Home

Naast de watermeloenen, op daken van auto’s, in de moskee – in Istanbul zitten overal katten

Turkije In Istanbul leven volgens deskundigen zeker een paar honderdduizend katten, tot vreugde van veel inwoners. Ze leggen eten voor ze klaar, maken slaapplaatsen voor ze en vangen ze op. „Ze kunnen een gevoel van liefde bij je opwekken.”

Naar schatting leven er zeker een paar honderdduizend katten in Istanbul.

Wie niet van katten houdt, heeft in Istanbul weinig te zoeken. Een stad waar meer katten rondlopen en waar de inwoners de dieren een warmer hart toedragen, is amper te vinden. Je kunt zelfs betogen dat de kattenpopulatie in Istanbul meer vrijheid geniet dan sommige inwoners. De populaire burgemeester Ekrem Imamoglu kan hierover meepraten: hij geldt als president Erdogans grootste rivaal en werd dit voorjaar op grond van twijfelachtige beschuldigingen gevangen gezet. Ook andere aanhangers van de oppositie belandden dit voorjaar in de cel.

Katten kunnen zich meer permitteren. Ze zitten op de vreemdste plaatsen. Van de etalage van een kunsthandelaar, zich schoonlikkend tussen tentoongestelde schilderijen, tot de weegschaal van een kruidenier, waar een kat een comfortabele slaapplek heeft gevonden en zich niet laat verdrijven. Motorkappen en daken van geparkeerde auto’s of zitkussens van scooters zijn ook in trek. Zelfs in de Aya Sofia of in de beroemde Blauwe moskee lopen poezen rond, evenals op de drukke Galatabrug over de Gouden Hoorn. Vissers daar moeten hun vangst goed bewaken.

In de loop van de dag zetten inwoners op eigen initiatief kattenbrokjes of ander voedsel en water klaar, soms in bakjes, soms los in de goot. Slagers leggen restjes vlees buiten hun deur en ook gewone burgers laten hun etensresten achter voor katten. Zelfs grotere winkels zijn dikwijls gastvrij voor de dieren.

Tijdens een bijeenkomst van de AKP loopt een kat voorbij.

Een kat krijgt een visje.

Katten zitten in Istanbul op de raarste plekken, zoals tijdens het gebed in de moskee.

Stapelwoningen

Op kille winteravonden laten de zestien miljoen inwoners hun geliefde katten evenmin in de steek. Her en der zijn speciaal daarvoor gemaakte hokjes te vinden. Soms gaat het, net als bij de stadsbewoners, om stapelwoningen, hoewel die voor de katten natuurlijk niet hoger reiken dan hun sprongkracht toelaat. Anderen zetten een omgekeerde kartonnen doos klaar met een kussentje eronder en een gat als entree.

Drie jaar geleden zag Ismail (25), die met zijn broer een kruidenierszaakje drijft in het stadsdeel Beyoglu, een kat die op zoek was naar een veilige plek. De broers besloten haar te adopteren. „In Turkije zeggen we dat God je voorspoed brengt als je een kat in huis neemt”, vertelt Ismail, die zijn achternaam liever uit de krant houdt. „Spreken kunnen katten niet, maar ze kunnen wel een gevoel van liefde bij je opwekken.”

De broers doopten haar Mirya. Kort daarna verraste de kat, die gedurende het gesprek in een kistje naast watermeloenen ligt te soezen, hen met de geboorte van vier jonge poesjes. Drie daarvan wisten ze na enige tijd elders te plaatsen, één hielden ze zelf. Het beestje overleefde een aanrijding met een passerende auto niet. Vooral Ismails broer was daarna ontroostbaar. „Hij overweegt nu een tatoeage te laten aanbrengen ter herinnering aan de kat waarvan hij zoveel hield”, zegt Ismail.

De kattenliefde van de inwoners van Istanbul gaat ver terug. Al eeuwen geleden werden katten gezien als nuttige dieren om ratten en muizen te bestrijden, die zich anders toegang verschaften tot de destijds nog veelal houten huizen en pakhuizen in de stad. Ook in moskeeën, kerken en bibliotheken waren katten welkom, mede om te voorkomen dat de knaagdieren waardevolle papieren en boeken zouden aanvreten.

Her en der in Istanbul zijn speciaal voor katten gemaakte hokjes te vinden.

Hogere status

Voor moslims, die de laatste eeuwen de meerderheid vormen in Istanbul, genieten katten bovendien een hogere status dan honden en andere dieren. De profeet Mohammed zou zelfs een stuk van een kledingstuk hebben afgescheurd om een slapende kat niet te hoeven storen. Honden daarentegen worden door velen als onrein beschouwd en ook vaak als meer bedreigend gezien.

Betrouwbare cijfers ontbreken maar deskundigen zijn het er over eens dat in Istanbul op zijn minst een paar honderdduizend katten leven, waarbij zowel zwerfkatten (de meerderheid) als huiskatten zijn meegeteld. „Maar ik denk dat het er eerder een miljoen zijn”, zegt Özgür Nevres, een 51-jarige man die zich in het verre noorden van de stad over tachtig zwerfkatten en twintig zwerfhonden ontfermt.

„Het begon in 2015, toen ik op de Bosporus-universiteit werkte, waar af en toe een poes kwam, die ik wat te eten gaf”, vertelt hij in een café in de buitenwijk Bahceköy. „Daarna zette ik het dier buiten, maar na een dag of wat – het was in februari en koud weer – besloot ik haar mee naar huis te nemen.” Net als bij de broers in Beyoglu bleek dat ze in verwachting was. Er werden vier kleintjes geboren, die hij thuis hield.

Inwoners zetten op eigen initiatief kattenbrokjes of ander voedsel en water klaar, soms in bakjes, soms los in de goot of op een muurtje.

Katten kunnen zich in Istanbul veel permitteren.

Nevres liet het daar niet bij. Hij zette in een naburig bos een opvangplaats op voor zwerfkatten en -honden, waar ze eten en drinken krijgen. Ook zorgt hij voor vaccinaties en sterilisaties en castraties, om de toch al grote populatie enigszins in de hand te houden. En hij zorgt voor veterinaire hulp als ze ziek zijn. „Het nadeel is dat ik de laatste tien jaar nooit langer dan een paar dagen weg kon zijn”, glimlacht hij.

„Ik betaal het grotendeels uit eigen zak”, vertelt Nevres. „Gemiddeld omgerekend zo’n 2.000 dollar per maand. Wel krijg ik steun van anderen via een fonds dat ik heb opgericht.” Daarnaast krijgt hij soms hulp van de gemeente. Ook elders in de stad zijn organisaties actief om katten te helpen.

Tot de kattenliefhebbers behoort ook de befaamde Turkse schrijver Orhan Pamuk. Geheel in stijl blokkeert een slapende kat deels het loket tot het door hem opgerichte Museum of Innocence (vernoemd naar zijn gelijknamige roman over een hartstochtelijke liefdesaffaire in Istanbul). Met grote vanzelfsprekendheid laat Pamuk in dat boek de moeder van de hoofdfiguur na het afketsen van de verloving van haar zoon zeggen: „Een vrouw die niet van katten houdt zal immers nooit een man gelukkig kunnen maken.”

Source: NRC

Previous

Next