Ideologie De eis van de president moet „waarborgen dat meritocratie” vooropstaat in het onderwijs. Critici vrezen dat zo de ongelijkheid toeneemt.
Een voetbaltoernooi georganiseerd door Columbia University in New York. Amerikaanse universiteiten hechten veel waarde aan sport.
De conservatieve aanval op Amerikaanse universiteiten heeft nu ook de poort van de academie bereikt: wie mag er naar binnen, wie niet?
President Trump verordonneerde deze week dat universiteiten de federale overheid inzage moeten geven in data over etnische afkomst, gender en testscores van studenten die zij toelaten. De (geanonimiseerde) data moeten uitwijzen of universiteiten zich houden aan het wettelijke verbod op positieve actie (affirmative action). Het Hooggerechtshof bepaalde in 2023 dat dit beleid in strijd is met het grondwettelijke recht op gelijke behandeling.
Volgens Trumps minister van Onderwijs, Linda McMahon, zal de eis van de president „waarborgen dat meritocratie en uitmuntende prestaties het hoger onderwijs opnieuw gaan kenmerken”. Critici vrezen juist dat de maatregel onverdiende ongelijkheid in het onderwijs alleen maar verder zal vergroten en, volgens hen mogelijk doelbewust, zal leiden tot een afname van met name het aantal zwarte studenten.
De eis past in Trumps offensief tegen vooral Ivy League-universiteiten, acht beroemde particuliere elite-universiteiten in de VS. Volgens de ideologen achter Trump moeten die universiteiten worden gezuiverd van linkse, ‘on-Amerikaanse’ denkbeelden. Daarin past het breken van pro-Palestijns activisme en het stoppen van diversiteitsbeleid voor minderheden. Al bij zijn aantreden maakte Trump bekend dat alleen „verdienste” een rol zou mogen spelen.
Dat heeft effect. Onlangs maakten twee topinstellingen, Columbia in New York en Brown University in Rhode Island, bekend dat ze de regering inzage zullen geven in data over de toelating van studenten. Dat was onderdeel van een akkoord met Trump, die hen onder druk zette door beurzen en contracten te bevriezen. Columbia betaalt daarnaast een boete van 200 miljoen dollar, Brown betaalt de federale overheid geen boete maar doneert 50 miljoen dollar aan lokale arbeidsprojecten.
Trump verwerpt de ‘ideologie’ van diversiteitsbeleid, maar zijn nadruk op ‘louter verdienste’ is volgens critici evenzeer of nog meer gebaseerd op ideologie en niet op feiten. Een cruciale factor in de toegang tot topuniversiteiten, onderstrepen zij, is het inkomen en vermogen van ouders. Uit recent onderzoek van Harvard blijkt dat kinderen van de rijkste ouders twee keer zoveel kans hebben te worden toegelaten aan een Ivy League-universiteit dan kinderen van middenklasse-ouders met vergelijkbare schoolresultaten.
Bovendien scoren kinderen uit vermogende gezinnen doorgaans al hoger op school dan anderen. Welgestelde ouders kunnen hun kinderen naar betere – en duurdere – scholen sturen en hen, soms al vanaf de lagere school, betaalde bijscholing geven om zich te kwalificeren voor een plaats aan een elite-instelling. In de VS bestaat een ware industrie van particuliere bureaus die ouders tegen soms exorbitante tarieven helpen hun kind voor te sorteren naar een elite-opleiding. De concurrentie is zo straf dat in 2019 een schandaal uitbrak rond ouders die een bemiddelaar miljoenen aan smeergeld hadden betaald om hun kind geplaatst te krijgen.
Kinderen uit rijke milieus profiteren daarnaast van cultureel kapitaal dat ze van huis uit meekrijgen, maar ook van betere gezondheidszorg en meer sport (een belangrijke factor in toelating aan Amerikaanse topuniversiteiten, die eigen sportteams hebben). Ook kinderen van alumni, vaak prominente afgestudeerden, hebben een veel grotere kans toegelaten te worden aan elite-universiteiten dan scholieren uit gezinnen zonder academische achtergrond.
Die ongelijkheid wordt met het accent dat de regering legt op ‘verdienste’ niet bestreden. „Als je de rol van inkomen en privileges negeert terwijl je selectie op ras bestrijdt, zorg je niet voor een gelijk speelveld maar giet je de bestaande ongelijkheid in beton”, aldus onderwijsadviseur Adam Nguyen in The New York Times, zelf oprichter van een bureau dat voor advies en begeleiding tarieven rekent tot 750.000 dollar.
Positieve actie om de toegang van etnische minderheden tot hoger onderwijs te vergroten dateert in de VS al uit de jaren zestig, maar was ook altijd omstreden. Het Hooggerechtshof bepaalde in 1978 dat onderwijsinstellingen geen harde quota mochten instellen om dat doel te bereiken. Wel mochten ze „streven” naar meer etnische diversiteit onder hun studenten en daar ook in hun beleid rekening mee houden. Positieve actie bleef ook in de jaren daarna inzet van een lange reeks rechtszaken.
Twee jaar geleden oordeelde het Hooggerechtshof, in een klacht van een conservatieve actiegroep tegen Harvard, dat positieve actie in strijd is met de Grondwet, die het recht op gelijke behandeling vastlegt. Trump beroept zich op deze uitspraak om universiteiten te dwingen hun diversiteitsbeleid op te geven. Hij lijkt daarbij verder te gaan dan het hof, dat wel toestond dat universiteiten in individuele gevallen een „holistische” afweging maken waarin de gezinsomstandigheden van een student worden betrokken, dus ook diens afkomst en hindernissen die hij heeft moeten overwinnen.
Over de effectiviteit van positieve actie lopen de meningen uiteen. Critici wijzen op de sterke, structurele invloed van andere factoren zoals de ongelijkheid in vermogen. Ook zou het beleid met name ten gunste zijn gekomen van nieuwe generaties immigranten van kleur en minder van de zwarte Amerikanen die er in beginsel de doelgroep van waren.
Hoe dan ook is de toetsing van data rond toelating een nieuwe stap in de politieke tuchtiging van Amerikaanse universiteiten langs conservatief-revolutionaire lijn. Yale-jurist en auteur van een boek over positieve actie Justin Driver spreekt in The New York Times van een „zoveelste catastrofale klap” in Trumps aanhoudende aanval op het hoger onderwijs in de VS.
Wat kunnen we verwachten van weer vier jaar Trump?
Source: NRC