is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen.
Er zijn zeven deugden, de vier kardinale uit de klassieke oudheid en de drie christelijke uit de Bijbel: wijsheid, rechtschapenheid, matigheid, standvastigheid, geloof, hoop en liefde. Er zijn ook zeven hoofdzonden: hoogmoed, gierigheid, wellust, jaloezie, vraatzucht, woede en gemakzucht.
Sparen is zowel een deugd als een zonde. Moreel past sparen naadloos in de zeven deugden, want een appeltje voor de dorst duidt op wijsheid, matigheid, standvastigheid en geloof.
Maar economisch is het een zonde. Volgens de economische theorie moet geld rollen, zodat andere mensen weer iets kunnen verdienen en het op hun beurt ook weer uitgeven. De bankier gaat naar de kapper die daarmee een bakje kipnuggets koopt, zodat de snackbarhouder zijn schoonmaker kan betalen. Dat is het multipliereffect. Zo wordt het wiel in beweging gezet, groeit het bbp, wordt het land welvarender en krijgt de staat meer belastinginkomsten voor de bouw van gevangenissen, de aanleg van wegen, meer blauw op straat en op dit moment vooral ook de aanschaf van kogels en tanks.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
De Nederlander is gemiddeld genomen eerder een moralist dan een homo economicus die zich richt op maximalisatie van het verwachte nut. Hij spaart tegen de klippen op. Elk jaar neemt het totale spaarsaldo met tientallen miljarden toe. In juni 2025 hadden Nederlanders volgens cijfers van De Nederlandsche Bank 629 miljard euro op de bank staan. Hiervan staat 517 miljard op spaarrekeningen. Dat is een stijging van 100 miljard in vijf jaar, een flink bedrag dat uit de economie is gehaald.
Gemiddeld hebben de 8,4 miljoen huishoudens in Nederland 58 duizend euro op de spaarrekening staan. Maar dat betekent niet dat dit land is bevolkt door allemaal kleine Muskjes.
Het leeuwendeel van het spaartegoed zit bij een selecte groep Nederlanders. Bijna 20 procent van de Nederlanders heeft nog geen 1.000 euro op de bank staan. Die zijn zo arm als Job. De mediaan ligt op 21 duizend, hetgeen betekent dat 4,2 miljoen huishoudens meer spaargeld hebben dan die 21 duizend en de andere 4,2 miljoen minder. Een kleine groep vermogende Nederlanders ‘verbloemt’ dat een grote groep Nederlanders niet veel spaargeld heeft.
Een ander bizar verschijnsel is dat het spaarsaldo het meest groeit bij de generatie bij wie het eigenlijk zou moeten afnemen: de grijze golf. Zij hebben gemiddeld 70 duizend euro op een spaarrekening staan. De 15- tot 25-jarigen hebben gemiddeld slechts 10 duizend euro spaargeld (mediaan: 3.300 euro) en de 25- tot 35-jarigen 20 duizend euro (mediaan 9.700 euro). Voor die bedragen kun je geen potten breken, laat staan een huis kopen en aan een gezin beginnen. Het leeuwendeel van het spaargeld zit bij de 60-plussers. Die hebben gemiddeld 71 duizend euro aan spaargeld. Hier is de mediaan 33 duizend euro. Tien keer zo hoog als die van de 15- tot 25-jarigen.
Misschien zou het beter zou zijn geweest als Nederlanders met economieboekjes waren onderwezen in plaats van met de Bijbel.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant