Home

Waar ING en ABN Amro kiezen voor beleggersdouceurtjes, lopen de kapitaalbuffers van Rabobank op

Cijferseizoen banken Wat betreft sparen krijgen ABN Amro, ING en Rabobank het verwijt dat ze elkaar te veel nadoen. Op een ander vlak lijkt er nu wel een groot verschil te ontstaan: hoe veel kapitaalbuffers de banken aanhouden. Alleen bij Rabobank lopen de buffers op.

Het hoofdkantoor van ABN Amro. De bank deelt 54 eurocent uit aan interimdividend. Foto ANP

Alle drie de grote Nederlandse banken boeken nog altijd flink hoge winsten, is de conclusie na de jongste cijfers van ABN Amro, ING en Rabobank. En dat ondanks de door de Europese Centrale Bank gehalveerde rente, van 4 naar 2 procent. Die zette weliswaar de voor de inkomsten zo belangrijke rentemarge onder druk, maar de banken wisten dat grotendeels te compenseren door meer vaste vergoedingen voor bankdiensten – fees in bankenjargon. Denk dan aan de afgelopen jaren bij alle banken sterk verhoogde kosten voor een betaalrekening of het doen van beleggingen via de bank.

Wat wel uiteenloopt tussen de banken, is wat de banken vervolgens met die inkomsten doen. En daarin kiezen de beursgenoteerde ING en ABN Amro onomwonden voor hun aandeelhouders, terwijl Rabobank voor financiële versterking kan kiezen – de coöperatieve bank is immers niet op de beurs genoteerd.

ING meldde vorige week al in het tweede kwartaal een winst te hebben behaald van 1,7 miljard euro, een lichte daling van 7 procent ten opzichte van een jaar geleden. ABN Amro boekte in het tweede kwartaal een nettowinst van 606 miljoen euro, een min van 6 procent. Rabobank rapporteerde donderdag over het gehele eerste halfjaar. De bank uit Utrecht zag de nettowinst het minste dalen ten opzichte van de recordwinst van een jaar eerder, met minus 4 procent naar 2,7 miljard euro. Ter vergelijking: ING boekte over de eerste twee kwartalen opgeteld een winst van 3,1 miljard euro, ABN Amro 1,2 miljard.

Wat met die winst te doen? Banken beloven hun aandeelhouders doorgaans sowieso een deel van de winst, in de vorm van dividend. ABN Amro deelt 54 eurocent uit aan interimdividend. ING maakt per aandeel 35 eurocent over. Over het hele jaar streven beide banken naar een uitkering van de helft van de winst. Dat wat resteert wordt dan toegevoegd aan het eigen vermogen.

De Rabobank heeft geen aandeelhouders. Weliswaar gaat een klein deel van de halfjaarwinst (8 procent) in de vorm van dividend wel naar de houders van certificaten (een alternatieve vorm van een aandeel met minder inspraak). Het leeuwendeel van de winsten van de bank wordt echter bij het kapitaal opgeteld van de Rabobank.

En dat brengt dit cijferseizoen een opmerkelijk verschil aan het licht tussen de grootbanken, die doorgaans het verwijt krijgen zoveel op elkaar te lijken – wat betreft spaarproducten voor consumenten zijn ze zelfs vorig jaar door de Autoriteit Consument & Markt beschuldigd van een stilzwijgend kartel. En dat verschil zit in de zogeheten kapitaalratio, een maatstaf voor hoe sterk een bank is wat betreft financiële buffers.

De maatstaf in de bankensector hiervoor heet voluit de Common Equity Tier 1-ratio (CET1). Dat is grofweg gezegd de verhouding tussen het eigen vermogen van de bank – het kapitaal – ten opzichte van de risicodragende bezittingen van de bank op de balans. Denk daarbij vooral aan leningen aan klanten, zoals hypotheekleningen of bedrijfskredieten. Het idee: als het misgaat met een paar leningen, heeft een bank voldoende kapitaal nodig om dat verlies op te vangen.

Het hoofdkantoor van Rabobank. De bank heeft geen aandeelhouders. Foto Pepijn Kouwenberg

Afhankelijk van hoe risicovol een bank opereert, wordt van de Nederlandse banken door de toezichthouders een CET1-ratio geëist van net onder (ING), op (Rabo) of net boven (ABN) de 11 procent. De CET1-ratio’s Nederlandse banken zitten ruim boven die toezichtseis. In een recente stresstest van de Europese toezichthouders werden alle kapitaalratio's (wel op basis van die van einde 2024) bovendien voldoende bevonden om grote schokken op te vangen.

Maar de verschillen tussen de banken beginnen wel op te lopen. De CET1-ratio van de Rabobank bedroeg op 1 juli van dit jaar, mede dankzij de toevoeging van de winst, 19,9 procent. ING rapporteerde een CET1-ratio van 13,3 procent, ABN Amro 14,8 procent.

Dat bij de twee beursgenoteerde banken sprake is van een dalende trend – en beide banken communiceren ook dat ze in principe nog wat verder naar beneden willen – komt door de inkoop van eigen aandelen. Daar wordt het eigen vermogen voor ingezet.

ABN Amro deelde afgelopen woensdag mee voor 250 miljoen euro aandelen van de markt te halen (of naar rato te kopen van de Nederlandse staat, die nog iets minder dan een derde van de aandelen heeft). De nieuwe topvrouw van de bank, Marguerite Bérard, komt aanstaande november met een oordeel of er meer ruimte is voor dit soort programma’s. ING heeft sinds het voorjaar voor 2 miljard euro een inkoopprogramma lopen, na een programma van 2,5 miljard euro vorig jaar.

Eigen aandelen kopen

Zo’n aandeleninkoopprogamma levert voor de beleggers die hun aandelen verkopen een directe opbrengst op, maar verhoogt in potentie ook het dividend per aandeel van de beleggers die blijven zitten. Banken die hun kapitaalratio hoog houden, worden er dan ook van beschuldigd ‘geld werkeloos op de plank te hebben liggen’. Volgens ING-bestuursvoorzitter Steven van Rijswijk zou dat zelfs ten koste gaan van klanten: „Werk je met te veel kapitaal, dan komt er te veel druk van de kapitaalverschaffers [aandeelhouders] om meer rendement te halen”, vertelde hij eerder dit jaar. Die druk op meer rendement kan dan ten koste gaan van klanten. „Want dan moet je wellicht te veel je prijzen verhogen.”

Beleggers in banken rekenen inmiddels op de aandeleninkopen. Dat is ook te zien als banken – tegen die verwachting in – daar niet toe besluiten of minder aankondigen dan verwacht. Zo stelde ABN Amro driekwart jaar geleden hun besluit over aandeleninkoop uit, omdat het achterstanden had in haar risicomanagement. Na die mededeling leverde het aandeel fors in. Het aandeleninkoopprogramma van ABN Amro dat deze woensdag werd aangekondigd – eigenlijk het uitgestelde programma – stelde dan weer teleur. Analisten hadden gemiddeld op een programma van meer dan een half miljard gerekend, in plaats van de kwart miljard die werd aangekondigd. Resultaat: ook weer een min op het Damrak woensdag (al is het aandeel daarna weer sterk teruggeveerd).

Bij ING vond anderhalf jaar geleden ook zo’n beursreactie plaats. Tijdens een toelichting van de jaarcijfers over 2023, bleek uit de vragen van analisten dat zij eigenlijk hadden gerekend op een mededeling over het aandeleninkoopprogamma die dag. Mede daarom werd het aandeel ING die dag 7 procent lager gezet. Topman Steven van Rijswijk was destijds over die veronderstelling van de analisten best verbaasd, want zijn bank zegt altijd alleen bij de eerste- en derdekwartaalcijfers iets over dergelijke douceurtjes voor beleggers.

Rabobank heeft vorig jaar voor het eerst in haar bestaan ook een certificateninkoopprogramma gedaan. Voor een bedrag van 1 miljard euro werden ongeveer een op de acht certificaten uit de markt gehaald. Dat was wel meteen de laatste keer, benadrukte de bank destijds: het was een eenmalige actie.

‘Luxepositie’

De verdiende miljarden komen er dit jaar dan ook bij Rabobank grotendeels op de balans bij. Ondanks een stijging van het aantal hypotheekleningen en mkb-kredieten – de andere kant van de ratio dus – kwam de CET1 zoals gezegd uit op 19,9 procent. De financieel directeur van de Rabobank, Bas Brouwers, noemde de kapitaalpositie van de bank donderdag dan ook een „luxepositie”.

Wat kan een bank als Rabobank doen met die ruimte kapitaalbuffers? En is dus ook een eventueel alternatief voor ING en ABN Amro voor het aandeleninkoopprogramma waarvoor ze nu kozen?

Voor een bank met veel kapitaal op de balans is het makkelijker om te groeien: er kan makkelijk meer risico in de vorm van nieuwe leningen op de balans worden genomen, zonder dat dit de CET1-ratio meteen al te veel onder druk komt te staan. Rabobank lijkt dat voordeel al uit te venten: de bank vergrootte naar eigen zeggen op zowel de hypotheekmarkt als de markt voor mkb-leningen het marktaandeel in Nederland.

Bestuursvoorzitter Stefaan Decraene vertelde donderdag ook dat Rabobank door het vele kapitaal makkelijk eventuele overnames kan doen, indien er een mogelijkheid voorbij komt. „Maar het geld brandt niet in mijn zakken hoor.” Dat de CET1-ratio’s van de andere twee lager staan, betekent overigens niet dat zij niet ook naar potentiële overnames kijken. ABN Amro rondde recent zelfs een overname af: de Duitse private bank Hauck Aufhäuser Lampe voor een bedrag van rond de 670 miljoen euro. Mochten ING en ABN echter grotere overnames willen doen, moeten zij kort door de bocht eerder weer aankloppen bij hun aandeelhouders voor de financiering daarvan.

Het hoofdkantoor van Rabobank. De bank heeft geen aandeelhouders. Foto Pepijn Kouwenberg

Brouwers van Rabobank zei verder donderdag dat zijn bank door de hoge kapitaalpositie ook genoegen kon nemen met iets minder rendement op leningen, „al mag ik dat natuurlijk eigenlijk niet zeggen als cfo [financieel directeur]”. Volgens hem moet „een lager rendement wel gemerkt worden door de klant of impact hebben.” „Een lager rendement mag niet het gevolg zijn van dat wij luier zijn of minder kostenefficiënt.” Als voorbeelden van impact noemde Brouwers kortingen op duurzame hypotheken of leningen met lage rentes voor agrariërs die willen verduurzamen.

Is een bank met een hogere kernkapitaalratio een betere bank? Dat is zeker geen wetmatigheid. Kijk hiervoor maar naar de vierde bank van Nederland, ASN Bank (dat tot 1 juli nog de Volksbank heette). ASN, dat nog volledig in staatshanden is, rapporteerde vrijdag over het eerste halfjaar een CET1-ratio van 20 procent – nog hoger dus dan Rabobank.

Toch worstelt ASN, dat in feite alleen een spaar- en hypotheekbank is, al jaren met het verdienvermogen. Voor elke euro aan inkomsten, moet de bank nu 70 cent aan kosten maken. Bij de andere bank ligt dat tussen de 50 en 60 cent. Dat zorgt ervoor dat als ASN wilt groeien in leningverstrekking – en daarover lijkt bij geen enkele bank twijfel te zijn dat dat een doel moet zijn – het daarvoor zelf op termijn te weinig nieuw kapitaal genereert. Voor elke nieuwe lening moet immers wat kapitaal opzij gezet worden. „Ook als je staatsbank bent, moet je niet terugvallen op de belastingbetaler als je wilt groeien”, zei bestuursvoorzitter Roland Boekhout daar deze zomer over tegen NRC. „Dat is nu wel het geval, als we niet transformeren.” ASN zit midden in een grote reorganisatie – Boekhout hoopt daar eind dit jaar de eerste resultaten van te gaan zien.

Geen van de banken lijkt overigens te overwegen om de hoge winsten en het eigen vermogen in te zetten om de kosten voor een bankrekening te verlagen. Daarvoor zijn de fee-inkomsten voor banken een te aantrekkelijke, stabiele tegenhanger geworden van de immer volatiele rente-inkomsten van een bank.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Voorkennis

Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen

Source: NRC

Previous

Next