Home

We moeten ons bestuurssysteem overeind houden

Liberalisme Liberale waarden staan onder druk, zeker, maar het is het systeem voor geweldloos samenleven waar we nu aan moeten werken, schrijft Maxim Februari.

De liberale wereldorde wankelt, zeggen ze, en dat klinkt dreigend. Maar om te weten hoe erg het precies is, moet je eerst weten wat het betekent. In de reeks artikelen die de NRC heeft georganiseerd over de toekomst van het liberalisme, wordt nogal verschillend over het fenomeen gedacht. Er is blakende geestdrift. Het liberalisme zorgt voor een „vrije samenleving”, schrijft Maarten Boudry. We zouden allemaal liberalen moeten zijn, schrijft Josette Daemen; als dat tenminste betekent dat je wordt beschermd tegen de macht van de democratische meerderheid, van de overheid en het collectief. Dat je basale vrijheden hebt en rechten. Marijn Kruk citeert de filosoof Alexandre Lefebvre over het liberalisme: „Het is het water waarin we zwemmen.”

En er zijn ernstige bedenkingen. Liberalen hebben zich dan wel geparfumeerd met „eau d’univeralisme”, schrijft Shivant Jhagroe, maar de ideologie is exclusief voor en door de elite ontworpen. Liberale politiek is vrijwel altijd samengegaan met „sociale uitsluiting, economische uitbuiting en planetaire vernietiging”. En alsof dat nog niet erg genoeg is, vormt de leegte van het liberalisme volgens Gabriël van den Brink, „een geestelijk risico”.

Maxim Februari is schrijver en rechtsfilosoof, en columnist van NRC.

Ervan uitgaande dat dit allemaal serieus te nemen schrijvers zijn, mogen we aannemen dat ze allemaal gelijk hebben. Dat is niet zo vreemd, zeggen de handboeken, want liberalisme betekent inderdaad allerlei verschillende dingen op hetzelfde moment.

In grove lijnen kun je zeggen dat het liberalisme van oorsprong een normatief kader biedt dat het mogelijk maakt geweldloos om te gaan met waardenconflicten. Het geeft zelf geen inhoudelijke morele oordelen, maar richt een systeem in waarbinnen allerlei diverse overtuigingen vreedzaam naast elkaar kunnen bestaan. Door te kiezen voor scheiding der machten en de heerschappij van het recht, door een vrije markt te regelen en representatie van alle burgers, biedt het bescherming tegen absolute machtsclaims en morele orthodoxie.

Liberalen begrijpen hun eigen ideologie vooral als bestuurssysteem, schrijven Suzanne van den Eynden en Martijn Visser daarom. En ze hebben gelijk: klassieke liberalen wijzen graag op de vrijheid die het liberale kader aan ons allen biedt om zelf invulling te geven aan onze standpunten en ons leven. Van de weeromstuit hebben critici liberalen van oudsher verweten geen moraal te hebben.

Toch zijn er van meet af aan wel degelijk ook inhoudelijke morele invullingen geweest van dat kader: liberale stromingen hebben waarden als ‘typisch liberaal’ naar voren geschoven. Tolerantie. Persoonlijke ontwikkeling. Autonomie. Binnen de diverse westerse culturen zijn daaruit vervolgens eigen liberale tradities ontstaan: Engeland is van oudsher gericht op religieuze tolerantie, Frankrijk hecht juist bijzondere waarde aan de afwezigheid van religie in de staatssfeer. Overal in de liberale landen staat vrijheid centraal, maar steeds betekent die net weer iets anders.

Als nu de liberale orde in het geding is, is dat omdat er op dit moment op de diverse niveaus in dit verhaal tegelijkertijd iets schift en schuift. Het spannendste is nog wel dat er opeens hardhandig aan het kader wordt gemorreld.

De aanval op dat kader, het bestuurssysteem, komt allereerst van autoritaire machthebbers die hun macht willen vergroten en de kans ruiken om het recht van zich af te schudden. Niet alleen in de VS, Hongarije en Israël. De aanval op liberale instituties, op parlement, rechtsspraak en pers, wordt op veel plaatsen tegelijk ingezet. Dit zijn geen inhoudelijke waardenconflicten, waarover je het kunt hebben bij de verkiezingen, dit is gemorrel aan het systeem en de rechtsorde zelf.

