Home

De moderne kunst in Nederland heeft veel te danken aan de welgestelde (en zweverige) Marie Tak. Wie was zij?

Marie Tak van Poortvliet was een groot weldoener voor kunstenaars van Mondriaan tot Kandinsky. Ze was óók opmerkelijk pro-Duits en volkomen in de ban van spirituele prietpraat.

Marie Tak van Poortvliet (1871-1936), dochter van een invloedrijke minister, groeide op in welstand en fatsoen. Ze bleef ongehuwd. Na de dood van haar ouders besteedde ze haar enorme erfenis aan het opbouwen van een verzameling moderne kunst, het ondersteunen van de kunstenaar freule Jacoba van Heemskerck van Beest (1876-1923), met wie zij samenleefde, aan de verkondiging van het gedachtegoed van Rudolf Steiner en de ontwikkeling van antroposofische biodynamische landbouw op haar landgoederen in Zeeland.

In Domburg bouwde ze een villa en een tentoonstellingszaal, bedoeld voor haar protegés en voor de talrijke andere kunstenaars die in die jaren naar het dorpje kwamen – Toorop, Mondriaan, Hart Nibbrig en vele anderen.

Haar biograaf, Jacqueline van Paaschen, stelt met recht dat Marie Tak een uitzonderlijke vrouw was. Ze kocht werk van Kandinsky, Léger, Le Fauconnier, Braque en Mondriaan toen dat in de kunstzalen van Europa nog hartelijk werd uitgelachen.

Ze kende die kunstenaars persoonlijk, ze ontving hen in Domburg, ze nam het voor hen op. Ze bemoeide zich actief met een Duitse kunstbeweging, Der Sturm, aangevoerd door de excentrieke Herwarth Walden. Sowieso lag haar hart bij de Duitse cultuur; ze hoopte vurig op een Duitse overwinning in de Wereldoorlog.

Later bleek – het is een opmerkelijke passage in dit boek – dat zij zich met haar werk voor Der Sturm en met haar recensies van uitvoeringen van Wagner en Strauss in Den Haag voor het karretje van de Duitse propaganda had laten spannen.

Vooruitstrevende visie

Haar eigen visie op de betekenis van moderne kunst was exemplarisch voor de onstuimige gedachtevorming in de jaren vóór en tijdens de Eerste Wereldoorlog. Er waren grote verwachtingen voor een filosofisch-religieuze doorbraak. De ‘Theosofen’ leerden dat zich achter de materiële werkelijkheid een tweede werkelijkheid bevond, een zuiver geestelijke; Rudolf Steiner claimde dat hij die werkelijkheid als kind al had waargenomen. Picasso en Cézanne hadden de beeldende kunst opengebroken, en nu was het aan spiritueel bewogen kunstenaars om uit te vogelen hoe die geestelijke wereld kon worden getoond.

Deze biografie zet Marie Tak midden in die ontwikkelingen, maar het is niet makkelijk vast te stellen hoe zij in elkaar stak. Daarbij doet zich voelen dat, zoals Van Paaschen in haar nawoord schrijft, het familiearchief ‘geen snipper informatie over haarzelf’ biedt, en dat er geen ‘dagboeken, persoonlijke testimonia en slechts weinig brieven’ bestaan.

Tak vulde ooit elf velletjes met notities over haar leven, ze werd in 1936 geïnterviewd door ene ‘R.J.’ voor een antroposofisch blaadje, veel meer is er niet.

Over haar al of niet lesbische natuur is niets gedocumenteerd, geen briefje, geen kattebelletje; het is zeer de vraag of Tak haar relatie met Van Heemskerck in 21ste-eeuwse termen beleefde. Het samenwonen door ongetrouwde dames van stand was heel gewoon, doch Van Paaschen neemt de homoseksualiteit voetstoots aan, omdat het past bij haar aanname van Taks vooruitstrevendheid.

Ze compenseert het gebrek aan persoonlijke informatie met een licht absurde hoeveelheid details. De lezer moet bijvoorbeeld weten dat Taks vader een perceel land kocht van ‘één hectare, 56 aren en 27 centiaren’, dat haar broer Adri na de dood van grootvader Van Oordt de grote pendule erfde en zus Truus ‘het Saksische servies’.

Aanhanger van Rudolf Steiner

Maar het boek komt daarna op stoom, als Van Paaschen greep probeert te krijgen op Taks denkwereld. Daar is de auteur goed in thuis, ze schreef al eens een boek over de relatie tussen Mondriaan en Steiner. Maar dan nog is het een dicht struikgewas: Marie Tak bewoog zich van de Remonstrantse Broederschap via de Vrijmetselarij naar de Theosofische Vereeniging en daarna naar de Antroposofische Gemeenschap.

Van Rudolf Steiner zou ze zich een ware apostel betonen (Van Paaschen noemt haar ‘gehersenspoeld’). Van Paaschen respecteert Taks diepe betrokkenheid, ook al blijkt de steineriaanse filosofie telkens complete humbug. Tak neemt bijvoorbeeld het initiatief om haar zus Bé, die psychisch ziek is, te laten behandelen in kamers die volgens een kleurtheorie zijn geschilderd. De arme Bé wordt daar elke dag een uur voorgelezen uit antroposofische teksten. Genezing blijft uit.

Vrijzinnig maar elitair

Alles gegeven geeft vooral inzicht in de ‘geestelijke’ wereld van de Nederlandse bourgeoisie in de eerste helft van de 20ste eeuw. Dat die bourgeoisie geneigd was tot ‘het moderne’ en er ook wel een voortrekkersrol in vervulde is duidelijk, maar er zit tegelijkertijd iets bedwelmends in de spirituele theorieën, die mensen als Marie Tak verleidden tot ernstig en ijverig mijmeren over die onzichtbare wereld. Kan het zijn dat de populariteit van de theosofie of van Steiners gewauwel samenhangt met de verdovende doelloosheid van het leven van vrouwen in betere kringen, voor wie een concrete rol in de maatschappij geen optie was?

Vrouwen als Tak konden zich als het ware verontschuldigen voor hun welstand door te verklaren dat zij zochten naar zuivere geestelijke verheffing, waarvan ook ‘de ziel van de arbeider’ beter zou worden. Precies dezelfde aristocratische zelfgenoegzaamheid is te vinden in de biografie van Helène Kröller-Müller, die zich in de kunstkring van H.P. Bremmer (waar zus Truus ook in zat) oefende in ‘Zien’ met hoofdletter Z. Wie ‘Het’ niet ‘Zag’ was een betreurenswaardige botterik.

In dezelfde geest schrijft Tak in het artikel ‘Het begrijpen van nieuwe schilderkunst’ dat zij die expressionisme, futurisme en kubisme niet begrijpen ‘een zwak innerlijk leven’ hebben en dat alleen het werk van Léger, Chagall en – jawel – Van Heemskerck ‘een hoogere taal tot onze ziel’ spreekt. In die spirituele waardering is altijd de stem van de typisch Nederlandse bourgeoisie te horen – vrijzinnig, maar in alles elitair.

Jacqueline van Paaschen: Alles gegeven – Marie Tak van Poortvliet 1871-1936. Prometheus; 592 pagina’s; € 49,99.

In Kunstmuseum Den Haag is de tentoonstelling Alles gegeven – Jacoba van Heemskerck x Marie Tak van Poortvliet te zien t/m 1 maart.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next