Augustus is de maand dat de heide uitbundig hoort te bloeien. Maar door te veel stikstof heeft de heide het moeilijk. Alleen ingrijpende maatregelen kunnen de heide echt redden, zeggen experts tegen NU.nl.
Het zou in deze maand een prachtige paarse vlakte moeten zijn. Maar op veel plekken lijkt de heide een weelderige haardos te hebben. Het is pijpenstrootje, een grassoort die veel sneller groeit dan heide en haar daarmee wegdrukt.
Dat pijpenstrootje zo hard kan groeien komt door de grote hoeveelheid stikstof die in de bodem aanwezig is. De heide heeft het daardoor moeilijk, maar ook andere soorten die op een gezond heideveld groeien.
"Muizenoor, biggenkruid, tormentil en het hondsviooltje. Dat zijn plantensoorten die op grote schaal van de heide zijn verdwenen", legt Staatsbosbeheer-ecoloog Tim Termaat uit. Dat heeft dan weer als gevolg dat insecten verdwijnen, zoals de kommavlinder, het heideblauwtje en de blauwvleugelsprinkhaan.
De heivlinder is nog zo'n soort die het door de grote hoeveelheid stikstof moeilijk heeft. "Enkele decennia geleden kwam die massaal voor op de paarse heide. Dan zag je er tijdens een wandeling honderden", vertelt Termaat. "Nu mag je blij zijn als je er één of twee ziet."
Door het verdwijnen van insecten hebben ook bepaalde vogelsoorten het lastig. De tapuit, duinpieper en het korhoen bijvoorbeeld. Veld- en boomleeuweriken komen er nog wel voor, maar in steeds minder grote aantallen.
En ook de zandhagedis (foto hieronder) en levendbarende hagedis vinden het moeilijk om met het weelderige pijpenstrootje om te gaan. Ze hebben open plekken nodig om op te warmen. Door een teveel aan stikstof groeien die open plekken rap dicht.
Overigens hoort pijpenstrootje zeker thuis op de heide. Maar niet zo veel als nu het geval is, vertelt Irma de Potter, boswachter van Natuurmonumenten.
Natuurorganisaties doen er alles aan om de paarse heide te behouden. Bij Natuurmonumenten zetten ze onder meer schapen in die het pijpenstrootje kort moet houden, zoals je op de foto hieronder kan zien. "Vroeger duurde het 25 jaar voor de heide dichtgroeide. Nu kan dat al in vijf jaar", zegt De Potter.
Op De Hoge Veluwe maaien ze de grassen weg. "Dat doen we door diep te maaien. Daarmee pak je net de bovenste millimeters van de bodem mee. De bodem laten we grotendeels intact en daarmee geven we de heide een nieuwe kans", vertelt Jakob Leidekker, hoofd bedrijfsvoering van het Gelderse park.
Daarnaast wordt ook steenmeel gestrooid op sommige delen van De Hoge Veluwe. Dat is gemalen puin. Veel plantensoorten op de heide bloeien daardoor op. Ze profiteren van de mineralen die in het gruis zitten.
De naweeën van de Tweede Wereldoorlog toonden aan dat het gemalen puin goed is voor de heide. Dat zit zo: na de Tweede Wereldoorlog sloopten de geallieerden veel van vliegbasis Deelen. "Dat hebben ze alleen wat slordig gedaan", vertelt Leidekker. Daardoor bleven stukken puin in de grond achter.
Toen decennia later veel zeldzame planten het door een teveel aan stikstof moeilijk hadden, was er in de buurt van vliegveld Deelen volgens Leidekker "iets geks aan de hand". Daar groeiden nog heel veel zeldzame planten en vlogen bijzondere vlinders.
Wat bleek: precies waar de gesloopte delen van het vliegveld nog in de grond lagen, groeiden de zeldzame planten die het elders in het land moeilijk hadden. "Dat hebben we onderzocht en vervolgens zijn we steenmeel gaan strooien. Eerst lokaal, maar op steeds grotere stukken. Er zijn insecten waarmee het daardoor slechter gaat, maar gemiddeld genomen profiteert de heide ervan."
Toch is begrazing met schapen en het strooien van steenmeel "symptoombestrijding", zegt Leidekker. "Willen we die natuurlijke systemen zoals de heide duurzaam in stand houden, dan zal er wat moeten gebeuren."
De Potter is het daarmee eens. "De stikstofkraan moet dichter. Want op dit moment is het dweilen met de kraan open." Gebeurt dat niet, dan kost het volgens haar steeds meer geld om de heide te behouden.
Al is het zeker niet zo dat de pracht van de bloeiende paarse heide deze maand nergens meer is te zien. Termaatnoemt de Buurlose Heide (Gelderland), het Dwingelderveld (Drenthe) en de Strabrechtse Heide (Brabant) als voorbeeld. "Maar voorheen was het makkelijker om heide te vinden die niet is vergrast."
Source: Nu.nl algemeen