En als de leiders op dit moment hun kans schoon zien, dan is het omdat de aanval tegelijk ook van binnenuit de samenlevingen wordt ingezet. Over het hele politieke spectrum is het wantrouwen gegroeid tegen het systeem dat moet zorgen voor geweldloze conflictbeheersing. Niet alleen ter rechterzijde, ook ter linkerzijde wordt recht gezien als instrument van de macht en de rechtsstaat als een vehikel voor de elite. Een gedachte die graag wordt aangeblazen door Rusland en China.

Kortom, het kraakt en piept op het meta-niveau. Tegelijk woedt er onvrede in de maatschappijen rondom de inhoudelijke invulling van de liberale moraal een niveau lager. „De opmars van illiberale regimes is niet alleen een aanval op een politiek en juridisch systeem, maar ook op een liberaal waardensysteem”, zeggen Van den Eynden en Visser, en ze hebben gelijk.

De vraag is nu of er sprake is van oorzaak en gevolg. Begint de overkoepelende rechtsorde te schuiven omdat de inhoudelijke waardenconflicten in de liberale landen te hoog oplopen? Of wankelt alles gewoon op alle niveaus tegelijk ten gevolge van oorzaken daarbuiten?

Zelf ben ik geneigd uit te gaan van het tweede, maar veel bijdragen in de reeks lijken uit te gaan van het eerste. Ik denk dat je apart moet kijken naar het wankelen van het bestuurssysteem, maar de meeste schrijvers verwachten redding van een inhoudelijke heroriëntatie op liberale waarden. „Je kunt nog zo veel rechten, procedures en instituties versterken, maar als die onderliggende waarden verdwijnen, resteert een lege huls”, zeggen Van den Eynden en Visser. En daarin hebben ze ook wel weer gelijk.

Praat over waarden, is dus de boodschap van de reeks. Poets ze op. We hebben een nieuwe Pacificatie nodig, schrijft Marietta van der Tol. „Een besef dat we samen verantwoordelijk zijn voor de bescherming van elkaars menselijke waardigheid, elkaars vrijheid en onze gezamenlijke toekomst.”

Verdedig de liberale waarden tegen de illiberale waarden die wereldwijd in opkomst zijn, schrijft Marijn Kruk. Want, jawel, rechtsstatelijke waarborgen zijn mooi en aardig, maar als we ons bezighouden met aanvallen op procedures en instituties dreigen we voorbij te gaan aan de „illiberale contrarevolutie” die eraan ten grondslag ligt. Vecht voor de inhoudelijke liberaal-progressieve moraal!

Alleen, waarom keren zoveel westerse burgers zich dan überhaupt van die liberale moraal af, kun je je afvragen. Waarom vechten ze er niet allemaal vanzelfsprekend vóór? Is het inderdaad omdat ze hun vrijheid niet op waarde weten te schatten en die uit ondankbaarheid beschimpen, zoals Maarten Boudry schrijft? Of is het omdat er maar bar weinig over is van het liberalisme dat ooit aandacht schonk aan gelijkheid, rechtvaardigheid en de sociale omgeving, zoals Kees Klomp schrijft?

Voor zijn onderzoek naar ecoliberalisme dook Klomp in het werk van oer-liberalen. Die „zouden zich omdraaien in hun graven” als ze de huidige, neoliberale versie van liberalisme zouden meemaken, zegt hij.

En het is waar, van die huidige, nieuwe liberale moraal zijn grote groepen burgers flink de dupe geworden. Economische efficiëntie en absolute marktvrijheid zijn tot kernwaarden verheven, met alle akelige gevolgen van dien. Toename van economische ongelijkheid. Verwaarlozing van het maatschappelijk leven. Er is een economische scheiding in de maatschappij ontstaan, schrijft Philipp Blom. Sinds de jaren tachtig belandt een steeds groter deel van de winst „in een krimpend aantal zakken”.

Bovendien hebben de winnende liberaal-progressieve elites een rol gespeeld in het afnemen van het vertrouwen in liberale democratie, schrijft Blom, „door niet te anticiperen op verzet dat hun dominantie zou uitlokken”. Ze hebben met veel te veel zelfvertedering naar hun eigen ideologische voorkeuren gekeken. Identiteitspolitiek, wereldburgerschap, hoge cultuur. Stuff progressive people like.

