Protesten tegen massatoerisme horen inmiddels bijna net zo bij de zomer als dat toerisme zelf. Volgens hoogleraar Jan van der Borg moeten beleidsmakers radicaal ingrijpen.
is economieredacteur. Ze is specialist arbeidsmarkt en sociale zekerheid.
‘Nu moet ik oppassen dat ik niet te veel reclame maak.’ Hoogleraar toerisme Jan van der Borg (63) roept zichzelf tot de orde. Hij heeft zojuist omstandig omschreven hoe zijn huidige vakantiebestemming, het Kroatische eilandje Vis, eruitziet (‘Hawaii-achtig blauwe zee, glooiende groene heuvels, Jeff Bezos legt zijn boot hier aan, net als Michael Jordan’), maar bedenkt nu dat hij die idylle beter niet te veel kan uitventen bij de Volkskrant-lezer.
Want het eiland is aan het veranderen, merkt de hoogleraar van de universiteit van Venetië. Hij viert hier al vijftien jaar vakantie in het huisje van zijn Kroatische schoonouders. ‘Vroeger zag je op het strand alleen Kroaten, nu ook Tsjechen, Polen en Nederlanders. Huizen worden opgekocht en omgetoverd tot B&B, de tweede Mamma Mia-film is op dit eiland opgenomen’, vertelt hij. ‘Vroeg of laat zijn we hier dus ook de klos.’
De klos, dat zou betekenen dat de locals het gaan afleggen tegen de bezoekers. Dat, in de woorden van Van der Borg, de ‘toeristische draagkracht’ wordt overschreden en de collectieve baten niet langer opwegen tegen de kosten. Het is een ontwikkeling die veel toeristische bestemmingen de afgelopen decennia hebben doorgemaakt: van Venetië tot Mallorca en van de Ramblas tot de Wallen.
Het leidt tot toenemend protest. Tijdens een internationaal georganiseerde actie begin deze zomer werden toeristen in Barcelona met waterpistooltjes beschoten. In Genua werd de onvrede vertolkt door een ratelend rolkofferprotest, terwijl bezoekers van het Louvre voor een dichte deur kwamen te staan wegens een wilde staking van het overbelaste personeel. In Amsterdam staat ondertussen een populair patatzaakje voor de rechter omdat bewoners de buik vol hebben van de TikTokrij voor de deur.
Het zijn protesten die Van der Borg niets verbazen. De geboren Hagenaar doet al sinds halverwege de jaren tachtig onderzoek naar toerisme, waarvoor hij op initiatief van zijn promotor naar Venetië vertrok – de eerste plek die toen al symptomen vertoonde van ‘overtoerisme’. ‘Collega-economen lachten me uit’, herinnert Van der Borg zich. ‘Toerisme werd toen nauwelijks serieus genomen, maar achteraf ben ik met mijn neus in de boter gevallen.’
Want de sector is de afgelopen decennia razendsnel gegroeid. Telde de wereld halverwege de jaren tachtig nog zo’n 330 miljoen internationale reizigers, vorig jaar waren dat er 1,5 miljard. De World Tourism Organization (UNWTO) verwacht dat dit aantal nog dit decennium zal toenemen tot 2 miljard. ‘Toerisme is een van de snelst groeiende sectoren’, zegt Van der Borg. ‘En ook een van de grootste: de wereldeconomie hangt er voor gemiddeld 10 procent mee samen.’
Het probleem, zegt de hoogleraar, is dat het aantal bestemmingen niet evenredig meegroeit. ‘Misschien gaan er eens een paar toeristen naar Noord-Korea of Albanië, maar de echte iconische bestemmingen zijn allang ontdekt en je kunt niet zomaar een San Marcoplein bijbouwen.’ Het betekent dat beleidsmakers radicaal moeten ingrijpen, vindt hij. ‘Want anders komen er nog heel veel Venetiës bij.’
Begrijp Van der Borg niet verkeerd, hij is niet tégen toerisme. ‘Ik heb collega’s die zeggen: toerisme is alleen maar slecht, maar dat vind ik niet. Je moet zoeken naar een balans, want ondertoerisme is net zo ongewenst als overtoerisme. Dan heb je namelijk toeristisch kapitaal dat je niet gebruikt, waardoor je werkgelegenheidskansen laat liggen, en kansen om geld te verdienen.
Bewoners en bezoekers zijn in veel gevallen meer handlangers dan concurrenten, vindt hij. ‘Ze hebben beiden belang bij goede infrastructuur en het onderhoud van voorzieningen en erfgoed. Denk aan de berggebieden in Italië die het toeristisch niet goed doen: ze raken in verval, jongeren trekken weg. Als Amsterdam geen toeristen zou hebben, betwijfel ik of het Van Gogh Museum zou kunnen bestaan.’
Wanneer wordt toerisme dan te veel?
‘Dat is afhankelijk van de draagkracht van een bestemming. Vergelijk het met een tuinfeest: als je meer mensen uitnodigt dan er passen, gaan bezoekers zich aan elkaar ergeren. Nodig er nog meer uit, en je gazon gaat onherstelbaar naar de knoppen. Elke toeristische bestemming is een systeem met zwakke plekken: voor eilanden kan het de zoetwatervoorziening zijn, in steden als Londen het aantal plekken in de metro.
‘We zijn al jaren bezig om op basis van die bottlenecks draagkrachtberekeningen te maken in opdracht van steden. Zo hebben we in Venetië gekeken naar de capaciteit van het San Marcoplein, het aantal restaurants, hotels, vuilophaaldiensten, parkeerplaatsen en ov. Daaruit bleek dat Venetië ‘maar’ achttien miljoen bezoekers per jaar kan verwerken, terwijl er elk jaar dertig miljoen mensen komen. Dat betekent dat de draagkracht met twaalf miljoen wordt overschreden.
‘In Kinderdijk zijn de fietspaden zo’n kritiek systeem: als daar te veel toeristen op komen (meer dan 4.795 per dag, red.), gaan ze elkaar ervanaf concurreren. In Giethoorn is er weer een beperkte draagkracht voor bootjes op de smalle grachten.’
Wat betekent het als die draagkracht wordt overschreden?
‘Dat betekent dat er dusdanig veel overlast is, zowel voor bezoekers als voor bewoners, dat de maatschappelijke kosten – bijvoorbeeld die voor meer politie, riolering en vuilophalers – exponentieel omhooggaan en de balans tussen collectieve kosten en collectieve opbrengsten volledig zoekraakt.
‘Want dat is een van de belangrijkste pijnpunten in toerisme en dat verklaart ook het protest: vaak zijn toeristische ondernemers freeriders op publieke goederen. Zij verdienen het meeste geld en de rekening is voor de lokale bestuurders of locals, die bijvoorbeeld een hogere rioolbelasting of afvalheffing gaan betalen.’
Hoe merkt u als inwoner van Venetië dat die balans is overschreden?
‘Ik woon in Venetië net buiten het centrum en er zijn drukke dagen waarop ik niet bij de universiteit kan komen omdat ik twee uur lang op de bus moet wachten, doordat die steeds vol langsrijdt. Of dat ik er in het centrum niet door kom, omdat het gewoon fysiek onmogelijk is. Ik merk het ook aan de prijzen, aan het winkelaanbod – er zijn nog twee slagers over en verder zijn het allemaal maskershops. Als bewoner heb je in Venetië niets meer te zoeken.’
Hoe kan het dat de ene toeristische plek altijd op de andere gaat lijken, met wafelwinkels en tattooshops?
