‘Drama van de Rue d’Aubagne’ In 2018 stierven in Marseille acht mensen door de instorting van twee slecht onderhouden gebouwen – waarvan er vele zijn in de Zuid-Franse havenstad. „Als het gebouw instort, dan stort het in.”
William Garcia staat in de deuropening van zijn appartement in Marseille.
William Garcia (37) leunt tegen de deurpost van zijn appartement in de volksbuurt Noailles in hartje Marseille. Hij draagt een zwarte trainingsbroek en slippers, ringetjes glimmen in zijn neus en oorlel. Natuurlijk is hij weleens bang. Als hij nadenkt over de lange scheur in de muur naast zijn voordeur. Over de deur die alleen nog met geweld sluit, de stukken muur die soms naar beneden komen. Over de bouwkundig expert die een paar maanden geleden de gang vol zette met ijzeren stutten om het plafond op zijn plek te houden. Garcia: „Dit is link, zei die expert.”
Garcia, die voor kledingwinkel New Yorker werkt, zou graag verhuizen. Vanwege de slechte staat van het pand waarin hij woont. En omdat hij klaar is met het drukke en vieze Marseille – „ik ben een rustig persoon, het is me hier te chaotisch”. Maar tot hij iets nieuws heeft, slaapt hij rustig in zijn gehavende appartement. „Tegen de natuur kun je je niet verzetten”, zegt hij schouderophalend. „Als het gebouw instort, dan stort het in. Als ik morgen niet wakker word, dan word ik morgen niet wakker.”
Het zijn niet zomaar woorden, want in november 2018 stortten om de hoek van Garcia’s woning twee vergelijkbare panden in. De ramp, die lokaal bekendstaat als het ‘drama van de Rue d’Aubagne’, volgde op talloze meldingen van bewoners over scheuren in de muren, scheve vloeren en ramen en deuren die niet meer sloten. De meldingen werden niet goed opgepakt en een van de panden was nog bewoond toen het instortte. Acht mensen kwamen om.
Het pand waarin Garcia woont wordt voorlopig gestut met bouwstempels. Het liefst zou Garcia verhuizen.
Op de plek van de ramp is zeven jaar later een gapend, zandkleurig gat te vinden, midden in het drukke Noailles. Ervoor staat een bord met de beeltenissen van de acht ‘martelaren’: drie vrouwen en vijf mannen tussen de 24 en 58 jaar. Sinds begin juli tien mensen werden veroordeeld voor hun rol bij de instorting, is de ramp weer een veelbesproken onderwerp. De hoogste straffen waren voor drie woningeigenaren, die gevangenisstraffen kregen voor dood door schuld omdat ze hun huurders lieten wonen in mensonwaardige huisvesting.
Het drama had grote gevolgen in de een-na-grootste stad van Frankrijk, zegt Aude Lévêque van de lokale tak van de Fondation pour le Logement, een stichting die zich inzet voor het verbeteren van woonomstandigheden voor kwetsbare mensen. „Het was geen natuurramp: iedereen weet dat deze ramp voorkomen had kunnen worden”, zegt ze in haar kantoor vlak bij de oude haven. „De rechtszaak heeft blootgelegd waar de structurele mankementen zitten die tot de dood van deze acht mensen hebben geleid.”
Aude Lévêque werkt bij de lokale tak van de Fondation pour le Logement, een stichting die zich inzet voor het verbeteren van woonomstandigheden voor kwetsbaren.
Dat waren er veel, op verschillende niveaus: de eigenaren en de gemeente namen de zorgen van hun huurders niet serieus, er was geen duidelijke plek waar bewoners terecht konden met hun klachten en als technici van de gemeente al langskwamen, waren ze vaak niet competent. Ook de trage en moeizame Franse bureaucratie – die in het zuiden nog een tikje langzamer werkt – speelde een rol. „Als een gemeente-expert problemen vaststelde, kreeg de eigenaar een aanmaning om werkzaamheden uit te voeren”, vertelt Lévêque. „Maar als die vervolgens twee maanden niets deed, werd het dossier gesloten – behalve als de huurder zelf opnieuw contact opnam met de gemeente.”
De ramp legde vooral bloot hoe slecht veel woningen in Marseille eraan toe zijn. Volgens gemeentelijke cijfers telde de havenstad in 2019 veertigduizend „mogelijk onwaardige woningen”, in heel Frankrijk zijn dat er 1,2 miljoen. Vaak gaat het om sociale huurwoningen, maar ook veel ‘gewone’ huurwoningen en koopwoningen zijn er soms zeer slecht aan toe.
Er vinden in Frankrijk dan ook vaker dodelijke instortingen plaats – in 2023 nog kwamen elders in Marseille acht mensen om nadat twee gebouwen instortten door een explosie. Toch was het drama van de Rue d’Aubagne volgens Lévêque een keerpunt: niet eerder vielen zoveel doden bij een instorting waarbij geen andere directe aanleiding was, zoals een explosie of een gaslek. „Deze gebeurtenis heeft mensen wakker geschud over de gevaren van het wonen in panden die in zo’n slechte staat zijn.”
Op de rue d’Aubagne stortten in 2018 twee gebouwen in. Nog altijd gaapt op die plek een gat.
Vlakbij de ramplocatie op de rue d’Aubagne staat een bord met de beeltenissen van de acht ‘martelaren’ die omkwamen.
Dit ziet Lévêque aan het feit dat sinds 2018 meer huurders bij haar stichting aankloppen met zorgen over de staat van hun woning. Aan de toename van rechtszaken tegen huisjesmelkers die hun panden laten verloederen. Aan de opening van een speciaal woonloket bij de gemeente. Daar zijn vorig jaar 2.500 meldingen gedaan, uiteenlopend van vochtplekken tot levensgrote scheuren.
Een ander direct gevolg was de massale uitzetting van inwoners van Marseille in de maanden na de ramp. „De paniek was toegeslagen: bewoners, eigenaren en de gemeente beseften ineens hoeveel mensen risico liepen”, zegt Lévêque. In totaal werden meer dan drieduizend mensen geëvacueerd en verspreid door de stad werden herstelwerkzaamheden opgestart. Die zijn zeven jaar later nog in volle gang: vooral in Noailles, maar ook elders in Marseille zie je steigers en puincontainers. Talloze woningen leunen op stukken hout en stalen constructies. Veel door evacuaties verlaten appartementen en winkels zijn van binnen dichtgemetseld om krakers tegen te houden.
De evacuaties mondden uit in een drama op zich: mensen kregen soms maar een half uur om hun hebben en houden bij elkaar te pakken. En omdat zoveel mensen een nieuwe slaapplek nodig hadden en zoveel woningen opgeknapt moesten worden, duurde het voor veel délogés jaren voor ze een nieuwe vaste woning kregen – sommigen wachten nog steeds. In de tussentijd kwamen ze soms met hele families terecht in hotelkamers of kleine appartementen.
De Brits-Franse schrijfster Sharon Tulloch.
Zo ook de Brits-Franse schrijfster Sharon Tulloch (59). Zij moest vier maanden na de instorting plots haar sociale huurwoning verlaten. „Mijn pand leek redelijk goed onderhouden, maar er bleken ook bij mij grote scheuren in de muren te zitten en de façade kwam los.” Na de evacuatie leefde ze ruim vier jaar lang in kleine hotelkamers en tijdelijke appartementen – ze schreef er een boek over. „Het maakt je heel fragiel”, zegt Tulloch. „Je vertrekt en weet niet wanneer je weer een thuis zult hebben, waar of wanneer je weer een leven kunt opbouwen.” Ook andere délogés zeggen mentale problemen te hebben ontwikkeld.
Als alleenstaande volwassene kreeg Tulloch geen voorrang bij de toewijzing van een nieuwe huurwoning. „Het voelde alsof ik me als een prinses gedroeg en heel veel vroeg, maar het enige wat ik wilde was een normaal appartement waar ik misschien een van mijn kinderen kon uitnodigen.” Pas nadat ze agressie meemaakte bij haar tijdelijke woning, zette een ambtenaar zich voor haar zaak in en kreeg ze in 2023 een nieuwe plek. „Ik heb weer een woonkamer, dat voelde in het begin heel vreemd. Pas sinds kort voel ik me thuis.”
Hoewel er veel wordt gebouwd en hersteld in Marseille, zijn de problemen verre van voorbij. Het aantal ‘onwaardige huurwoningen’ is sinds 2018 wat afgenomen, maar tienduizenden woningen blijven in slechte staat omdat massale herstelwerkzaamheden nodig zijn. Ook in het gehavende pand waar William Garcia woont zijn herstelwerkzaamheden beloofd. „Vijf maanden geleden kwam de bouwkundige. Hij sloeg gaten in de plafonds, heeft bouwstempels geplaatst en kondigde herstelwerkzaamheden aan, maar sindsdien heb ik niets meer gehoord.”
In de rue d’Aubagne worden zeven jaar na de instorting nog veel bouwwerkzaamheden verricht.
In de rue d’Aubagne valt nog veel werk te verrichten.
In het eerste arrondissement van de stad zijn een aantal gebouwen al gerenoveerd. De afgelopen jaren waren hier regelmatig evacuaties, gevarenmeldingen en sluitingen van gebouwen.
Inès (62, ze wil haar achternaam niet in de krant) bezit het appartement tegenover dat van Garcia en heeft onder het pand een kledingwinkeltje – ook hier zijn grote gaten in het plafond geslagen. „De VVE wil aan de slag, maar we wachten nog steeds op de subsidies van de gemeente.” Inès vindt het wachten vervelend – vooral omdat het in haar winkel zo stoffig is geworden sinds de gaten in het plafond zitten – maar zij maakt zich geen zorgen over eventueel instortingsgevaar. „Er zijn hier inmiddels wel tien experts langs geweest en ze hebben deze palen geplaatst”, zegt ze terwijl ze op het ijzer slaat. „Ik ben gerustgesteld.”
Aan het pand waar Sharon Tulloch zeven jaar geleden uit werd geëvacueerd, is nog niets gebeurd. Er is geen bouwvakker langsgeweest, het met graffiti besmeurde gebouw steunt op vier zwarte pilaren, de vaal geworden luiken zijn al jaren gesloten, vertelt de schrijfster. Tulloch gaat niet meer naar haar voormalige straat. „Het doet me pijn om het pand nog steeds in deze staat te zien. De wond is nog niet geheeld.”
Source: NRC