„Door een monopolie te claimen op vrijheidservaring”, schrijft Shivant Jhagroe, „draagt liberalisme juist onvrijheid uit.”

Kortom, herbezinning op de liberale moraal is hoognodig, concludeer je als je de reeks volgt. Wil je het liberalisme verdedigen, dan moet het verdedigbaar zijn. Je zult de bezwaren tegen de uitwassen van het aandeelhouderskapitalisme en de zelfverliefdheid van de liberale elite serieus moeten nemen. Wie open wil zijn moet meer praten. Vooral met meer mensen. En met niet-mensen ook indien mogelijk.

En zo tekent zich zowaar een agenda af naarmate de reeks vordert. Natuurlijk pleiten niet alle schrijvers voor hetzelfde, maar het gesteggel is precies het soort van waardenconflict waarvoor het liberale stelsel is uitgevonden. En zo ver lopen de meningen nu ook weer niet uiteen. Aandacht voor sociale rechtvaardigheid, gelijke vrijheden, gemeenschapszin, ecologisch besef. Als Gabriël van den Brink het heeft over een publieke agenda „waarbij natuurlijke, sociale en culturele duurzaamheid elkaar versterken” zal niemand daar erg van schrikken.

Uiteindelijk blijft slechts één puzzelstukje over. Want een heroriëntatie op waarden kan onze liberale samenleving misschien breder aanvaardbaar maken, maar waar komt de weerzin tegen het stelsel als geheel vandaan? Het kader wordt nu immers zelf betwist en aangevallen, de heerschappij van het recht in twijfel getrokken: vanwaar dat wantrouwen in de werking van het bestuurssysteem? Dat lonken naar dictaturen, die „authoritarian envy”, zoals Condoleezza Rice het heeft genoemd? Waarom willen mensen geen democratie meer en geen rechtsstaat?

Zelf denk ik dat veel mensen het gesprek simpelweg elders zijn gaan voeren. Liberalisme is misschien het water waarin wij zwemmen, maar anderen zijn naar andere wateren vertrokken. Nu informatie alom beschikbaar is en communicatie samenwerking vergemakkelijkt, regelen burgers hun zaken met elkaar buiten de instituties van parlement, rechtsspraak en pers om.

In Washington worden beslissingen over oorlogsvoering en belastingheffing nu door technologieën genomen; de DOGE AI Deregulation Decision Tool gaat de helft van de federale regelgeving schrappen, een „ongeëvenaarde transformatie van overheidssystemen”, volgens het Witte Huis. De techbro’s, zoals we ze met misplaatste vertedering noemen, zijn geen nieuwe spelers op het wereldtoneel, ze komen met een heel nieuw spel. Een gloednieuw bestuurssysteem.

Philipp Blom, die het punt ook noemt, suggereert dat in deze nieuwe tijd een nieuwe vorm van machtstoewijzing en controleuitoefening ontstaat. Ik denk dat liberalen, als ze zich nog steeds tegen absolute machtsclaims willen beschermen en tegen morele orthodoxie, zich daarom als de donder op het bestuurssysteem moeten heroriënteren. Die waarden: daar komen we wel uit. Maar een systeem voor geweldloos samenleven: daar moeten we opnieuw even aan werken.

Zit er nog toekomst in het liberalisme?

In deze nieuwe serie artikelen en interviews verkent NRC de komende maanden met denkers de vraag: zit er nog toekomst in het liberalisme?

Deel 1: Liberalen, leer van de evolutionaire voorgeschiedenis van de mensDeel 2: Westerse zelfkritiek kan ons ook verzwakkenDeel 3: De radicaal-rechtse vrijheid moet je ‘verdienen’Deel 4: Het overmoedige Westen is in zijn eigen sprookje gaan gelovenDeel 5: Liberaal zijn doet soms pijnDeel 6: Door de Verenigde Staten en Europa raast een conservatieve contrarevolutieDeel 7: Ook liberalen hebben een morele en maatschappelijke opdrachtDeel 8: Van verheven naar verweven mensDeel 9: Vrijheid, nu echt voor iedereenDeel 10: We moeten ons bestuurssysteem overeind houden

Source: NRC

Previous

Next