Home

Waarom wilde André Engwirda partizanenleider Tito vermoorden?

Biografie In 1944 wilde de Friese ex-communist André Engwirda partizanenleider Tito vermoorden. Een biografie haalt hem uit de vergetelheid.

André Engwirda in 1941. Hij zat toen als oud-Spanjestrijder in de gevangenis van Maastricht.

Een goedgemikte kogel of bom kan de loop van de geschiedenis beïnvloeden. Gavrilo Princip bewees het toen hij in 1914 de Oostenrijks-Hongaarse troonopvolger Frans Ferdinand vermoordde en daarmee de aanzet gaf tot de Eerste Wereldoorlog. Claus Schenk von Stauffenberg probeerde het toen hij in 1944 een mislukte aanslag pleegde op Adolf Hitler. Beiden haalden ze geschiedenisboeken. Maar wie heeft er ooit gehoord van André Engwirda uit Maastricht?

Met vereende krachten hebben drie auteurs deze wannebee-geschiedenis-influencer nu aan de vergetelheid ontrukt, gelukkig, want De man die Tito ging vermoorden is een intrigerend verhaal. Niet alleen vanwege Engwirda’s poging in 1944 om partizanenleider Josip Broz Tito te vermoorden. Zijn levensverhaal, waarin hij zich ontwikkelde van overtuigd communist tot nazi, is sowieso de moeite waard.

Engwirda werd geboren in Leeuwarden, maar verhuisde op jonge leeftijd naar Limburg. Hij groeide op in een armoedig, getroebleerd gezin. Na de scheiding van zijn ouders woonde hij alleen met zijn vader, maar die had losse handen en werd uit de ouderlijke macht ontzet. Via zijn stiefvader kwam André in aanraking met het socialisme, dat hij vrij snel verruilde voor het communisme.

Na het uitbreken van de Spaanse Burgeroorlog in 1936 sloot André Engwirda zich aan bij de Internationale Brigades om aan de zijde van de republikeinen te vechten tegen de nationalisten van generaal Franco, die zich gesteund wist door Hitler en Mussolini. Engwirda maakte die oorlog ten volle mee. Hij vocht bij Teruel, ‘het Stalingrad van Spanje’, en bij de bloedige Slag om de Ebro. Daarbij raakte hij twee keer gewond. Maar hij onderscheidde zich zodanig dat hij opklom tot luitenant. „Een der meest onderverschrokken vrijwilligers”, noemde zijn Duitse commandant hem.

Statenloos

Terug in Nederland werd hij statenloos, omdat hij in vreemde krijgsdienst was getreden. De autoriteiten hielden hem in de gaten, en als ex-Spanjeganger kwam hij na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland ook al snel in het vizier van de bezetters. Niet geheel ten onrechte: via zijn contacten in de communistische partij raakte Engwirda betrokken bij het maken en verspreiden van een verzetsblad.

Daarna brak een schimmige en voor de auteurs lastige periode aan in het leven van Enwirda – lastig om vat op te krijgen. In 1941 bood hij zich bij de Duitsers aan als V-Mann, een vertrouwensman oftewel verrader in Duitse dienst. Tegen bekenden zei hij dat te doen om het verzet te helpen. Daarna schaakte hij lange tijd op twee borden tegelijk. Maar uiteindelijk verraadde hij ook mensen aan de Duitsers. Een hoge SD’er zag het wel in hem zitten en stuurde hem naar spionnenscholen in Duitsland en Nederland. Daar werd André Engwirda klaargestoomd voor een rol achter vijandelijke linies.

Via Wenen en Zagreb kwam hij uiteindelijk terecht in Mostar, zogenaamd als dwangarbeider van Organisation Todt, de bouwmaatschappij van de Duitsers. In Mostar wist hij zich via een andere Nederlander aan te sluiten bij de partizanen, die hem meenamen naar het eiland Vis, waar Tito zijn hoofdkwartier had. Zijn verleden in de Spaanse Burgeroorlog moest geloofwaardigheid geven aan zijn verhaal dat hij een verzetsstrijder was en belangrijke informatie had voor Tito. De Duitsers wilden Tito graag liquideren in de hoop dat zijn dood chaos zou veroorzaken onder zijn manschappen. Daardoor zouden Duitse legereenheden vrijkomen die nodig waren aan het Oostfront. Het zou flauw zijn om de afloop van het verhaal helemaal te spoilen, maar Tito kwam wel in de geschiedenisboeken als president van Joegoslavië, wat hij bleef tot zijn dood in 1980.

De auteurs van het boek hebben grondig onderzoek gedaan. Erik Schaap publiceert veelvuldig over de Tweede Wereldoorlog – hij schreef eerder het goed ontvangen De verraadster over een verzetsstrijdster die zich in dienst stelde van de Duitsers. Evert Vos is goed thuis in de Spaanse Burgeroorlog. En Zoran Bogdanovic stak zijn licht op in het voormalige Joegoslavië. Ze hebben het allemaal spannend opgeschreven. Toch blijf je je als lezer lange tijd afvragen wat André Engwirda, die zich in Spanje met gevaar voor eigen leven vocht tegen de fascisten, heeft bewogen zijn leven in de waagschaal te stellen voor het nazi-ideaal. „Hij was in het Duitse verhaal gaan geloven”, is uiteindelijk de conclusie. Zijn kleindochter Ilse voegt daar nog een psychologische verklaring aan toe: het autisme dat vooral in het mannelijke deel van haar familie voorkomt. „Als ze ergens voor gaan, dan gaan ze er helemaal voor.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Boeken

Het laatste boekennieuws met onze recensies de interessantste artikelen en interviews

Source: NRC

Previous

Next