Nieuwe albums Na een tamelijk experimenteel album komt Ethel Cain nu met een opvolger van haar succesvolle debuut. En de vondst van Dirigent Nicholas Collon en zijn Finse radio-orkest krijgt vijf ballen.
Toen Hayden Silas Anhedönia in 2022 haar debuut als Ethel Cain uitbracht, voelde het alsof ze helemaal af en doordacht het podium op stapte. De muziek sloot naadloos aan op het visuele beeld dat ze neerzette, de teksten maakten het af. Toch liet ze mensen schrikken, toen ze dat succesvolle album begin dit jaar opvolgde met negentig minuten aan ruis, galm en gedreun. Nu is er alsnog een echte opvolger van dat debuut, al zijn er genoeg momenten waar ze lijkt te putten uit die experimentelere kant. Ethel Cain (1998) bouwt graag werelden. Ze groeide op in het zuiden van Amerika, in een streng christelijk gezin, met ouders die haar van school weghielden en thuis lesgaven. Met die achtergrond is het niet gek dat ze altijd al haar omgeving probeerde te vergroten door zelf verhalen te verzinnen. Haar debuutalbum kwam er vooral omdat het onmogelijk bleek om met haar middelen een film te maken. In interviews omschrijft ze zichzelf als een personage dat ze laag voor laag aan haar fans wil laten kennen. Zoals je in een game als Zelda her en der kruimels oppikt, of zoals in uitgebreide fantasyboeken nieuwe karakters via omwegen en subplots geïntroduceerd worden. Het zorgt er ook voor dat diezelfde fans of juist mensen die Ethel Cain niet mogen, wroeten in de sporen die ze online achterliet. Recent kwam daarbij een hoop lelijkheid naar boven, waar ze uitvoerig afstand van nam.
Pop
Ethel Cain
Willoughby Tucker, I’ll always love you
De op Willoughby Tucker, I’ll always love you voortgezette wereld is gotisch, met veel religieuze symboliek en een romantische nostalgie naar een Amerika dat misschien wel nooit bestaan heeft. Bij momenten gewelddadig ook. Als het gaat over een knappe jongen, dan zitten er bloedvlekken in zijn blonde haar. De enige angst die een meisje heeft, is die voor de bijrijdersstoel van een oude vrachtwagenchauffeur op een verlaten parkeerplaats. Het album zit vol met dit soort beelden, die voelen als verwijzingen. De muzikale omlijsting van haar wereld, is wat Ethel Cain boven genregenoten doet uitstijgen. Het lijken Taylor Swift-liedjes in slowmotion, vertraagt en opgerekt. Er klinken verlaten banjo’s, duister glinsterende synthesizers, uitgerekte postrockgitaren, soms een minutenlang instrumentaal stuk. En toch zijn het vaak ook goede popliedjes, die op een radiozender in een film van David Lynch een megahit zouden zijn. Maar toch, hoe vakkundig ze haar universum opbouwt of misschien zelfs daardoor, het valt op hoe weinig ze aan de verbeelding overlaat. In nummers als ‘Fuck Me Eyes’, of ‘Dust Bowl’, schrijft ze haar verhalen zo letterlijk uit dat er geen kruimels meer te zoeken zijn, het wordt hapklaar aangeboden. Een verhaal over een ontmaagding in een drive-inbioscoop, tijdens een horrorfilm. Over een populair maar diep ongelukkig meisje, een vader met een in Vietnam opgelopen oorlogstrauma. Haar eigen verbeelding is enorm, maar ze zou ook gerust meer op die van de luisteraar kunnen vertrouwen.
Ralph-Hermen Huiskamp
De beste ideeën liggen vaak zó voor de hand dat je niet begrijpt dat er nog niemand op gekomen is. De Vijfde symfonie van Jean Sibelius koppelen aan de toneelmuziek Svanevit – van diezelfde Jean Sibelius – is zo’n idee: even simpel als briljant. Dirigent Nicholas Collon en zijn Finse radio-orkest zijn de eersten die de twee werken zij-aan-zij op cd zetten.
Klassiek
Christian Tetzlaff, Fins Radio Symfonieorkest o.l.v. Nicholas Collon
Sibelius: Vijfde symfonie, 2 Serenades en 2 Stukken voor viool en orkest, Svanevit Suite
Wat maakt die vondst nou zo goed? Als eerste een thematisch bruggetje: voor de glorieuze finale van zijn Vijfde symfonie vond Sibelius inspiratie op het Finse platteland, in een vlucht van zestien zwanen. ‘God, wat een schoonheid’, noteerde hij in zijn dagboek. ‘Lange tijd cirkelden ze boven me. Verdwenen in de zonnenevel als een zilveren lint.’ Sibelius vatte die ervaring in een majestueus hoornmotief, dat klinkt als het opzwaaien van zestien paar zwanenvleugels.
En de zwaan vormt in zekere zin ook de basis van August Strindbergs toneelstuk Svanevit – ‘Zwanewit’ of ‘Witte Zwaan’ – waarvoor Sibelius in 1908 bijpassende muziek componeerde. Het jaar erop bewerkte hij die tot de korte symfonische suite die je op dit album hoort.
Het sprookje draait om prinses Zwanewit in haar kasteel vol dieren en een boze stiefmoeder. Van haar vader krijgt Zwanewit een magische hoorn, die je een paar keer terug hoort komen in Sibelius’ orkestmuziek.
De symfonie kwam inderdaad later, in 1915, en borduurde voort op Svanevit. Het tweede deel uit de suite bevat namelijk een muzikaal ideetje dat Sibelius opnieuw gebruikte in het middendeel van de Vijfde symfonie. Een puntig lijntje in de houtblazers, boven een begeleiding van geplukte snaren. Je hoort het meteen: de twee stukken zijn onmiskenbaar verwant.
De muziek voor Svanevit is, zoals eigenlijk alles van Sibelius, hoogst origineel. Niemand componeerde zoals hij. Neem alleen al het begin van de suite, ‘de pauw’. De harp, hobo’s en klarinetten spelen drieënhalve minuut lang maar één en dezelfde noot, als de roep van de pauw. Elke maat opnieuw, 103 maten achter elkaar. En toch blijft het al die tijd boeiende muziek, doordat eronder een motortje van strijkinstrumenten wordt aangezwengeld. Een typisch sibeliaanse truc, dat almaar voortstuwende momentum.
De Britse Collon kennen we in Nederland als voormalig chef-dirigent van het Residentie Orkest – een post die hij in 2021 verruilde voor dit orkest, het Fins Radio Symfonieorkest uit Helsinki. Zijn voorgangers daar groeiden allemaal uit tot veelgevraagde internationale dirigenten.
Van zijn Finse vakgenoten maakten bijvoorbeeld de succesvolle Klaus Mäkelä en Santtu-Matias Rouvali in de afgelopen jaren ook Sibelius-opnamen, bij andere Scandinavische orkesten. Om kort te gaan: Collon streeft ze hier in de Vijfde symfonie allebei ruimschoots voorbij.
De symfonieën van Sibelius zijn compact: er gebeurt veel in korte tijd, en de instrumentengroepen zitten elkaar op de lip. Als dirigent moet je daar evenwicht in zien te scheppen, anders krijg je een logge klank uit het orkest. Bij Collon klinkt alles opgeruimd en tintelfris; details zijn mooi helder te horen. Combineer dat met een orkest dat gloedvol speelt en de muziek op zijn broekzak kent, en je hebt goud in handen.
Marnix Bilderbeek
Alfredo 2 is het volgende luik van het meesterwerk dat de samenwerking van producer The Alchemist en rapper Freddie Gibbs is. Want dat het monumentaal vakwerk is, staat buiten kijf. Soms klinkt dat wat (lekker) loom, zoals op ‘Gold Feet’ of ‘Feeling’ maar op het vlijmscherpe ‘Lemon Pepper Steppers’ en ‘Mar-a-lago’, rapt Gibbs met een gretigheid alsof hij weer twintig is. Dit vervolg vernieuwt niet, maar is wel gewoon het beste rapalbum wat deze zomer uit Amerika komt. (Jonasz Dekkers)
Het negende album van de boyband uit Spange is als een Rotterdams feestje: weinig nieuws, maar altijd goed. Openingstrack ‘Gang’ is een eerbetoon aan Winne en wijlen Feis, door een sample te gebruiken van hun iconische 101-Barz-sessie. De samenwerkingen met Antoon en Ronnie Flex zijn weer klassiek lekker, ‘Allerlaatste Kus’ met Eurosounds en Eranio is een perfecte track voor de late, allerlaatste zomeravond. (JD)
Finse muziek is méér dan alleen Sibelius. Componerende land- en tijdgenoten staan dan voor eeuwig in zijn schaduw, ze zijn het beluisteren meer dan waard. Dat bewijst dit bonte album vol korte stukken van onder meer Selim Palmgren, Leevi Madetoja en Robert Kajanus. Een heerlijke ontdekking is het scherzo voor orkest Felis domestica van Väinö Raitio: springerig, mauwend en kleurrijk. Als een huiskat op avontuur door de achtertuin.
Steven Osborne is een pianist die zich soms wat onder de radar begeeft. Bekend bij liefhebbers en ingewijden, als meester van balans en poëzie, maar geen naam die bij voorbaat alle grote zalen uitverkoopt. En ondertussen komt-ie met een van de beste Schubert-albums van het jaar. Luister eens naar het slotdeel van Pianosonate nr.20 – zijn rechterhand fladdert in een ander universum, terwijl zijn linkerhand de melodie echt zíngt. Indrukwekkend en ontroerend.
Meer albums: nrc.nl/albums
Source: NRC