‘Ik denk dat ondernemers vaak weinig fantasie hebben. Ze kopiëren succesvolle modellen naar de Amsterdamse of Venetiaanse situatie. Als toerisme heel sterk groeit, moet je als ondernemer ook wel heel sterk in je schoenen staan om niet te kiezen voor iets toeristisch, want met een toeristenwinkel valt veel meer geld te verdienen, net zoals het meer oplevert om je huis te airbnb’en dan om het te verhuren aan een lokaal gezin. Dus als de oude slager met pensioen gaat, is het niet gek dat zijn zoon zegt: nu maak ik hier een souvenirwinkel van. Dat noemen we ook wel het crowding out-effect.’
Waarom lukt het maar moeilijk om daartegen op te treden?
‘Bestemmingen plukken de wrange vruchten van decennialang amateuristisch beleid. Toerisme is overgelaten aan de markt en daar is heel lang ingezet op het fordistische verdienmodel: meer is beter, want meer bezoekers betekent schaalvoordelen en schaalvoordelen betekenen dat je de prijs kunt verlagen en nog meer bezoekers kunt aantrekken. Enerzijds is het te begrijpen, want toerisme is een fantastische economische generator, maar er zijn veel andere kanten onderbelicht gebleven.’
Uit onderzoek van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur bleek eerder dat toerisme twee keer zo veel bijdraagt aan de economie als de landbouw, maar dat slechts een handvol rijksambtenaren zich ermee bezighoudt, terwijl voor landbouw een heel ministerie is opgetuigd.
‘Je ziet het ook in een stad als Amsterdam, waar geen aparte wethouder voor toerisme is. Terwijl: met zo’n belangrijke sector – veel belangrijker voor de economie dan de petrochemie, de scheepsbouw, het bankwezen – heb je een industriebeleid nodig. Zowel op Europees, nationaal als lokaal niveau.’
De afgelopen jaren hebben beleidsmakers niet helemaal stilgezeten. Zo voerden eilanden als Ibiza en Santorini een limiet in op cruiseschepen en verordonneerde de Spaanse regering Airbnb tot het verwijderen van 66 duizend adressen. Amsterdam voerde vorig jaar een hotelstop in en Praag een verbod op kroegentochten voor vrijgezellenfeesten. Nog creatiever waren ambtenaren van het Italiaanse Riviera-stadje Portofino, waar treuzelen voor een selfie een boete kan opleveren van 275 euro.
Maar volgens Van der Borg zijn al dit soort maatregelen ‘symptoombestrijding’. ‘Het is alsof je paracetamol neemt tegen de aanhoudende koorts, terwijl eigenlijk een been moet worden afgezet. Toerisme moet een duurzaam verdienmodel worden. Kwaliteit moet boven kwantiteit gaan. En met kwaliteit bedoel ik niet zozeer dat bestemmingen alleen toeristen met geld moeten aantrekken, maar toeristen die een meerwaarde hebben voor een plek. Een backpacker is niet rijk, maar komt misschien wel tien keer in zijn leven terug of helpt bij het schoonmaken van de oceaan, terwijl die dure megajachten al hun troep overboord gooien.
‘De manier waarop je dat volgens mij moet aanpakken, is een geloofwaardig verhaal rond een bestemming vertellen. Dus: Amsterdam is niet de plek waar je rotzooi kunt schoppen – hoe hufteriger, hoe beter – maar het is dé culturele hoofdstad van de wereld met het Bimhuis, de Melkweg, musea. Want of je ‘Iamsterdam’ nou voor of achter het station zet, maakt geen bal uit, het gaat om de positionering van je plek.
‘Die positionering moet je overal in terugzien: in de winkels, musea. In plaats van ‘stay away’-campagnes voor Engelse toeristen moet je een aanbod creëren waaraan zo’n groep geen behoefte heeft. Dát is het tegengif voor massatoerisme. Ik denk dat je ondernemers ook prima kunt uitleggen dat een duurzame ontwikkeling van toerisme ook in hun belang is.’
