Home

Dagboekfragmenten uit vier eeuwen geven een caleidoscopisch uitzicht op vrouwen

Dagboeken De Britse biograaf en journalist Sarah Gristwood verzamelde ruim 1200 dagboekfragmenten van meer dan honderd vrouwen uit twintig verschillende landen. Het leverde een uniek overzicht op van vierhonderd jaar aan vrouwenlevens.

Bent u wel eens op een feestje geweest waar de gasten uit alle lagen van de bevolking kwamen en waar iedereen interessant was om mee te praten? Het ene moment ben je in gesprek met een Britse ballerina, dan vertelt een Inuit ontdekkingsreiziger uit Alaska je over haar avonturen op de Noordpool, vervolgens spreekt een keukenmeid uit Engeland je aan, dan een jonge arts uit Vietnam, een alleenstaande moeder uit een Braziliaanse krottenwijk, een adellijke Oekraïense kunstschilder, een tv-presentator met borstkanker…

Nee, ik ben ook nog nooit op zo’n feest geweest maar ik stel me voor dat mijn hoofd na afloop zou tollen, dat ik nog nachten wakker zou liggen om de indrukken van al die gesprekken te verwerken. Ik stel me voor dat mijn hoofd na afloop zou tollen zoals het tolde na het lezen het lezen van Secret Voices: A Year of Women’s Diaries. In deze dikke anthologie heeft de Britse biograaf en journalist Sarah Gristwood ruim 1200 dagboekfragmenten verzameld van meer dan honderd vrouwen uit twintig verschillende landen.

Het vroegste fragment is uit 1599, het laatste uit 2001 en het boek geeft daarmee een uniek overzicht van vierhonderd jaar aan vrouwenlevens, aan vreugde en verdriet, aan humor, woede, wanhoop en dankbaarheid, aan onbeantwoorde liefde en nieuwe schoenen, aan op het slagveld gesneuvelde broers en de verrukkingen van een mooie lentedag. Je reist heen en weer door de eeuwen; de locatie wisselt met duizelingwekkende snelheid van een hobbelende huifkar in Oregon naar het onderduikadres van de familie Frank aan de Prinsengracht naar een intellectuele salon in Parijs naar een krakkemikkig hotel in New Delhi.

Wat het wervelende karakter van de ‘geheime stemmen’ vergroot is de manier waarop Gristwood ze heeft georganiseerd: niet per jaar, maar per datum. Zo lezen we bijvoorbeeld hoe, op 20 april 1925, Virginia Woolf nadenkt over een nieuwe jurk die ze wil laten maken. Diezelfde dag in 1712 noteert Elizabeth Freke, een dichter van Koninklijke bloede, dat de vrouw van een pachter in het kraambed is overleden, maakt de adellijke Lady Anne Clifford in 1617 vreselijk ruzie met haar man – ze zegt niet waarover maar meldt wel dat ze bij deze gelegenheid haar witte satijnen japon droeg, met bijpassend wit jasje – en beschrijft de Joodse Edith Velmans, in 1941, hoe ze op een fietstocht door de provincie Utrecht overal uithangborden met ‘Joden niet welkom’ ziet, en probeert zichzelf wat af te leiden van de angstaanjagende ontwikkelingen in haar land.

Door dit soort scherpe tegenstellingen – een nieuwe jurk naast een dode vrouw, een wit satijnen jasje naast rassendiscriminatie – biedt het boek een caleidoscopisch uitzicht op de vrouwelijke conditie. Dagelijkse beslommeringen en historische gebeurtenissen lijken over en weer te schieten, door de eeuwen heen van elkaar af te kaatsen en, soms, naar elkaar te roepen waardoor er verrassende echo’s ontstaan. Zo bedenkt Woolf in 1928 hoe dankbaar ze is dat haar vader jong is overleden: „Zijn leven zou het einde van dat van mij betekend hebben.” Een paar dagen later, maar in 1981, voorziet de Amerikaanse schrijver Alice Walker dat de dood van haar moeder haar zal bevrijden, haar in staat zal stellen meer zichzelf te worden.

Gepassioneerde vrijpartij

Het heen en weer springen in de tijd heeft af en toe ook iets desoriënterends. In januari vinden we koningin Victoria in diepe rouw na het overlijden van haar geliefde Albert, in februari trouwt ze met hem. In januari beschrijft Alma Mahler-Werfel een gepassioneerde vrijpartij met haar Gustav (‘Bliss and rapture’), in september hoort ze van een vriendin dat mensen op vrijwel precies dezelfde manier seks hebben als honden en vindt ze dat idee zo ‘revolting, disgusting’ dat ze zich niet kan voorstellen zich ooit vrijwillig aan dergelijke smeerlapperij te onderwerpen.

Een aantal van de dagboekenschrijvers is bekend – naast Woolf, Mahler, koningin Victoria en Anne Frank treffen we onder meer Oprah Winfrey, Sofia Tolstoj, Marie Curie, Anaïs Nin, Susan Sontag. Maar het grootste deel van de vrouwen kende ik niet. Gelukkig heeft Gristwood achter in haar boek een overzicht gegeven met korte biografische schetsen van alle dagboekschrijvers. Die heb je nodig, want anders heb je regelmatig geen idee waar in de wereld je je bevindt en in wiens gezelschap. Maar door de gigantische hoeveelheid onbekende namen leest het boek, ook al is het verslavende lectuur, langzaam: telkens opnieuw moest ik opzoeken met wie ik ook alweer van doen had, steeds heb je een moment nodig om je te heroriënteren. (Om u een idee te geven: deze recensie had u eigenlijk in december al moeten lezen.)

Ongewild zwanger

De fragmentarische opzet van Secret Voices lijkt uit te nodigen tot grasduinen; toch loont het om het boek van begin tot eind uit te lezen. Op die manier lichten er steeds meer dunne rode lijntjes op die alles bij elkaar houden. Zal de jonge verloofde van Vera Brittain de Eerste Wereldoorlog overleven? Kan Sofia Tolstoj haar man ervan overtuigen weer naar huis te komen? Is Joan Wyndham inderdaad ongewild zwanger en zo ja, hoe zal haar minnaar reageren? Lukt het Anna Dostojevskaja om Fjodor er dit keer van te weerhouden al het huishoudgeld te vergokken?

Zo ontstaan er subplots die maken dat je door blijft lezen, als korte afleveringen van een spannende Netflix serie – ook al weten we van de bekendere verhalen al hoe ze zullen aflopen. Dit kan schrijnend zijn, zoals wanneer Anne Frank in juni 1944 hoopt dat ze in september weer gewoon in de schoolbanken zal zitten, of als Alma zich afvraagt of Mahler haar componeerambities zal steunen na hun huwelijk. Maar soms ook niet; het is puur verkneukelen om te lezen hoe wanhopig George Eliot was tijdens het schrijven van Middlemarch („I do not feel very confident that I can make anything satisfactory of Middlemarch”), wetende dat het een van de meest geliefde Engelstalige romans aller tijden zou worden.

Als het boek als geheel een overkoepelend thema heeft is dat de frustratie die uit veel van de fragmenten spreekt over de ondergeschikte plek van vrouwen, over seksisme, over de gevangenis die een huwelijk voor vrouwen kan zijn. Voor veel van de schrijvers is dat waarom ze met hun dagboek beginnen, en waarom ze ermee doorgaan. „Het huwelijk betekent slavernij”, schrijft de Russische Nelly Ptasjkina in 1918; „voor mij is huwelijk een ander woord voor zelfmoord”, schrijft de Engelse Beatrice Webb in 1890. Loran Hurnscot noemt haar huwelijk in 1924 een vorm van „huishoudelijke slavernij”; een jaar later beschrijft Anaïs Nin gelaten dat er maar één manier is waarop ze haar man gelukkig kan maken: „ik moet nooit tegen Hugh ingaan, ik moet hem nooit weerspreken”. Hannah Cullwick, een keukenmeid die met haast sensueel genoegen lange lijsten huishoudelijke klussen bijhoudt, weifelt (in 1871) of ze het huwelijksaanzoek van haar werkgever aan zal nemen – „dan is het net alsof ik een vrouw moet worden.” En in 1977 schrijft Eleanor Coppola, de vrouw van, dat ze wou dat haar man haar zou verlaten of dood zou gaan, zodat ze eindelijk op háár manier kan leven.

Tralies van het huwelijk

Het hele boek door rammelen vrouwen aan de tralies van hun huwelijk, protesteren tegen hun gebrek aan vrijheid, aan bewegingsruimte. Dit klinkt misschien deprimerend maar is het niet, door de levendigheid, de humor, het zacht kietelende sarcasme van de dagboekschrijvers. Wat vooral opvalt is hoe modern hun stemmen klinken, hoe bekend. Veel van de problemen die wij als hedendaags zien – hoe combineer je als moeder werk en kinderen, bijvoorbeeld – blijken eeuwen oud. In 1808 verzucht Elizabth Fry, een bekende Engelse hervormer van het gevangenissysteem, „mijn leven is niet zo gelopen als ik had verwacht.” Ze had nuttig werk willen doen maar zit in plaats daarvan thuis met haar kinderen, „een afgetobde echtgenote en moeder.” Door haar kinderen, schrijft de Schotse Naomi Mitchison in 1945, „zal ik nooit ergens in uitblinken.”

Het zijn gevoelens die vrouwen niet hoorden of horen te hebben. De dagboeken zijn een veilige plek om ze toch te kunnen uiten, om ze te onderzoeken en zo tot vergroot zelfinzicht te komen en, soms, tot bevrijding. Dit spreekt heel duidelijk uit het leven van Nella Last, een Britse huisvrouw die tijdens de Tweede Wereldoorlog als verpleegster gaat werken. Ze blijkt een zeer begenadigd dagboekschrijver, scherp, eerlijk, beeldend en geestig. Al schrijvend komt ze erachter hoe ongelukkig ze is in haar traditionele huwelijk, en wat een lapzwans haar man is. Waarom zou ze hem eigenlijk moeten gehoorzamen? vraagt ze zich af, waarom mag ze alleen de deur uit als hij dat goed vindt? Ze bevraagt het zonder rancune, meer met een soort oprechte verbazing. „Ik keek naar zijn onbewogen, uitdrukkingsloze gezicht en verwonderde me erover hoe ik, om hem geen pijn te doen, ons hele getrouwde leven geprobeerd had hem tevreden te houden, terwijl een flinke schop onder z’n kont veel beter voor hem was geweest. (‘Hoera Nella!” schreef ik hier in de marge.)

In Walging schrijft Jean-Paul Sartre’s Roquentin dat hij er voortaan vanaf ziet om „van dag tot dag in een mooi, nieuw schrift te noteren wat er in me omgaat, zoals kleine meisjes dat doen.” Zo laatdunkend wordt wel vaker over de dagboeken van vrouwen gesproken (door mannen, meestal). Maar als Secret Voices iets laat zien, is het wel hoe de gedachtes van vrouwen schitteren op de pagina, hoeveel wijsheid, zelfkennis en menselijk begrip er te vinden valt in de mooie, nieuwe schriften van vrouwen, klein en groot.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Boeken

Het laatste boekennieuws met onze recensies de interessantste artikelen en interviews

Source: NRC

Previous

Next