Home

Gaza en de interne logica’s

Hoe significant zijn de stappen van het kabinet tegen de Israëlische regering nou echt? Zijn ze groot, zoals minister Caspar Veldkamp (Buitenlandse Zaken, NSC) denkt, of zijn ze klein, wat een groot deel van de oppositie vindt?

Deze vraag was de kern van het debat, donderdagmiddag, over de situatie in Gaza. Het duurde lang voor die kern werd bereikt: de kijker moest zich eerst door de morele eedaflegging van de Kamerleden heen werken. Iedereen verklaarde, zoals de etiquette voorschrijft, dat het walgelijk is wat Hamas deed op 7 oktober. Iedereen vond dat het kabinet-Netanyahu zich moet houden aan het oorlogsrecht. Iedereen was ertegen dat er kinderen worden vermoord. „Elk Palestijns kind dat omkomt, is een drama”, aldus Diederik van Dijk (SGP).

Vervolgens bleken de collega’s in verschillende universums te leven. In dat van Stephan van Baarle (DENK) is er „een nieuwe Holocaust” gaande en heeft minister Veldkamp „bloed aan zijn handen”; Sarah Dobbe (SP) noemde de minister „medeplichtig” aan de misdaden in Gaza. In het universum van Henk Vermeer (BBB) en SGP’er Van Dijk daarentegen was niet duidelijk wat Israël heeft misdaan. Het oorlogsrecht is weliswaar „een ondergrens” (Van Dijk), maar of Israël dat recht schendt „is een debat wat gaande is”. Vermeer had begrepen dat Israël wél voldoende voedsel toelaat, maar dat het misgaat bij de distributie. Zijn voorstel: „Een dialoog voeren over: wat is hier nou gaande.”

Interessant werd het pas echt tijdens de spreektijd van Eric van der Burg (VVD). Kati Piri (GroenLinks-PvdA), Jan Paternotte (D66) en Christine Teunissen (Partij voor de Dieren) vroegen hem waarom hij, nu is gebleken dat er voor Europese sancties voorlopig geen meerderheid is, geen extra Nederlandse maatregelen wil tegen Israël. Van der Burg antwoordde dat Netanyahu niet onder de indruk lijkt van de (mogelijke) erkenning van de Palestijnse staat door Frankrijk en het VK, en concludeerde hieruit dat nationale acties geen zin hebben.

Opmerkelijk genoeg vond minister Veldkamp juist wél dat Nederland gewicht in de schaal legt. Eind juli besloot het kabinet tot een inreisverbod voor twee extreemrechtse Israëlische ministers, en kondigde het aan te zullen pleiten voor het gedeeltelijk opschorten van het associatieverdrag tussen Israël en de EU. Deze besluiten kregen veel aandacht in buitenlandse kranten, aldus Veldkamp: „Het is opgevallen.” Op de vraag waarom Nederland niet méér doet (een inreisverbod voor het hele Israëlische kabinet, een wapenembargo, een boycot van producten uit bezette gebieden), stelde hij de wedervraag „welk land deze maatregelen al neemt”. Oftewel: Nederland is een frontrunner, en doet dus genoeg. Het wederzijdse onbegrip kwam tot een kookpunt toen Veldkamp verklaarde het arrestatiebevel tegen Netanyahu gewoon te zullen uitvoeren, anders dan Duitsland en Frankrijk. „Dat is toch normaal!”, brieste iemand.

Ik kon me Veldkamps frustratie indenken. Het ís ook baanbrekend dat Nederland, een van Israëls trouwste bondgenoten, nu dit soort stappen zet. In vergelijking met Nederlands eerdere beleid, en met de buurlanden nu, is dat radicaal. Maar er is ook een andere context: de schendingen van het internationaal recht in Gaza, en het nieuws dat Netanyahu de hele Gazastrook wil bezetten. Binnen die context zijn de Nederlandse stappen dan weer weinig indrukwekkend.

Iedereen die functioneert binnen een gezin, bedrijf, vriendengroep of wat voor groep dan ook, kent het fenomeen van de interne logica: een set van ongeschreven regels, gedetailleerd en in de ogen van buitenstaanders soms futiel, waaraan de deelnemers zich moeten houden. In een gezin met strikte tafelmanieren vindt men het schokkend als een kind ineens met z’n handen gaat eten, terwijl de buitenwereld er de schouders over zou ophalen.

Ook in de omgang met Israël bestaat zo’n interne logica. Binnen de westerse wereld was het lange tijd not done om Israël af te vallen, laat staan er sancties tegen te treffen. De illegale nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever, bijvoorbeeld, worden formeel veroordeeld maar in de praktijk gedoogd. Binnen deze logica ga je ver als je Israëlische ministers tot persona non grata maakt en probeert een verdrag deels op te schorten. Het verklaart waarom Veldkamp verbaasd lijkt dat zijn grensverleggende acties niet meer credits krijgen.

Maar de kritische Kamerleden nemen een andere logica als maatstaf: het internationaal recht. En binnen díe logica zou de Nederlandse regering veel meer kunnen en moeten doen. Christine Teunissen wees erop dat een derde staat in geval van dreigende genocide volgens de Commissie van advies inzake volkenrechtelijke vraagstukken (CAVV) verplicht is „alle maatregelen te nemen die hij redelijkerwijs ter beschikking heeft”, en noemde er tien op. Dat Nederland daarvoor in dit geval allemaal stappen moet overslaan op de escalatieladder, en zich isoleert ten opzichte van de westerse bondgenoten, is binnen die logica niet van belang.

Zowel Veldkamp als zijn critici hebben dus gelijk. De maatregelen tegen Israël zijn een grote stap voor Nederland, maar een kleine, of beter gezegd minuscule, stap voor Gaza. Wie het gaat om het resultaat, zou vooral naar het tweede moeten kijken.

Source: NRC

Previous

Next