Dan gaat het misschien niet zozeer om een economische elite maar wel om een culturele elite, toch? Geen bestemming zal zich willen richten op zuipende jonge Britten.
‘Nee, maar voor jongeren kun je bijvoorbeeld wel inzetten op sporttoerisme. Ik ben bezig met een berggebied in Italië dat weet: die sneeuw ligt er binnenkort niet meer, en inwoners trekken er weg. Daar gaan we iets doen met sportactiviteiten, zoals klimmen en voetbaltoernooien. Je kunt het aanbod op heel veel verschillende manieren inrichten.
‘En daar waar het toerisme echt blijft wringen, moeten maatregelen worden genomen om het bezoek zo veel mogelijk te managen. Bijvoorbeeld door toeristen hun vervoer, musea of accommodatie vooraf te laten reserveren. Of door een systeem van toeristenbelasting in te voeren dat de grootste overlastbezorgers en de minst kwaliteitsvolle bezoekers, zoals dagjesmensen die minder geld uitgeven dan overnachters, het hardst treft.’
Volgens u kunnen bestemmingen daarbij ironisch genoeg wat leren van Disneyland.
‘Als je kijkt naar de managementstrategie van de bezoekersstromen die ze daar hebben, is Disneyland zeker een best practice. Bijvoorbeeld als het gaat om intelligente bewegwijzering, het entertainment bij wachtrijen, dynamische en anticyclische tarieven voor attracties op rustige momenten en evenementen die vooral in het laagseizoen worden georganiseerd.’
Denkt u dat een duurzame manier van toerisme nog mogelijk is?
‘Ik blijf erbij dat als je het goed beheerst en de draagkracht niet overschrijdt, het goed kan. En ik ben ook hoopvol over de toerist van morgen. Ik ben een boomer, maar ik zie dat mijn studenten in Venetië er veel meer voor openstaan om op een andere manier te reizen. Zij zijn bereid hun energie te stoppen in iets dat authentiek en uniek is. Ze hoeven niet zo nodig als een kudde door Venetiaanse straatjes te zwalken, ze zijn meer te porren voor niet-platgetreden paden.’
Zijn zij niet ook degenen die aansluiten in de TikTokrij voor een puntzak friet?
‘De invloed van technologie is inderdaad iets waar ik minder optimistisch over ben: sociale media leiden ertoe dat de concentratie van bezoekers alleen nog maar sterker wordt en ik vrees ook dat dit de komende jaren alleen maar erger zal worden door AI, die alleen maar meer van hetzelfde adviseert aan mensen die vragen om vakantiesuggesties.’
Kan klimaatverandering het tij misschien nog keren?
‘Het staat als een paal boven water dat het veranderende klimaat plekken meer en minder aantrekkelijk maakt. Noord-Europa wordt in de zomer aantrekkelijker, terwijl het Middellandse Zeegebied dan niet te harden is door de hitte en klimaatgerelateerde natuurrampen. In het voor- en winterseizoen zal dit omgekeerd zijn. Ik denk dat dit verregaande gevolgen heeft voor onze vakanties, maar het lost het probleem met overtoerisme niet op. Het verschuift het eerder.’
Heeft u de burgemeester van uw vakantie-eiland Vis uw draagkrachtberekening al aangeboden?
‘Een van de mogelijkheden om de bezoekersstroom hier te beïnvloeden is de ferry vanaf Split: door met het aantal afvaarten en plekken op die boot te gaan rommelen, kun je de draagkracht in balans houden. Ik heb er informeel al met wat ondernemers over gesproken. Sommige hadden er wel oren naar, maar andere willen natuurlijk het liefst zo snel mogelijk zo veel mogelijk poen opstrijken. Ik kan alleen maar hopen dat het binnen de perken blijft.’
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Wilt u belangrijke informatie delen?
Mail naar tips@volkskrant.nl of kijk op onze tippagina.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant