Toen de moderne mens voor het eerst de wereld in trok, leefde er een geheimzinnig prehistorisch oervolk in Azië. Over die denisovamens wordt de laatste tijd de ene na de andere ontdekking gedaan. Wat men ziet, overtreft elke verwachting.
Maarten Keulemans is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, gespecialiseerd in klimaat en microleven.
Wat een bruut. Brede schouders, gespierde armen. Om hem in het gezicht te kijken, moet je iets omhoogkijken, met die lengte van hem. Een soort Rico Verhoeven. Maar dan nog wat groter.
Dát ongeveer is zoals de wetenschappelijke illustratoren hem afbeelden, de geheimzinnige Aziatische oermens genaamd de denisovamens. Een mythisch, groot wezen uit de bergen. Sommige voorstellingen geven hem een wasbordje op de buik, alsof hij veel in de sportschool zit. In andere heeft hij een lichte huid. Terwijl zijn DNA er toch echt op wijst dat hij eerder een donkere huidskleur zal hebben gehad, en bruine ogen.
Ziedaar de denisovanen, die tussen ongeveer 400- en 30 duizend jaar geleden moeten hebben geleefd in wat nu Azië is. Deze zomer kwam de aandacht voor de menssoort tot een soort kookpunt, met de ontdekking dat een forse, menselijke schedel uit China die paleontologen al enkele jaren kenden, DNA en eiwitten bevat van een denisovamens.
Eindelijk, een gezicht! Biologisch antropoloog Paul Storm (Rijksuniversiteit Groningen) begint haast te schreeuwen van enthousiasme als je hem erover belt. ‘Wát een spektakel, wat een prachtig stuk’, roept Storm uit, aan de andere kant van de lijn.
Een raar ding. ‘Je ziet een enorm grote schedel, met een groot gezicht, en een enorm opvallende, zware wenkbrauwboog’, beschrijft Storm. ‘Maar terwijl bij een neanderthaler het gezicht echt naar voren komt, heeft deze schedel dat niet. Hij heeft een platter gezicht. Net als de moderne mens.’
En ja, onder zo’n enorme schedel als de naar schatting 146 duizend jaar oude denisovaschedel past ook een groot lichaam, erkent ook Storm. ‘Daar geeft zo’n schedel wel een indicatie voor. Mogelijk was dit een robuust, zwaar mens, stevig gebouwd, als aanpassing op een koud klimaat. Al zou je ook vrij korte ledematen verwachten, en een gedrongen, brede romp. Dat zie je ook bij andere dieren die in een koud klimaat leven. Met een groot lichaam houd je warmte beter vast’, legt hij uit.
In grote lijnen is wat er gebeurde in de prehistorie wel duidelijk. Toen de moderne mens homo sapiens zo’n 50 duizend jaar geleden vanuit Afrika en het Midden-Oosten noordwaarts trok, trof hij in Europa de neanderthalers aan, een oermens die was geëvolueerd uit eerdere golven oermensen. Al snel zou de neanderthaler van het toneel verdwijnen. Al pikten onze voorouders wel wat van hun DNA op, kennelijk door met hen te mengen.
Maar in Azië? Daar woonde nóg een volk, weten onderzoekers inmiddels. Een mensengroep vernoemd naar de ‘Denisova-grot’ in Siberië – die weer is vernoemd naar een kluizenaar genaamd Denis, die er ooit woonde. In 2008 ontdekten archeologen onder de grond waarop Denis sliep een menselijk vingerkootje, van zo’n 40 duizend jaar oud. Het DNA daaruit wees tot stomme verbazing van de onderzoekers op een totaal nieuwe tak aan de menselijke stamboom. Dit oervolk moet zo’n 400 duizend jaar geleden zijn afgesplitst van de andere mensen.
In de jaren die volgden, deden genetici de ene na de andere verbijsterende ontdekking, door het denisova-DNA zorgvuldig te vergelijken met dat van andere mensen, van nu en uit de oertijd. Zo blijken hedendaagse inwoners van Nieuw-Guinea, ruim 8.000 kilometer verwijderd van de grot, zo’n 4 tot 6 procent van hun DNA van de denisovanen te hebben geërfd. Een aanwijzing dat de denisovamens ooit wijdverbreid was in Azië. Ook het efficiënte zuurstofverbruik van moderne Tibetanen, nuttig op grote hoogte, is waarschijnlijk een eigenschap die onze voorouders hebben geërfd van de denisovanen.
Alleen: hoe zagen ze eruit? Een opgegraven kies uit de kluizenaarsgrot bleek opvallend groot. Maar dat was alles wat onderzoekers wisten. ‘Tot voor kort begon onze kennis met fossielen. Maar bij de denisovamens hadden we eerst het DNA, zonder te weten hoe ze eruitzagen’, vertelt Storm. ‘De omgekeerde volgorde, dus.’
De laatste jaren begon het echter te rommelen. In Tibet vond een boeddhistische monnik die in een grot zat te mediteren een raadselachtig stuk menselijke onderkaak van 160 duizend jaar oud, alweer met voor een mens enorme kiezen erin. En onlangs dook er nog een stuk onderkaak op, uit het net van een visser bij Taiwan deze keer. Alweer een kinnebak met knotsen van kiezen. En alweer van een denisovaan, bevestigde moleculair onderzoek een paar maanden geleden.
En nu dus de ‘schedel van Harbin’, zoals kenners de nieuwe schedel aanduiden. Curieus genoeg werd het doodshoofd al in de jaren dertig gevonden, door een Chinees in dienst van het Japanse bezettingsleger. De man verstopte de schedel in een put en vertelde pas op zijn sterfbed waar het fossiel te vinden was.
Nu de denisovamens een gezicht heeft, lijken ineens meer merkwaardige ontdekkingen op hun plaats te vallen. Neem de opgraafplek genaamd Xuchang-Lingjing, zo’n 600 kilometer ten zuidwesten van Beijing, vertelt paleontoloog Thijs van Kolfschoten (Universiteit Leiden). Van Kolfschoten is een van de westerse experts die bij de opgraving betrokken was. Jaren geleden vond men er, in de bodem van wat ooit een meertje was, een buitengewoon rare schedel, met dikke wenkbrauwen en een hersenpan waarin ooit liefst 1,8 liter aan hersenen moet hebben gezeten. Dat is belachelijk veel: hedendaagse mensen zitten meestal rond de 1,3 liter.
Alweer zo’n reus! Van ruim 100 duizend jaar geleden ditmaal: ouder dan het vingerkootje uit de grot, maar veel jonger dan de schedel van Harbin uit de waterput. ‘Julurens’, is de nog officieuze naam die sommige onderzoekers de mens uit Xuchang-Lingjing geven: Chinees voor ‘groothoofd’. DNA-onderzoek heeft nog niets opgeleverd. ‘Maar gezien de afwijkende morfologie zou dit best eens een denisovaan kunnen zijn’, zegt Van Kolfschoten.
Of neem de ‘mens van Jinniushan’. Alweer een verzameling menselijke botresten, van zo’n 260 duizend jaar oud. Al in de jaren tachtig werd de ‘mens’ opgegraven in een ingestorte grot in Zuid-China. Een man, nam iedereen aan op basis van de geschatte grootte van 1 meter 70. Totdat fysisch-antropoloog Chris Stringer van het Natural History Museum in Londen vaststelde dat het een vrouw moet zijn geweest, de grootste, potigste oervrouw ooit gevonden. ‘Ons onderzoek suggereert dat dit ook een denisovamens is’, aldus Stringer desgevraagd.
Dus onze verre voorvaderen stuitten op een volk van Rico Verhoevens, daar in Azië? Dat is nog niet gezegd, benadrukt Stringer. ‘De denisovamensen bestreken een veel groter gebied dan de neanderthalers. Ze zaten waarschijnlijk ook in de tropen en subtropen van Zuidoost-Azië. En daar hadden ze mogelijk een kleiner lichaam.’
En trap niet in de valkuil om de denisovamens voor te stellen als barbaarse woesteling uit de bergen – een fout die men ooit in Europa maakte met de neanderthaler en waardoor die nog steeds het achterhaalde imago aankleeft van berenvel dragende holbewoner. ‘Het zou zeer interessant zijn om te weten wat voor gedrag de denisovamensen vertoonden’, zegt hoogleraar hominiene diversiteit Marie Soressi, aan een tafeltje in de tuin van de archeologiefaculteit van de Universiteit Leiden. ‘Maar we hebben weinig manieren om te zien hoe deze mensen precies hebben geleefd.’
Toch zijn er wel aanwijzingen. En die roepen eerder het beeld op van een ontwikkelde jager-verzamelaar dan van een primitieve wildeman. Zo beschreef een Chinees-Australisch team vorige maand in vakblad Science een opmerkelijke vondst, van 300 duizend jaar oud, van tientallen bewerkte takken en stokken, gevonden bij een meer in Zuid-China.
Houten gereedschap, schatten de vinders in, bedoeld om wortels uit te graven en noten te oogsten. Menselijke resten vond men niet, ‘maar de meest waarschijnlijke kandidaat zijn de denisovanen’, aldus onderzoeksleider Bo Li van de Universiteit van Wollongong in een toelichting. ‘Ze waren slim, ze waren intelligent, ze waren geavanceerd.’
