We accepteren veel te gemakkelijk dat het gebruik van big tech, en het consolideren van onze media in grote, gecentraliseerde mediacorporaties, onvermijdelijk is. Maar er zijn wel degelijk alternatieven.
Technologie is nooit politiek neutraal. Dat wordt dankzij de Amerikaanse president Donald Trump steeds zichtbaarder. Onlangs tekende hij verschillende executive orders die ertoe moeten leiden dat er minder AI-modellen komen met wat hij beschrijft als ‘woke Marxist lunacy’. Veel politieker wordt het niet.
Ondertussen proberen Europese mediabedrijven, die ouderwetse journalistiek financieren, zich te weren tegen de Amerikaanse big tech door te consolideren, zoals de recente overname van RTL door DPG Media opnieuw illustreerde. De keuze tussen enerzijds de bescherming van de pluriformiteit, en anderzijds minder afhankelijkheid van Amerikaanse big tech, lijkt een lastige. Toch hoeft dit niet zo te zijn.
Mathilde Sanders is onderzoeker aan de Universiteit Utrecht en deskundige op het gebied van platform governance, businessmodellen en media-eigendom.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Als het waarborgen van de pluriformiteit van onze journalistiek niet mogelijk is via eigendom, kan het ook op een andere manier: via de technologie die we kiezen. Log dus als journalistiek medium niet meer in bij Google of Meta, maar kies voor open source software, voor een decentraal softwareprotocol (zoals ActivityPub of Matrix) en voor eigen servers om data op te slaan. Dat is hoe het werkt in het zogenaamde Fediverse, een ecosysteem als alternatief voor big tech.
Als iedere krant, omroep of individuele journalist daar een eigen dataserver zou hebben, met unieke content en interactie met eigen publiek, geeft dit journalisten veel meer autonomie. Ze zouden daar geen last meer hebben van big tech algoritmes of van de ongewenste verwijdering van content. Als organisaties hun eigen data zelf beheren, kunnen ze hiermee ook eigen algoritmes en AI ontwikkelen. Dit hoeft niet per se duur te zijn en kan taak zijn voor uitgevers, of externe samenwerkingspartijen. Maar er zijn ook voorbeelden van jonge journalisten, zoals Sophia Smith Galer (oud-BBC) die zelf eigen AI-tools bouwen voor journalistieke producties.
Wetenschappelijke uitgevers, zoals Wolters Kluwer, die zichzelf in toenemende mate als softwarebedrijven beschouwen, zijn al jaren bezig met deze ontwikkelingen. Het werk van juristen kan deels worden overgenomen door AI-systemen van wetenschappelijke uitgevers die wetboeken heel effectief doorspitten. Uitgeverijen kunnen zo met behulp van wetenschappelijke publicaties AI ontwikkelen die bepaalde beroepen, en het onderwijs daarvoor, overbodig dreigen te maken. Publicaties waar extreem veel tijd en publiek geld in zit en die universiteiten al veel te lang gratis, of tegen betaling, weggeven aan deze uitgevers.
Traditionele media verspreiden nog steeds veel content via big tech platformen. DPG Media, Mediahuis Nederland en Mediahuis NRC hebben recent een deal gesloten met Google Nieuws Showcase. Ook de interactie met het online publiek loopt ook nog steeds via big techkanalen. Wie geen eigen socialemediaplatform heeft, heeft zelf de regie niet – want big tech zit er altijd tussen.
Hoog tijd voor kennisinstellingen en journalistieke media om deze cirkel te doorbreken; ze moeten zelf de vruchten van hun eigen kennis en content plukken, om zichzelf niet overbodig te maken. Ze moeten hun eigen content, en de communicatie met hun eigen publiek, als de donder naar alternatieve netwerken halen en op hun eigen servers zetten, zodat ze zelf de regie kunnen voeren over hun intellectuele eigendom, de moderatie daarvan en aanbevelingen van content.
Waarom zouden regionale omroepen bijvoorbeeld überhaupt een mondiaal platform als X, Facebook of Instagram gebruiken? Het slaat toch eigenlijk nergens op dat een lokale bakker of kapper een mondiaal netwerk nodig heeft om bewoners in de buurt te bereiken? Waarom zouden lokale bakkers en kappers de hoge commissie moeten betalen voor advertenties die de grote platformen vragen? Waarom één organisatie het hele netwerk bezitten, dat maar één serversysteem, één centrale login, en één moderatiebeleid heeft voor de hele wereld?
De inrichting van de sociale netwerken waarmee we communiceren in Europa kan, en moet, veel simpeler, veel minder gecentraliseerd worden. Ik ben zelf na een kleine tijdsinvestering van alle Meta-platforms en apps af en volg via Mastodon eindelijk weer het Nederlandse nieuws. In dit kleinere netwerk, zonder commercie, is er namelijk geen ruis van advertenties tussen de content en er zijn geen algoritmen die sensationele of polariserende content pushen.
Ik geloof dat we een exit uit big tech voor de Nederlandse journalistiek mogelijk kunnen maken, door middel van netwerken van samenwerkende Nederlandse organisaties – zowel privaat als publiek. We accepteren te gemakkelijk dat dit onmogelijk is. Er is een ander narratief nodig. Er is meer digitale mediawijsheid nodig, zoals het bewustzijn van hoe we met onze keuzes als internetgebruikers feitelijk politieke keuzes maken. En hoe we dus zelf het verschil kunnen maken.
We moeten jongeren, zodra ze het internet opgaan, bij deze keuzes begeleiden. Geef vanaf de basisschool lessen mediawijsheid over alternatieve tech. Als kinderen en jongeren doordrongen zijn van de noodzaak, en als ze van hun scholen, vrienden, ouders en werkgevers moeten overstappen, gaan ook zij dit echt wel doen. Zeker als ze alleen daar content van kwaliteit krijgen en in gesprek kunnen gaan met een beroemdheid. En als ze daar wellicht ook wat kunnen verdienen aan de content die ze zelf maken.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant