Home

Campagnes voor dierenrechten hebben effect: bontindustrie stortte in tien jaar tijd ineen

Het aantal dieren dat wordt gehouden voor bontproductie is wereldwijd in de afgelopen tien jaar gedecimeerd. Aanhoudende campagnes van dierenrechtenorganisaties en de coronapandemie hebben geleid tot een drastische neergang van de bontindustrie.

is economieredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft onder meer over landbouw en voedsel.

De razendsnelle krimp van de bontindustrie is een overwinning voor dierenrechtenorganisaties – misschien wel de grootste van deze eeuw. Sinds de jaren tachtig verzetten activisten zich tegen het lijden van pelsdieren, die vaak met veel soortgenoten tegelijk in kleine kooien worden gehouden. Na decennia van relatief trage voortgang hebben die campagnes de afgelopen tien jaar hun vruchten afgeworpen.

Uit gegevens verzameld door dierenrechtenorganisatie Humane World for Animals blijkt dat in 2024 zo’n 20,5 miljoen pelsdieren werden gehouden in Europa, Noord-Amerika, China en Rusland, de belangrijkste pelsdierregio’s. In 2014 waren dat er nog 140 miljoen. Dat komt neer op een daling van 85 procent.

Humane World for Animals verzamelde cijfers bij nationale overheden en brancheorganisaties over het aantal gehouden nertsen, vossen, wasbeerhonden en chinchilla’s. Konijnen en andere dieren die worden bejaagd voor hun pels, zoals zeehondenpups, komen in de data niet voor.

Dat het aantal pelsdieren snel slinkt, heeft een waaier aan oorzaken. Zo lijken steeds meer consumenten zich van bont af te keren. ‘De vraag wordt minder’, ziet ook Sandra Schoenmakers, directeur van Bont voor Dieren. ‘Mensen zijn zich steeds meer bewust van wat de bontindustrie is, wat daar gebeurt.’

Daarnaast – of daardoor – hebben tientallen grote modemerken het materiaal in de afgelopen jaren afgezworen. Met name tussen 2018 en 2022 volgden de merken die zich ‘fur free’ verklaarden elkaar snel op: van Versace tot Prada en van Burberry tot Balenciaga. De merken van luxeconcern LVMH, zoals Louis Vuitton, Dior en Fendi, behoren tot de laatste bontverkopers.

Ziekteverspreiding

Mogelijk nog belangrijker, zeker in Nederland, was de kans op verspreiding van ziekten door pelsdieren. De Nederlandse nertsenhouderij, tot voor kort een van de grootste pelssectoren ter wereld, werd eind 2020 om die reden vervroegd opgedoekt. Eigenlijk zouden nertsenhouders nog tot 2024 door mogen, maar de fokkerijen werden met grote regelmaat getroffen door het coronavirus. In de kleine hokken sprong het virus gemakkelijk van het ene naar het andere dier, en pikte daarbij soms gevaarlijke mutaties op.

Het kabinet besloot daarom in augustus 2020 een einde te maken aan de nertsenhouderij. Binnen een paar maanden was er geen nerts meer in Nederland, waar er een jaar eerder nog ruim 700 duizend moederdieren en miljoenen pups waren. Ook Denemarken maakte een einde aan zijn nertsensector. ‘Toen dacht ik wel: dat begint ergens op te lijken’, zegt Schoenmakers.

Inmiddels buigt de Europese Commissie zich over een burgerinitiatief dat oproept tot een verbod op pelsdierhouderij in de hele EU, en een verbod op de handel in bont. Vooral dat laatste is belangrijk, zegt Schoenmakers, omdat dat consequenties zou hebben voor fokkerijen elders. ‘Bont dat in Europa wordt verkocht, komt voor een groot deel uit China.’

Luister hieronder naar onze nieuwspodcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next