Of neem ‘Groothoofd’, de oermens met het belachelijk grote brein bij Xuchang-Lingjing. Wat Van Kolfschoten en het Chinese team blootlegden, was een prehistorische werkplaats bij wat ooit een meertje was, waar men kennelijk dieren uitbeende. Overwegend oerpaarden en runderen, blijkt uit de duizenden dierenbotten die men er vond. En behalve stenen gebruikten de groothoofden de stevige voetbotten van paarden als hamers om andere botten te breken en zo bij het merg te komen. Een zeldzaam type werktuig, in de steentijd.
In de kleine lettertjes van een Van Kolfschotens beschrijvingen staat nog iets, heel voorzichtig, omdat archeologen bepaald nog niet overtuigd zijn of ze het wel bij het rechte eind hebben. Zeker twee dierenribben bevatten krassen, in een ruitjespatroon naast elkaar. Er zitten zelfs spoortjes in van rode oker, prehistorische vingerverf. Een aanwijzing dat de reuzen hier al tienduizenden jaren vóór de grottekeningen van Spanje en Frankrijk een beetje artistiek zaten te doen, ‘om niet-utilitaristische doelen’, zoals wetenschappers het academisch verwoorden?
En dan is er de spectaculaire ontdekking die Duitse wetenschappers tijdens coronatijd deden toen ze een stukje rib analyseerden uit de Denisovagrot. De rib, van een ongeveer 13-jarig meisje, bevatte zowel neanderthaler- als denisova-DNA. Het meisje moet een neanderthaler als moeder en een denisovamens als vader hebben gehad. Al is volstrekt onduidelijk of het ging om een steentijdromance, of wellicht om vrouwenhandel of zelfs brute verkrachting.
In elk geval zetten de ontdekkingen een streep door het aloude beeld uit de schoolboeken en van de T-shirts, van de menselijke evolutie als opeenvolging van steeds moderner ogende ‘soorten’. ‘We dachten altijd in stambomen, maar de takken kunnen weer bij elkaar komen en vervlochten raken’, constateert Storm. ‘Ik heb het dan ook liever over menselijke vormen. Wat een ‘soort’ is, komt meer ter discussie te staan.’
Van Kolfschoten vertelt hoe bij een recent onderzoek van zijn promovendus Harold Berghuis, naar 140 duizend jaar oude fragmenten prehistorische mensenschedel uit Indonesië, ineens een gedachte opkwam die tot voor kort ondenkbaar was. Oermensen uit Indonesië, van zo lang geleden: dat waren natuurlijk oermensen van de kleine, jagende soort homo erectus, de soort die ooit bekend werd als de ‘Javamens’, ontdekt door de koloniale Nederlander Henri Dubois.
Of niet soms? Zou dit, heel misschien, géén homo erectus zijn – maar een kleinere, tropische denisovamens? ‘We zijn tot de conclusie gekomen dat er geen reden is om aan te nemen dat dit iets anders is dan homo erectus’, zegt hij. ‘Maar onomstotelijk is het niet. We hebben geen DNA, iedereen zoekt naarstig naar genetisch bewijs. Dat maakt dit een heel boeiende tijd.’
Om wat meer greep te krijgen op het tijdsverloop in de oude steentijd: vertaal de geschiedenis van de denisovamens eens naar een uur op de klok. Met aan het begin het moment waarop de denisovanen zich aftakten van de menselijke stamboom, zo’n 400 duizend jaar geleden, en aan het eind het heden. Op die tijdschaal staat één minuut dus voor haast zevenduizend jaar.
Op die tijdschaal begon de jaartelling 18 seconden geleden, werd de Grote Piramide 41 seconden geleden gebouwd en begon de landbouw ongeveer anderhalve minuut geleden. De Europese grottekeningen van Chauvet werden ongeveer vijf minuten geleden gemaakt; het vroegste bewijs voor moderne mensen in Europa is van zo’n acht minuten geleden.
Toch woonden er tot misschien nog maar 4,5 minuut geleden denisovamensen in het Altaïgebergte. Het meisje met een neanderthalermoeder en een denisovavader leefde ongeveer acht minuten geleden. Een kwartier in het verleden ligt de tijd waarin de ‘groothoofden’ in China paarden en runderen slachtten; de schedel van Harbin is ruim twintig minuten oud.
De denisovakaak die een visser ophaalde, is een halfuur oud. En de bewerkte stokken uit Zuid-China werden ongeveer driekwartier geleden gemaakt, een kwartier nadat de denisovamens zich aftakte.
Luister hieronder naar onze wetenschapspodcast Ondertussen in de kosmos. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Alles over wetenschap vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant