Home

Even niets te hoeven zijn

Gistermiddag dronk ik thee met mijn oudtante G. en kwam het gesprek op de dingen waar je in je leven te laat aan bent begonnen. In mijn geval was dat onder andere internetbankieren en weglopen wanneer iemand al tien minuten lang alleen maar over zichzelf praat.

„En jij?” vroeg ik aan haar, opeens beseffende dat ik misschien al tien minuten achter elkaar over mezelf had gesproken.

„Hm”, mompelde ze. Enkele momenten later brak er op haar gezicht een glimlach door.

„Precies dit”, zei ze.

„Hé?”

„Dit. Kunnen nadenken in gezelschap van anderen. Het heeft me decennia gekost voor ik dat kon. Wanneer ik vroeger onder de mensen was, hield ik me alleen maar bezig met het hen naar de zin maken. Ik had geen ruimte voor mijn eigen gedachten of mening.”

Ah, ja, ooit was ik ook zo. Pas wanneer de rest weg was en de middelpuntvliedende kracht van de consensus opgeheven, kon ik een beetje nadenken over wat ik zelf van de dingen vond. In gezelschap werd mijn hele bandbreedte in beslag genomen door duiding, aan het peilen van al die mondhoeken en wenkbrauwen die maar op en neer gingen, het gissen naar stemmingen, het ontcijferen van lichaamstaal en vooral de constante vrees dat ik weer eens iets raars had gezegd of gedaan.

„Ik denk dat we daarom allebei vroeg begonnen met lezen”, vervolgde G. „Dat is tenslotte een manier om wél contact te hebben met een medemens zonder de afleiding van iemands uiterlijk, de onderlinge machtsverhouding of de angst om jezelf voor schut te zetten. Je hebt, in tegenstelling tot een direct gesprek, alle tijd om te besluiten wat je van het gezegde vindt en bent vooral niet meer bezig met de schijn van gezelligheid op te houden. Het scheelt bakken met energie.”

Ik vertelde haar wat ik dichter Micha Hamel ooit hoorde zeggen over lezen, dat het een ontmoeting is met iemand die niet in de kamer is. G. klapte in haar handen.

„Daar ben ik het helemaal mee eens! En het allerbeste is dat je ook niet meer afgeleid raakt door jezelf, hoe je overkomt, of je niet verraadt dat je liever ergens anders was, de vrees dat je mimiek, houding of stem allerlei geheimen lekken. Het is zo mooi om niet meer te hoeven bestaan voor zowel een ander, als voor jezelf.”

Ze deed haar clipoorbellen af.

„Even niets te hoeven zijn”, verzuchtte ze, „en zo te zijn. Dat is het grootste cadeau dat je als lezer krijgt.”

Ellen Deckwitz schrijft elke week op deze plek een column.

Source: NRC

Previous

Next