minerva, begin 20ste eeuw: „Je leerde je mede groenen op de juiste waarde schatten, je leerde in korte tijd veel ouderejaars kennen, en soms leerde je zelfs je te schamen voor de onzin die je daarnet zelf beweerd had.”

Een geslaagde ontgroening schept échte verbinding, zowel tussen jaargenoten als met ouderejaars. Bovendien doorbreekt het ritueel je zelfbeeld en dwingt het je tot een eerlijkere kijk op wie je bent en wat je plek is. Dit bereik je niet met vernedering. Integendeel, onderzoek toont aan dat vernedering met name verwijdering en wraakgevoelens creëert.

Vooral gedeelde positieve ervaringen zorgen voor echte verbinding, en die mogen best pittig zijn. Denk aan spelvormen zoals in het programma Wie is de mol?, of intensieve fysieke beproevingen zoals tijdens de militaire vorming. Het verschil zit in de intentie: deze activiteiten zijn niet bedoeld om te vernederen, maar om gezamenlijke ontberingen te creëren die een groep smeden. De focus ligt op groei en verbinding, niet op machtsmisbruik. Braaf hoeft het dus zeker niet te zijn, wel betekenisvol.

De psychologie bevestigt: mensen floreren wanneer ze zich verbonden voelen én zichzelf kunnen zijn. Niet als passieve consument, maar als volwaardig autonoom lid dat vrijwillig een betekenisvolle drempel heeft overschreden. Je ergens thuis voelen is een oerbehoefte: geen luxe maar noodzaak, zoals zichtbaar werd tijdens corona, toen het aantal aanmeldingen bij studentenverenigingen explodeerde.

Juridisch keurslijf

Toch is constructief ontgroenen in de praktijk knap lastig. Begrijpelijk; jongeren worden plots verantwoordelijk voor een oeroud inwijdingsritueel, zonder kennis van wat er onder de motorkap gebeurt. Het ligt dan voor de hand om uit voorzorg ontgroeningen categorisch te veroordelen en in een juridisch keurslijf te dwingen. Maar dit vertroebelt de verhalen van duizenden studenten die jaarlijks wél positieve ervaringen hebben, en mist de kans ze bewuster vorm te geven.

Tegelijk mogen we excessen niet bagatelliseren. Deze ontstaan door normvervaging en pluralistic ignorance: het verschijnsel waarbij niemand in een groep achter extremiteiten staat, maar iedereen denkt dat de rest dat wél doet en daarom zwijgt. De oplossing voor dit dilemma, en de weg terug van destructieve naar constructieve ontgroening, ligt in het van binnenuit veranderen van de cultuur. Dit doe je via kritische gesprekken waarin de groep zichzelf bevraagt: waarom doen we dit zo? Als het antwoord slechts luidt: ‘omdat het traditie is’, is het tijd voor herbezinning.

Achter goede rituelen zit een betekenisvol verhaal. Neem bijvoorbeeld het ‘invechten’: bij veel verenigingen mogen aspirant-leden in het begin alleen via de achterdeur naar binnen. Pas na een symbolische worstelpartij ‘veroveren’ ze het recht om door de voordeur te gaan. Ze hebben letterlijk een drempel overwonnen en horen er nu bij.

Door juist dit soort verhalen achter tradities bewust te bespreken en waar nodig te vernieuwen, kunnen extremen verminderen. Ik heb zelf ervaren hoe zelfs in studentenhuizen en disputen deze gesprekken tot verrassend open reflecties leiden.

Zo werkt een ontgroening paradoxaal genoeg als vaccin tegen excessen – mits het op de juiste manier gebeurt. Door van meet af aan de toon te zetten rond respect, betekenis en gemeenschapsvorming, plant je zaadjes voor een gezonde (ontgroenings)cultuur. Zo kan wat nu vaak als probleem wordt gezien, uitgroeien tot oplossing.

Source: NRC

Previous

Next