Maurits de Bruijn begon met grote twijfel aan In orbit, de ruimteroman waarmee Samantha Harvey vorig jaar de Booker Prize won. Maar wat een schoonheid schuilt er in de alledaagsheid die ze beschrijft, zó ver weg van het alledaagse.
Het domein van een roman. De plaats die de bakermat van het verhaal vormt. De setting die over het voetlicht wordt gebracht. Wat mij betreft een van de boeiendste aspecten van fictie, omdat de plaats delict ingrijpt op alle overige aspecten, haar invloed uitoefent op plot, toon en stijl. Zij is oneindig veel meer dan een verzameling decorstukken. Ik zou durven beweren dat al dat andere, het complete verhaal, ontspruit uit die locatie.
Samantha Harvey koos voor in In orbit de ruimte buiten de dampkring als standplaats, en heeft zichzelf daarmee voor een onmogelijke taak gesteld. Althans, dat dacht ik toen ik aan het uiterst dunne boek begon. Ik was niet zozeer benieuwd naar het verhaal; ik vroeg me vooral af hoe Harvey dacht weg te komen met de duivelse beslissing haar verhaal te situeren in een ruimtestation.
Wat leest de schrijver deze zomer? Komende weken tippen nog drie schrijvers hun favorieten. Vandaag: Maurits de Bruijn (1984), schrijver van onder meer Broer (2012), over zijn verdwenen broer en Ook mijn Holocaust (2020). Met Randy Vermeulen maakte hij de podcast En niemand bleef onaangeraakt (2024), over de aidsepidemie in de jaren tachtig. Zijn roman Man maakt stuk stond dit jaar op de shortlist van de Libris Literatuur Prijs.
Verder van het bekende kan een auteur niet reiken, zou je zeggen, en ik hoopte er stiekem op dat haar missie zou falen.
De oorden buiten onze dampkring zijn in Harveys optiek allereerst gebieden waar onze kennis tekortschiet, lijkt het. Haar beschrijvingen van die onbekende domeinen zijn nogal pompeus: zo wordt ruimtereizen algauw een langgerekte droom, en de blik die het ruimtestation op de aarde biedt magisch en transformatief.
Heel eerlijk, die toon vermoeide me af en toe, en bovendien: die zoetsappige, allesovertreffende blik op de ruimte kennen we al wel. Misschien dat proza vanzelf opzwelt als je je verhaal in het heelal laat afspelen. Zo vergelijkt een van de ruimtevaarders een ruimtewandeling met zijn tijd in de baarmoeder. Dat zweven zou gelijkenis vertonen met nog niet geboren zijn.
Sfeer en taal van In orbit deden me denken aan Hier hoor je niemand over, de debuutroman van Patricia Lockwood. Daarin staat het internet centraal – ook al zo’n oneindig domein, even gloedvol behandeld. Ondanks die lichte ergernis voerde In orbit me mee, en ik meen dat dat te danken is aan de meer ontnuchterende, alledaagse beschrijvingen van het terrein dat ze verkent.
Het zijn juist de vloeibare maaltijden, de toiletbezoeken, de krachtoefeningen die moeten voorkomen dat de spieren van de astronauten verweken, de oncomfortabele pakken die de personages dragen, hun interacties en hun overpeinzingen die het geheel een niet te ontkennen waarheidsgehalte meegeven – en bovendien een zeldzame blik op de binnenwereld van een ruimtestation bieden. Deze fragmenten kregen extra glans – overigens niet alleen omdat ze alledaags zijn.
Het zijn passages die weten te ontsnappen aan het aardse hier en nu. Tijdens het lezen van precies deze beschrijvingen dacht ik, nee, voelde ik: in de opdracht die Harvey zichzelf heeft gesteld, is ze ruimschoots geslaagd.
Glimpen zijn het, tot haar personages weer toegeven aan de magnetische aantrekkingskracht die de ramen van het ruimteschip op hen uitoefenen. Keer op keer worden ze ernaartoe gezogen, om de door ons bewoonde planeet te bezien. De semispirituele beschrijvingen van die aarde deden me soms met mijn ogen rollen – zeker wanneer onze planeet weer als spiegel moet dienen voor het tekortschieten van de mens.
En toch: steeds wanneer Harvey zich wendt tot een magische maar aardrijkskundige beschrijving van gebergten, van steden die zich met hun onnatuurlijke licht onderscheiden, van woestijnkraters, rivieren, sneeuwvlakten en oceaanoppervlakten, werd ik – bij gebrek aan een betere term – wederom meegevoerd.
Hier hoor je niemand over had zomaar de titel van In orbit kunnen zijn: wat het lezen van beide romans zo aantrekkelijk maakt, is het gevoel dat ik onontgonnen en onbeschreven terrein betreed.
Laboratoriumratten zijn het, de ingezetenen van het ruimteschip waarop Harvey haar blik richt. Natuurlijk in de eerste plaats van de schrijver zelf, die hen heeft bedacht. Maar ze zijn ook in letterlijke zin proefdieren van het wetenschappelijke circus waaraan ze tijdens hun missie worden onderworpen.
Hun bloedwaarden, herseninhoud, hartslag, eetlust: allemaal data die moeten leiden tot volgende excursies, maan- en Marsreizen, toekomstige neokoloniale, planetaire tochten. Stuk voor stuk teneinde ‘de leegte te veroveren’, zoals de schrijver het zo treffend beschrijft. Daarin schuilt de tragiek van deze zes mensen en natuurlijk van de gehele mensheid, begrijpt Harvey: die ligt besloten in onze tijdelijkheid, onze nietigheid.
De schrijver kleurt hun levens in, maar geeft hun bewust niet al te veel persoonlijkheid. Die keuze pakt perfect uit. In die nietig- en niksigheid gaat het werkelijke drama schuil.
Het meest bevrijdende en aantrekkelijke aan In orbit is dat we over het heelal mogen lezen in een boek dat geen sciencefiction wil zijn, geen non-fictie is, niet op plot drijft, maar voortstuwt op een verlangen de enig overgebleven leegte te ontginnen.
De roman is zo uitzonderlijk omdat het proza is gestoeld op een oneindig gissen, de poging van een auteur om de leegte in te kleuren en overtuigend over het voetlicht te brengen. Een koorddansen waarin oneindige vergezichten worden voorzien van spanning en geloofwaardigheid, en de onmiskenbare mystiek van de ruimte onaangetast blijft. Daarmee wordt iedere zin een zoekende beweging, een diep menselijk proberen. En dat in een verhaal waarin de mens nauwelijks een rol speelt.
O, wacht, dat is natuurlijk compleet onmogelijk. Er is weinig menselijker dan het faalbare, dan de literatuur, en op dat gebied is er weinig menselijker dan het onweerstaanbaar spectrale In orbit.
Samantha Harvey: In orbit. Uit het Engels vertaald door Kitty Pouwels. De Bezige Bij; 176 pagina’s; € 22,99.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant