Twee dagen na de lancering van de Apollo 13 in 1970, een maanreis onder gezag van astronaut Jim Lovell, ontplofte een zuurstoftank aan boord van het ruimteschip. Hoe de Apollo 13 weer op waarde wist te komen, was legendarisch. Lovell overleed donderdag op 97-jarige leeftijd.
is redacteur popmuziek van de Volkskrant. Hij schrijft ook over gamecultuur.
Hij behoorde tot die merkwaardige mensensoort die ongeveinsde doodsverachting combineert met wetenschappelijke nieuwsgierigheid en experimenteerdrift. De Amerikaan Jim Lovell, die donderdag overleed, was een astronaut van de eerste generatie en dus een van die mannen die zich vanaf de vroege jaren zestig door briesende Nasa-raketten de ruimte in lieten schieten, op weg naar het onbekende.
Hoe onwaarschijnlijk gevaarlijk deze vluchten werkelijk waren, werd duidelijk in 1970, toen commandant Lovell en twee bemanningsleden in grote problemen kwamen tijdens hun ruimtereis met de Apollo 13. Door een ontploffing aan boord moest een voorgenomen landing op de maan worden afgeblazen. Een epische terugreis naar de aarde werd ingezet, voor het oog van miljoenen tv-kijkers.
De woorden die Lovell uitsprak, vlak na de explosie, schreven geschiedenis, al wordt de uitspraak meestal verkeerd geciteerd. ‘Houston, we’ve had a problem’, werd een gevleugeld understatement. Gezagvoerder Lovell en zijn collega’s werden na hun veilige terugkeer onthaald als Amerikaanse helden en voor altijd op een voetstuk geplaatst.
Jim Lovell werd in 1928 geboren in de stad Cleveland, in de staat Ohio. Zijn vader overleed bij een auto-ongeluk, toen Lovell vijf jaar oud was. Zijn moeder had daarna grote moeite het hoofd boven water te houden en het leek financieel onhaalbaar om haar enige kind te kunnen laten studeren.
Maar Lovell ging zelf op onderzoek uit, schreef hij in zijn memoires Lost Moon uit 1994. Als jongen van een jaar of zestien knutselde hij eigenhandig raketten in elkaar, die hij met succes wist te lanceren om ze daarna te laten exploderen, bij voorkeur op veilige hoogte.
In 1946 kreeg Lovell een buitenkans, die hij met beide handen greep. De Amerikaanse marine had net na de Tweede Wereldoorlog een wervingsprogramma voor jonge piloten in het leven geroepen, waarbij ook een opleiding werd aangeboden. Lovell tekende en begon aan een lange loopbaan in de lucht- en ruimtevaart.
Na twee jaar, inmiddels aangenomen op de Amerikaanse marine-academie, schreef hij een verhandeling over raketten die worden aangedreven door vloeibaar drijfgas. Zijn wetenschappelijke talent was onmiskenbaar, maar dat was zijn lef ook. Na de Korea-oorlog, die woedde van 1950 tot 1953, werd Lovell gerekruteerd als gevechtspiloot. Daarna kon hij aan de slag als testpiloot, voor nachtelijke vluchten met een van de eerste Amerikaanse, door straalmotoren aangedreven gevechtsvliegtuigen.
Lovell maakte vanaf 1958 deel uit van een klasje testpiloten, dat door de Amerikaanse schrijver Tom Wolfe zou worden vereeuwigd in zijn boek The Right Stuff uit 1979. Uit de groep pionierende vliegeniers werden de eerste astronauten geworven voor Project Mercury, het eerste Nasa-programma voor bemande ruimtevluchten.
In 1962 werd Lovell aangenomen als astronaut voor de aanstaande missies in het Gemini- en Apollo-programma. Drie jaar later nam hij deel aan de ruimtereis Gemini 7, waarbij hij in een baan rond de Aarde werd geschoten. De vlucht was bedoeld als voorbereidende missie op het Apollo-programma, en testte de reacties van het menselijk lichaam op langere reizen en gewichtloosheid.
De bemanning liep gedurende twee weken tegen tal van problemen aan: twee stuwraketten vielen uit en de brandstofcellen verloren energie. Maar Lovell en zijn gezagvoerder Frank Borman losten de problemen op en keerden heelhuids terug.
Als astronaut werd Lovell geprezen voor zijn gave ijzig kalm en geconcentreerd te blijven, ook tijdens alarmerende situaties. Zijn ervaringen tijdens zijn eerste vluchten stoomden hem klaar voor het Apollo-programma, waarmee Amerika mensen naar de maan wilde transporteren.
In 1968 was maakte Lovell deel uit van de Apollo 8-missie: de eerste bemande ruimtevlucht die koers zette naar de maan. Een jaar later moest Lovell toekijken hoe de historische Apollo 11-missie werd uitgevoerd, en Neil Armstrong en Buzz Aldrin daadwerkelijk voet op de maan zetten. Daarna, in hetzelfde jaar, volgde nog Apollo 12 en wandelden opnieuw Amerikanen over het maanoppervlak, maar weer zonder Lovell.
In 1970 kreeg hij zijn kans. Lovell werd geselecteerd voor de derde maanreis mét maanlanding. En deze missie zou bijna net zo historisch worden als de eerste. Maar dit keer niet vanwege het succes.
Op 11 april werd de Apollo 13 gelanceerd, onder gezag van Lovell. Nasa verzorgde tv-uitzendingen vanuit het ruimteschip, zodat de kijkers thuis mee konden leven met het wel en wee van de astronauten. Lovell sprak de aarde toe, na ongeveer twee dagen reistijd. ‘Dit is de bemanning van Apollo 13 en wij wensen iedereen nog een prettige avond’, sloot hij zijn praatje af. Negen minuten later ontplofte een zuurstoftank, waardoor Lovell en zijn bemanning ineens in levensgevaar verkeerden.
De manier waarop ‘Houston’ en de astronauten de Apollo 13 daarna toch thuis wisten te brengen, werd legendarisch. Er werd besloten om het ruimtevaartuig door te laten vliegen naar de maan, omdat terugkeren onmogelijk was. De aangekoppelde maanlander genaamd Aquarius, die uiteraard niet gebruikt zou worden, werd ingezet als een soort reserve-ruimteschip dat water, elektriciteit en vooral zuurstof kon leveren.
De Apollo 13 werd daarna in een halve baan rond de maan gebracht, met behulp van de kleine stuurraketjes van de Aquarius, en weer richting de aarde gezwiept. Intussen probeerden de bemanningsleden hun leven te redden met allerlei geïmproviseerde maatregelen en geknutsel met plakband, karton en plastic zakjes, om schadelijk koolzuurgas uit de aangevoerde lucht te filteren.
De wereld volgde de doodsnood van de Apollo 13 op de voet en hield de adem in, vooral als er tijdens ‘blackouts’ even geen communicatie met ‘mission control’ mogelijk was. Toen de ruimtemodule op 17 april 1970 in de Stille Oceaan plonsde en de bemanning uit het water werd gevist, vierde de wereld de behouden thuisvaart.
Apollo 13 werd een symbool voor menselijk vernuft, voor improvisatievermogen en overlevingsdrang en het verhaal werd onder meer vereeuwigd in de film Apollo 13 uit 1995, met in de rol van gezagvoerder Lovell acteur Tom Hanks, die ‘Houston, we have a problem’ van Lovells beroemde uitspraak maakte.
De astronaut Lovell werd meermaals onderscheiden, maar stapte drie jaar na zijn dodemansvlucht uit de ruimtevaart. Dat hij met liefde terugdacht aan zijn buitenaardse tijden, bleek toen hij in 1999 een restaurant opende in het stadje Lake Forest, in Illinois. De vitrines in het eethuis lagen vol met Nasa-memorabilia en setfoto’s die waren genomen tijdens de opnamen van de film Apollo 13.
Bij leven gold Jim Lovell als de oudste, voormalige astronaut. Donderdag overleed hij in zijn woonplaats Lake Forest, op 97-jarige leeftijd.
Luister hieronder naar onze podcast Culturele bagage. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant