Home

Stress, faalangst? Studenten leren van Cicero hoe om te gaan met tegenspoed

Faalangst University College Tilburg ontwikkelde in navolging van Amerikaanse top-universiteiten een programma om studenten veerkrachtiger te maken. „Als je het niet redt op de universiteit, wordt dat gezien als falen.”

Studenten op de Tilburg University campus, aan het begin van het nieuwe schooljaar.

De Romeinse redenaar en staatsman Cicero schreef in de eerste eeuw voor Christus troostbrieven aan vrienden die een dierbare hadden verloren. Hij betuigde zijn medeleven, maar riep hen ook op zich niet door hun verdriet te laten meeslepen. Richt je liever op je dagelijkse verplichtingen, was zijn advies. Maar toen Cicero in 45 v. Chr. zelf een kind verloor, volgde hij zijn eigen woorden niet op. „Zijn dochter Tullia stierf in het kraambed. Toen was die grote staatsman plotseling heel klein en verdrietig en niet in staat om veerkrachtig te zijn”, vertelt Tessa Leesen (44), universitair hoofddocent geschiedenis aan University College Tilburg. „Hij liet al zijn publieke verantwoordelijkheden in Rome los en trok zich terug in een villa aan de kust.”

Leesen bespreekt de brieven van Cicero in haar colleges Europese geschiedenis. „Niet alleen vanwege de historische en filosofische betekenis, maar ook om de studenten te laten reflecteren op hun eigen omgang met tegenslagen.” Zij merkte al voor de coronapandemie dat studenten worstelden met faalangst, stress en depressie-klachten, en behoefte hadden aan meer ondersteuning van de universiteit. Daarom zette ze samen met andere medewerkers in 2019 een programma op om studenten te helpen veerkracht te ontwikkelen, het Resilience Project. Ze namen daarbij een voorbeeld aan gerenommeerde Amerikaanse universiteiten als Harvard, Princeton en Stanford.

Emeritus-hoogleraar algemene sociale wetenschappen Alkeline van Lenning (68), die tot vorig jaar aan het hoofd stond van het university college, juichte het initiatief toe. Ze werkte 42 jaar bij de universiteit en de laatste jaren viel het haar op hoezeer studenten worstelden met hun leven. „Een vraag die ik bij toelatingsgesprekken altijd stelde is: wat is het laatste boek dat je hebt gelezen? Soms kwam er dan een boek dat ze voor het eindexamen hebben gelezen op de middelbare school. Maar vaak noemden ze zelfhulpboeken. Daar praatten ze met meer enthousiasme over dan over De Pest van Albert Camus.”

Grote klap

Het veerkrachtproject omvat onder meer workshops, gebaseerd op de positieve psychologie, waarbij eerstejaarsstudenten leren balans te vinden tussen studeren en ontspannen. Een ander deel van het programma is ingebed in het bachelorprogramma. Leesen: „Docenten bieden colleges aan waarin psychologische studies maar ook literaire en filosofische bronteksten worden gelezen over falen en succes. Ze gaan daarover met studenten in gesprek. Zowel over de wetenschappelijke waarde van de tekst als over de levenslessen die je eruit kunt trekken.”

Leesen schetst in haar college over Cicero de historische, politieke context waarin hij leefde. „Zijn dochter overleed ten tijde van de ineenstorting van de Romeinse Republiek, het politieke systeem waarin hij een belangrijke rol had gespeeld”, vertelt ze. „Dat was voor hem ook een grote klap.”

Daarnaast discussieert ze met haar studenten over Cicero’s houding tegenover rouw en verlies. De adviezen die hij zijn vrienden had gegeven, kreeg hij als een boemerang terug. „Zij zagen zijn terugtrekking uit het openbare leven een tijdje aan, maar na een paar maanden werden ze ongeduldig en spoorden ze hem aan zijn bezigheden weer op te pakken.” De docent merkt dat zich in de collegezaal vanzelf een gesprek ontspint over ingrijpende levensgebeurtenissen en hoe je daarop kunt reageren.

Lessen trekken

Over deze manier van lesgeven, die aan Angelsaksische universiteiten ‘character education’ wordt genoemd, kwam recentelijk een boek uit: Rethinking resilience in character education. Leesen en Van Lenning leverden daar een bijdrage aan. In een klassieke dialoog, waarbij ze argumenten uitwisselen, laten ze zien hoe zij zelf lessen trekken uit de brieven van Cicero.

In de werkkamer van Leesen doen ze het nog eens over. Zij vindt dat Cicero’s vrienden wel erg hard voor hem zijn. „Zo gaat het vandaag de dag ook. We willen altijd maar dat iedereen blijft functioneren, wat er ook gebeurt. Die parallel trek ik met de studenten. De universiteit mag hun best een beetje tijd gunnen als ze tegenslagen meemaken.”

Van Lenning zit meer op de lijn dat studenten een ‘stoïcijnse’ houding moeten aanleren. De emeritus-hoogleraar vertelt dat studenten steeds vaker verzoeken indienen om extra tijd voor tentamens of andere uitzonderingen op de regels. „Als je dyslectisch bent, begrijp ik dat helemaal. Maar ik zie ook studenten langskomen met zelfdiagnoses. Daar aarzel ik bij.” Leesen is het daar niet helemaal mee eens. „De ene student kan beter met tegenslag omgaan dan de ander. Daar moeten we bij de ondersteuning rekening mee houden.”

Mislukkingen delen

Van Lenning vindt dat studenten een individualistische kijk op onderwijs hebben gekregen. „Het zijn eenzame cv-bouwers. Ze komen klagen over hun tentamencijfer omdat ze bang zijn dat ze niet cum laude slagen.” Leesen begrijpt wel dat studenten zich zorgen maken over hun cijfers. „Een diploma is erg belangrijk in onze samenleving. Als je het niet redt op de universiteit, wordt dat gezien als falen.”

Waar ze het over eens zijn, is dat het goed is als studenten leren om succes en falen te relativeren. Het university college organiseert elk jaar een evenement, Failing Forward, waarbij studenten, docenten en alumni openhartig hun mislukkingen delen in plaats van hun succesverhalen. Van Lenning deed daar ook aan mee. „Terwijl ik vrolijk stond te vertellen over mijn problemen op de middelbare school en afwijzingen voor wetenschappelijke subsidies kwam onze rector magnificus de zaal binnenlopen. Ik dacht: o nee, nu hoort hij dit ook. Toen wist ik net als de studenten weer even hoe falen voelt.”

Mentale problemen Meer hulp voor studenten

Over het mentaal welzijn van studenten zijn de laatste jaren zorgen. Al voor de coronacrisis bleek, uit metingen die onderwijsinstellingen vanaf 2012 zelf deden, dat het daar niet goed mee ging. Bij onderzoek van het RIVM, Trimbos en GGD GHOR Nederland onder dertigduizend hbo- en wo-studenten in 2021 meldde meer dan de helft psychische klachten, zoals angst en somberheid.

In een tweede meting, in 2023, leek de mentale gezondheid weer iets verbeterd, maar nog steeds zijn er zorgen over. Universiteiten en andere onderwijsinstellingen zijn daarom meer psychologische hulp en andere ondersteuning gaan bieden.

Source: NRC

Previous

Next