In het desolate grensgebied tussen Frankrijk en West-Vlaanderen vind je Terminus, waar de voortreffelijke menukaart wemelt van tot de verbeelding sprekende dingen als ‘sneukelingen’ en ‘Mechelse koekoek’.
Een stille provinciale weg. De snelweg richting Lille hebben we allang achter ons gelaten. Bij een kruispunt wanen we ons aan het eind van de wereld. We zien twee benzinestations, vrachtwagens, desolate bedrijfspanden.
We zijn op weg naar restaurant Terminus in het West-Vlaamse Watou, vlakbij Poperinge. Maar op de snelweg slaat de twijfel toe. Waarom leek het in hemelsnaam leuk om daar te stoppen?
Het is de schuld van de menukaart. Die wemelt van de Franse klassiekers, Vlaamse specialiteiten en tot de verbeelding sprekende dingen als sneukelingen en Mechelse koekoek. Sowieso wekt elk restaurant dat een ‘menu Gargantua’ aanbiedt mijn belangstelling. It’s giving bon vivant.
Hoe kan aan deze lost highway een restaurant zitten? Een zaak met zijn eigen slagerij, een superette (wij zouden het een delicatessenzaak noemen) en een wijnwinkel in de kelder. De navigatie zegt ‘nu rechtsaf slaan’, maar welke weg, in godsnaam?
Dan schiet, schijnbaar uit het niets, een sportwagen een zijweg in. Daar, volg die Porsche! Het weggetje voert ons langs obscure bungalows en een hotel dat onlangs door brand werd getroffen. Bij dat hotel staat de laadpaal. Die is gelukkig niet afgebrand.
We volgen onze neus naar het restaurant. Het ruikt er heerlijk naar houtvuur, afkomstig van een grote buitengrill. Onder een groot tentdoek is een prachtig terras aangelegd, deels uitkijkend op een stukje weelderig groen met een speeltuintje. Aan de overkant van de weg ligt Frankrijk.
Wij nestelen ons in comfortabele stoelen op het terras en vanaf dat moment verandert de laadstop in een ongegeneerde genotsstop. Het begint met een bordje huisgerookte zalm als welkomsthapje. Erbij drinken we een picon, een fris aperitief op basis van het gelijknamige bitter uit Marseille. Mandje mooi grof bruinbrood erbij, met beurre d’Isigny.
Heel even is het aanpoten om de uitgebreide menukaarten door te nemen. Er is een uitzonderlijk vriendelijk geprijsd lunchmenu voor doordeweekse dagen van € 17 voor drie gangen, er zijn fruits de mer, sneukelingen (borrelhapjes), specials van het houtvuur, stoofschotels, orgaanvlees, truffelgerechten, paling in ’t groen, en dus dat menu Gargantua voor € 90 p.p., dat ‘een weelde van hapjes en gerechten’ belooft. Onder het kopje ‘Goed voor het geweten’ staan vegetarische gerechtjes. De twee kloeke gebonden boeken met de wijnkaarten – zeg maar gerust wijnbijbels – bladeren we slechts vluchtig door, omdat we nog moeten rijden. Terminus eigenaar Pieter Verheyde was ooit sommelier in onder andere Hof van Cleve in Kruisem, lange tijd hét driesterrenrestaurant van België, en dat is te merken.
Uit al deze overvloed stellen we à la carte ons eigen gargantueske lunchmenu samen. We trappen af met een schotel fruits de mer, met superverse oesters, langoustines en noordzeegarnaaltjes en helaas wat modderig smakende alikruikjes. Erbij een Russisch ei van de vegetarische kaart, een royale schotel van licht aangemaakte blokjes wortel, doperwt en dubbelgedopte tuinboontjes met daarop drie oeufs mayo. Klinkt eenvoudig, smaakt fantastisch. En dat voor 8 euro.
Voor de hoofdgerechten kiezen we nog meer klassiekers, zoals vol-au-vent van (daar is-ie:) Mechelse koekoek, een oud kippenras dat bekend staat om zijn goede vlees. De stoof – dit een kippenragout noemen voelt respectloos – wordt geserveerd in een grote gietijzeren pan. Malse stukken borst, plukjes vlees van de poten, zelfs het oestertje (ook wel sot-l’y-laisse) ontwaren we in de fluwelen saus. Het smaakt kippiger dan kip en voelt alsof je je hoofd weer even in grootmoeders boezem drukt.
Dan de steak tartare, gemaakt van runderen van de familieboerderij (opa was hopboer, en smokkelaar). Verheyde werkt met mooie rassen als de Belgische witblauwe, die de tijd krijgen om te groeien. Het gaat hem vooral om het product, ‘daar moet je niet te veel mee foefelen’. De tartaar, zo’n 250 gram, wordt aan tafel aangemaakt, zonder opsmuk. Iets zuurs, iets zouts, mosterd, een eidooier. Geen gefoefel. Erbij frieten, groene salade en kleine witloofjes uit de oven. We bestelden ook nog mâche: een bijgerecht van witte boontjes en andijvie, waar we ook al geen genoeg van kunnen krijgen. De porties zijn meer dan gul. Verheyde zegt daarover: ‘Mevrouw, we zijn een restaurant, geen museum.’
Net als we de handdoek in de ring willen werpen, komt de serveerster vragen of we nog een ‘petit dessert’ willen. Ze zegt het met samenzweerderige pretoogjes. Welja, voor chocomousse hebben we altijd wel een gaatje. Ook de plaatselijke specialiteit, Poperingse mazarinetaart, kunnen we niet overslaan. Dat is een sponzige cake met kaneel en siroop. ‘Als een luchtige bolus die uit de hemel is komen vallen’, verzucht mijn tafelgenote.
Terminus is de naam van de Romeinse god van de grenzen. Het is ook de term voor de slotzin van een gebed of sprookje. Of van deze recensie. En ze aten nog lang en gelukkig.
Wat: Restaurant Terminus
Waar: grensovergang Abele-Steenvoorde, Callecannesweg 16, Watou (België)
Open: maandag - zondag 11.30 - 22.00, woensdag gesloten
Laadplek: bij hotel Callecanes
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant