Plasticvervuiling Unilever boorde met miniverpakkingen een enorme markt aan in Azië. Maar die plastic zakjes zijn slecht recyclebaar en belanden in de natuur. Het concern zoekt al vijfentwintig jaar naar een oplossing, nu via een nieuwe recyclingtechniek van het Rotterdamse Obbotec-SPEX.
Protestactie van Greenpeace in Indonesië met plastic afval van Unilever (2024).
Vuilnismannen Achmad (34) en Wartadi (35) staan tot hun middel in een smal, intens stinkend kanaal in een volksbuurt van Zuid-Jakarta, hun katoenen broeken doorweekt met zwaar vervuild water. Bijna elke dag varen ze door de wijken om afval uit de stadswateren te vissen.
Terwijl Achmad de vlonder vasthoudt, vist Wartadi een tak met plastic eraan uit het stroompje en gooit het op een berg verzameld afval. Een klein zakje dwarrelt weg en waait naar de kant.
Bewoner Izu (51), die net als Achmad en Wartadi één naam heeft, kijkt toe vanaf de brug. Met zijn vrouw runt hij vlak naast het stroompje vol afval een kapsalon. Ook de asfaltweg voor zijn huis ligt vol zwerfafval. „Het heeft vannacht geregend”, zegt Izu. „En bij elke bui overstroomt het kanaal, dan loopt de wijk onder en spoelt het afval mee.” Vooral de plastic zakjes glippen overal tussendoor en blijven her en der liggen.
Die kleine zakjes vind je in alle hoeken. „Ze zijn lastig op te ruimen”, zegt Nuri Surosa (65). De winkelier staat achter de toonbank van zijn bescheiden toko, een van de vele duizenden buurtsupers in de stad. Om hem heen hangen lange strippen kleine plastic zakjes met zeep, shampoo, wasmiddel van de merken Rinso, Dove, Lifebuoy, Clear, Sunlight. Alle geproduceerd door Unilever.
In westerse landen zijn ze onbekend, maar vooral in Azië zijn ze vast onderdeel van het straatbeeld. Lange, glimmende strips met miniverpakkingen. Shampoo voor één douchebeurt, wasmiddel voor één wasbeurt of crème voor één keer smeren.
Deze miniverpakkingen – internationaal met de Franse term sachets aangeduid – zijn nauwelijks recyclebaar. Vaak waaien ze de natuur of rivieren in omdat ze zo licht zijn – waardoor microplastics in het milieu komen. Tegelijk zijn ze belangrijk voor de omzet van levensmiddelenconcerns als het Britse Unilever en het Amerikaanse Procter & Gamble in ontwikkelingslanden.
Uit onderzoek van Greenpeace blijkt dat Unilever ’s werelds grootste verkoper is van plastic sachets. Het gaat volgens de milieuorganisatie inmiddels om zo’n vijftig miljard stuks per jaar. Sinds 2010 belooft Unilever het afval van deze miniverpakkingen te „tackelen”.
Met de miniverpakking zit het concern vast in een systeem dat het mede creëerde. Unilever speelde een grote rol in het aan de man brengen van de miniverpakking in landen als India. Zo kon het ook shampoo gaan verkopen aan de armere bevolking, afhankelijk van een dagloon.
In 2023 noemde Paul Polman, tot 2019 topman van Unilever, de sachets een van de fouten van het bedrijf. Hij scheef in een opiniestuk in Fortune dat het concern te veel geloofde het milieuprobleem wel te kunnen oplossen. „Ondanks onze inspanningen, en God weet dat we het hebben geprobeerd, bleek het onmogelijk zulke kleine verpakkingen met zo weinig waarde op grote schaal in te zamelen, laat staan te recyclen. We moeten er voorgoed vanaf.”
Buurtbewoner en klant Ernita knipt in de winkel van Nuri Surosa een zakje kruidenmix van een plastic strip.
Maar Unilever doet geen afstand van de zakjes. Hein Schumacher, tot dit voorjaar topman bij Unilever, gaf aan dat hij „vastbesloten was” een oplossing voor het probleem te vinden. Het concern begon in 2001 met zoeken en oplossingen proberen. Bijna vijfentwintig jaar later zoekt Unilever nog steeds.
Op een bedrijventerrein in de Rotterdamse Botlek houdt Thor Tummers een doos Unox-soepzakken in zijn handen. Tummers houdt zich bij Unilever met circulaire verpakkingen bezig en is op bezoek bij start-up Obbotec-SPEX. Hij komt er regelmatig, en bracht eerder rollen Conimex-verpakkingen en zakken Sun-vaatwastabletten mee.
De start-up gaat die verpakkingen vervolgens recyclen. Met een techniek die, hoopt Unilever, een oplossing kan zijn voor betere recycling van plastics.
Harde plastics kunnen in het algemeen al redelijk worden gerecycled. Maar bij flexibele plastics met meer lagen, zoals de miniverpakkingen in Azië, is de recycling „bijna nul”, aldus Tummers.
Bijna altijd gebeurt plasticrecycling mechanisch: afvalplastic sorteren, schoonmaken, versnipperen en omsmelten naar korrels. Die zijn dan weer te gebruiken voor ‘nieuw’ plastic. Maar dat is lastiger bij flexibele plastics, legt Tummers uit. Bij de productie van folie wordt een soort ballon geblazen. „Die mag eigenlijk niet scheuren. Maar als je gerecycled plastic bijmengt, scheurt die folie sneller en moeten de machines worden stilgelegd. Inputmateriaal moet dus heel schoon zijn.”
Een beetje mechanisch gerecycled plastic bij flexibele verpakkingen bijmengen doet Unilever in Nederland soms al wel. „Maar daar merk je kwaliteitsdegradatie. We zien dat in kleur: het plastic wordt grauwer en grijzer.”
Een alternatief is chemische recycling, waarbij het plastic helemaal wordt afgebroken tot basisbestanddelen en dan opnieuw opgebouwd. Maar dat is impopulair omdat het duur is, veel energie kost, en er veel materiaal verloren gaat.
Bij Obbotec-SPEX ontwikkelen ze een derde pad: recycling via een oplosmiddel. „Oplossen van plastic gaat onder hoge druk en temperatuur, met een oplosmiddel”, zegt Tummers. „Daar zijn dunne verpakkingen bij uitstek voor geschikt.”
Het is niet de eerste poging van Unilever om een oplossing voor recycling van flexibele plastics te vinden in zogeheten dissolutietechnologie. In een gezamenlijk project met het Duitse onderzoeksinstituut CreaSolv werd vanaf 2017 in een fabriek op het Indonesische eiland Java geprobeerd via een vergelijkbare techniek plastic folies te verwerken. Het doel was zo meer dan 60 procent van de folie terug te winnen. Dat zou weer gebruikt worden voor nieuwe verpakkingen van het wasmiddel Rinso.
In eerste instantie lukte het de fabriek alleen van het gebruikte plastic industriële brandstof te maken, geschikt voor energiecentrales en diverse industriële processen. Daarna probeerde de fabriek toch een gerecycled materiaal te maken, maar dat bleek te vervuild. „Daar konden wij geen verpakking van maken”, zegt Tummers, „dus dat werd eigenlijk een vulmiddel voor dikwandige toepassingen”. Het probleem zat in de inzameling: de ene keer kwam er redelijk schoon materiaal binnen, de andere keer was het zwaar vervuild. Een les die het bedrijf trok uit het avontuur: zulke dingen kan je beter eerst in West-Europa uitontwikkelen.
Met dezelfde overgave als waarmee Unilever nu oplossingen zoekt, probeerde het ooit zoveel mogelijk klanten in Azië te verleiden tot de miniverpakking. In het recent verschenen boek Consumed, how big brands got us hooked on plastic beschrijft een journalist van The Wall Street Journal hoe de lokale tak van Unilever eerst in de Filippijnen en daarna in India in de jaren tachtig sachets met vloeibare shampoo introduceerde. Het concern richtte zijn reclames specifiek op delen van India waar mensen hun haar nog niet met shampoo wasten.
Menig dorpeling had geen toegang tot stromend water en baadde zich in een rivier of met emmers. Unilevers tv-reclame liet zien hoe inmasseren van shampoo werkt. Het bedrijf bood Indiase vrouwen een gratis haarspeld bij elk zakje Sunsilk-shampoo. Het concern schreef later ook een prijsvraag uit waarbij kopers van een zakje shampoo goud konden winnen.
Tussen Unilever en de Amerikaanse concurrent Procter & Gamble ontstond vervolgens een titanenstrijd om het enorme klantenpotentieel van India. Beide concerns deelden miljoenen gratis sachets uit om Indiërs voor zich te winnen, grotendeels aan mensen die geen shampoo gebruikten.
Verkoper Nuri Surosa (65) in zijn bescheiden buurtsuper.
De miniverpakking sloeg aan. In 2004 bestond 90 procent van de shampooverkoop op het Indiase platteland uit sachets, in de steden was het 70 procent. Miniverpakkingen worden nu ook gebruikt voor producten als deodorant, tandpasta, gezichtscrème, muggenzalf en haarolie.
Maar juist die arme delen van India kenden geen vuilnisophaalsysteem. In 2001 publiceerde de lokale krant Lucknow Times een interview met een boer die vertelde dat veel van zijn koeien stierven na het eten van plastic. „Dat spul, met onze merknamen erop, begon op te duiken op stortplaatsen en in de natuur”, vertelt Nihal Kaviratne, voorheen werkzaam bij Unilever, in het boek Consumed. „Wij schaamden ons, want het was duidelijk naar ons terug te voeren.”
Shiv Shivakumar, voormalig hoofd shampoomarketing van Unilever in India, zegt in hetzelfde boek: „We wisten dat sachets de goedkoopste manier waren om onze producten bij de consument te krijgen, maar ook de meest vervuilende. Vanaf 2001 zochten we oplossingen, maar tot op de dag van vandaag is er nog geen antwoord.”
Unilever doet inderdaad al jaren onderzoek om het milieuprobleem te verkleinen. Papieren sachets? Niet sterk genoeg voor de vochtige lucht in Azië. Bioplastic? Niet recyclebaar, en er komen alsnog microplastics door in het milieu.
Sinds 2018 voerde Unilever wereldwijd meer dan vijftig projecten uit met hervulbare verpakkingen. Het werkt een beetje, maar met name in Azië wordt het alleen op kleine schaal toegepast. Bovendien is de hervulbare verpakking niet ideaal: zo kan schimmel optreden in shampooflessen waar schoonmaakwater in achterblijft.
Unilever blijft zoeken naar een oplossing, via slimme sorteertecnieken en nieuwe recyclingmethoden. Zoals het project met Obbotec-SPEX. Het concern heeft met de start-up afgesproken het gerecyclede materiaal in te zullen kopen – wat duurder is dan nieuw fossiel plastic gebruiken. Die gegarandeerde afzet maakt het voor Obbotec-SPEX makkelijker investeerders te vinden en op te schalen.
De recyclingtechnologie kan schoon plastic uit oude verpakkingen halen en zelfs het aluminium erin terugwinnen. Op termijn wil het bedrijfje een aanvraag doen om het gerecyclede materiaal goed te keuren voor gebruik als voedselverpakking. Met die toelating wordt er meer voor betaald, dus dat maakt de businesscase interessanter. „De testen zijn veelbelovend”, zegt Tummers. „Het duurt allemaal lang, maar de testresultaten zijn echt goed.”
Obbotec-SPEX probeert nu in zijn proeffabriek de laatste restjes verkleuring en vervuiling uit het gerecyclede materiaal te krijgen. Het zal nog lang duren – de ondernemers zelf verwachten twee jaar – voordat een commerciële fabriek serieuze volumes produceert. En dan helpt dit voorkomen dat in Nederland flexibele plastics in afvalovens belanden (wat meer CO2-uitstoot betekent), maar is er nog niks mee opgebouwd in Azië. Dat zal nog langer duren.
Na een kwart eeuw vergeefs zoeken naar oplossingen in innovatie zou Unilever ook kunnen stoppen met de miniverpakking. Het zou bijvoorbeeld wasmiddel of shampoo in grotere verpakkingen kunnen verkopen. Dat scheelt plastic, en de zakjes waaien minder makkelijk de natuur in.
Maar dat doet het bedrijf niet. Arme mensen zouden die grotere hoeveelheden shampoo en tandpasta „niet kunnen betalen”, aldus Unilever. Bovendien: „Bij een grotere verpakking blijft de uitdaging bestaan dat er geen goede recycling-infrastructuur is in die landen.”
Behoud van marktaandeel speelt mogelijk ook een rol. Kopen mensen straks geen kleine zakjes Sunsilk-shampoo meer, dan kopen ze wel Pantene van de concurrent. Stoppen zonder verlies van omzet gaat dus alleen als voor alle partijen dezelfde voorwaarden gelden. Daar zou wetgeving bij kunnen helpen.
Daar lijkt Unilever dan weer geen voorstander van. Reuters meldde in 2022 dat het concern in Azië juist een lobby voerde tegen uitbannen van de miniverpakking. Het persbureau achterhaalde op basis van anonieme betrokkenen dat Unilever in India en de Filippijnen lobbyde tegen een voorgenomen verbod op sachets. Die voorstellen werden inderdaad ingetrokken.
In 2021 zou Unilever volgens Reuters de overheid in Sri Lanka onder druk hebben gezet om een verbod op miniverpakkingen te heroverwegen. Toen het verbod er toch kwam, op sachets met minder dan 20 milliliter, probeerde het concern dat te omzeilen. Het bundelde z’n 6-milliliterzakjes shampoo en conditioner in fourpacks: vier zakjes van samen 24 milliliter. De natuur schoot er niks mee op.
Na Sri Lanka staan inmiddels meer landen open voor een verbod op kleine zakjes. Indonesië overweegt de verkoop van miniverpakkingen per 2030 te verbieden. Het Indonesische eiland Bali neemt daar een voorschot op, en wil vanaf volgend jaar al miniverpakkingen uitsluiten.
Unilever meldt nu desgevraagd niet langer tegenstander te zijn „van regelgeving die het gebruik van sachets beperkt”.
Greenpeace ziet bij Unilever inderdaad „verandering”, schrijft de milieuclub op zijn site. Deze week vindt onder aanvoering van de Verenigde Naties een internationale top plaats in Zwitserland om plasticvervuiling tegen te gaan. Unilever spreekt zich nu ook uit voor bindende afspraken over „limiteren” van de plasticproductie en „vervangen van wegwerp door herbruikbare alternatieven”.
Greenpeace noemt het een „steunbetuiging” en „essentiële stap in onze strijd om het plasticprobleem aan te pakken” – waar olie- en chemiebedrijven juist lobbyen tegen het beperken van productie. Maar, aldus Greenpeace, „helaas wordt er nog steeds GEEN actie ondernomen om plastic sachets af te schaffen, hoe dringend dat ook nodig is”.
In zijn buurtsuper in Jakarta herinnert Surosa zich de tijd dat mensen hun koffie, waspoeder of stukjes zeep in papieren verpakkingen mee naar huis namen. Maar hij denkt niet dat mensen snel teruggaan naar die tijd, van vóór het plastic. Buurtbewoner en klant Ernita (54) pakt de schaar van de toonbank en knipt een zakje kruidenmix van een van de strippen die onder de overkapping hangen. Een grotere hoeveelheid kan ze niet in één keer betalen. „Dat geldt voor iedereen hier in de wijk”, reageert Surosa. En, vult Ernita aan, de kleine zakjes zijn ook gewoon gemakkelijk in gebruik.
Een vuilnisman veegt in Jakarta klein plastic afval bij elkaar.
Aangespoord door de toenemende ernst van plasticvervuiling in de natuur, oceanen en microplastics in ons lichaam onderhandelen momenteel 175 landen in Zwitserland om, na vijf eerdere onderhandelingsrondes, mogelijk een akkoord te sluiten tegen plasticvervuiling.
Hoewel milieuorganisatie Greenpeace dat graag zou willen, staan sachets niet als apart onderwerp op de agenda. Eerst wordt in grotere lijnen gesproken over de mogelijkheid de plasticproductie te beperken – waar Nederland voorstander van is – en over mogelijke afspraken rond herbruikbaar in plaats van wegwerp. Het is de vraag of het zo ver komt, want de olie- en chemische industrie ziet liever niet dat de productie van plastic aan banden wordt gelegd.
Een overzicht van de verhalen die de economieredactie vandaag heeft gemaakt
Source: NRC