Home

Ooit was Trump een goede vriend, maar zijn pesterijen drijven Modi nu in de armen van Xi

In februari kreeg Narendra Modi nog een knuffel van de Amerikaanse president Donald Trump, nadat de Indiase premier hem mega-orders voor Amerikaans olie en gas in het vooruitzicht had gesteld. Daarna dreef Trump Modi in rap tempo in de armen van de Chinese leider Xi Jinping.

is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Vlaskamp was 18 jaar correspondent in Beijing.

Twee keer lunchte Trump recent met de legerchef van India’s aartsrivaal Pakistan – zeer ongebruikelijk voor een Amerikaanse president en een schoffering voor Modi. Vorige week verklaarde Trump de Indiase economie ‘dood’ en nu dreigt de Amerikaan India met het hoogste tarief van zijn beruchte importheffingen: de 50 procent die Trump inzet tegen landen waaraan hij de pest heeft, zoals Brazilië.

Modi dacht als belangrijke Aziatische concurrent van China in een goed blaadje te staan bij Trump, maar misrekende zich. Nu maakt hij haast met het opwarmen van zijn kille relaties met China.

Al in oktober 2024 spraken Modi en Xi Jinping af te werken aan betere verhoudingen, nadat Indiase en Chinese militairen elkaar in 2020 bij een grensgeschil de hersens insloegen, met ruim twintig doden als gevolg. Nu de relatie met de Amerikanen verzuurt, neemt New Delhi Beijing echter niet zo fel als voorheen op de korrel.

Xi heeft de overhand

India heeft China de afgelopen maanden zijn buigzaamheid getoond in voorheen onverteerbare zaken. Zo zweeg de Indiase regering over vermeende Chinese steun voor Pakistan, dat in mei tijdens een kortstondig militair conflict met India informatie van Chinese satellieten over Indiase troepenverplaatsingen zou hebben gekregen.

Toen China de voor India belangrijke export van magneten met aardmetalen, boormachines voor de aanleg van tunnels en kunstmest afkneep, kwam New Delhi tegen zijn gewoonte in niet met represailles. Ook slikte Modi een strenge, publieke Chinese vermaning dat India zich niet moet bemoeien met de opvolging van de Dalai Lama, de Tibetaanse spirituele leider die in India in ballingschap woont.

Dat zijn maar een paar voorbeelden dat India China zonder de zekerheid van Amerikaanse rugdekking niet meer openlijk durft te confronteren. Xi krijgt de overhand, zonder er iets voor te hoeven doen.

Ongebonden

Dat is een teken aan de wand: India is geen armlastig, timide landje dat zonder China nog geen fabriek kan bouwen. Het posteert zich met zijn enorme bevolking en ronkende economie juist als de regionale concurrent van China. India voert bovendien een eigenzinnig buitenlandbeleid als ongebonden land dat allerlei vriendschappen heeft met landen die elkaar onderling het licht in de ogen niet gunnen.

Zo zit India in een tweetal door China gedomineerde praatclubs en is het tegelijkertijd de Amerikanen behulpzaam bij het inperken van de Chinese dominantie in de Indo-Pacific.

De afgelopen vijfentwintig jaar maakte Washington India warm als strategische partner tegenover het steeds machtiger wordende China. Washington deed niet moeilijk over de goede banden tussen New Delhi en Moskou, laat staan over de Indiase olie- en wapenaankopen in Rusland en steunde Modi bij de vele ruzies met Beijing.

China’s rode lijnen

Het trotse India kan nu bijna niet anders dan toenadering zoeken tot China, in de hoop zo het tijdperk-Trump zonder averij door te komen. India is de kanarie in de kolenmijn, zegt de Indiase analist Sushant Singh in het Amerikaanse tijdschrift Foreign Policy. Hij is een van de vele experts die voorspellen dat andere Aziatische landen die Washington de afgelopen jaren heeft gemobiliseerd om de geopolitieke invloed van Beijing te keren op soortgelijke wijze op drift zullen raken en uitkomen bij China.

Het hoofd naar Beijing neigen is immers economisch aantrekkelijker en veel gemakkelijker dan proberen in de gunst te komen bij Trump. In tegenstelling tot de onvoorspelbare Amerikaanse president is Xi een open boek wat betreft zijn rode lijnen: geen kritiek op China’s politieke systeem, geen bemoeienis met kwesties als Taiwan, Tibet of de Zuid-Chinese Zee, en stilzwijgend China als de dominante partij accepteren.

Dat lijken kleine offers vergeleken met de voordelen van goede relaties met de een na grootste economie ter wereld, zeker nu Trump met de sloopkogel door de wereldhandel gaat.

Een baken van stabiliteit

‘Wellicht was India voor de VS nooit een gast aan de tafel, maar slechts een gerecht op het menu’, aldus de populistische Chinese staatskrant Global Times in een commentaar, dat leest als een warme uitnodiging tot ‘win-winsamenwerking’ met China. Na zes maanden Trump lijkt Modi daar al rijp voor: eind augustus gaat hij voor het eerst na zeven jaar afwezigheid naar China.

Weliswaar slechts voor een vergadering van een regionaal veiligheidsoverleg, de Shanghai Cooperation Organisation (SCO). De timing biedt echter mogelijkheden voor extra tijd met Xi, want een paar dagen later houdt de Chinese leider een militaire parade om het einde van de Tweede Wereldoorlog te markeren. Daar zal hij zich posteren als een baken van stabiliteit in de chaos die de VS de wereld aandoet.

Mocht Modi besluiten zich te voegen bij de VIP’s op het rostrum van de Poort van Hemelse Vrede, dan treft hij daar collega’s die hun rug onder Amerikaanse druk ook rechthouden. Zoals de leverancier van Modi’s olie en wapens, de Russische president Vladimir Poetin. Net als Modi is dat een sterke, nationalistische leider die China zo hard nodig heeft dat hij heeft geleerd Xi’s overwicht te accepteren.

Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next