Home

In zijn korte reisverhalen laat Menno Hartman je alle hoeken van de wereld zien

Ik houd van reizen, maar kom vaak met moeite van mijn plaats. Als ik even aan de Nederlandse sleur wil ontsnappen, neem ik dan ook mijn toevlucht tot een reisboek. Het op pad gaan laat ik dan over aan een ander, terwijl ik zelf in mijn luie stoel in mijn Amsterdamse bovenwoning kan blijven zitten. Zo kwam ik afgelopen dagen uitvoerig aan mijn trekken door De wereld in 48 stukken. Over boeken, reizen en nieuwsgierigheid van Menno Hartman. Ik heb geloof ik in tijden niet zo ver gereisd en zo’n heerlijke vakantie gehad.

Hartmans reislust vloeit voort uit zijn behoefte om weg te zijn. Vanaf zijn vijftiende elke zomervakantie zes weken lang, tijdens zijn studiejaren steeds twee of drie maanden. Weg van zijn geboortedorp op de Utrechtse heuvelrug, weg van zijn latere woonplaats Amsterdam.

Voor zijn boek heeft hij een oude wereldkaart, die bij hem thuis aan de muur hing, in 48 stukken geknipt. Die stukken reist hij in verticale rijen af, waardoor zijn eerste verhaal over de Beringstraat gaat. Die kaartdelen zeggen hem alles over ontdekkingsreizigers, volksverhuizingen, gesteentes of het lot van de geschiedenis. Aansprekende voorbeelden daarvan zijn de verkoop van Alaska door Rusland aan de VS in 1867 voor 7 miljoen dollar en de weinige aandacht voor het Amerikaanse verleden van voor 1492 als gevolg van het ‘westerse superioriteitsdenken’.

Van de Beringstraat voert Hartman me naar Hawaï, waar hij me laat zien hoe ontdekkingsreizigers na 1492 het lokale ecosysteem hebben verstoord door wat ze naar die eilanden meenamen. Weer een kaartdeel verder sta ik op Samoa, waar hij de antropologie van Margaret Mead behandelt. Vervolgens worstelt hij met het verlaten landschap op de Zuidpool en beseft hij dat alleen poëzie kan uitdrukken hoe dat voelt. Dichters zoals Louise Glück, Octavio Paz, Eva Gerlach en Ingrid Jonker zijn zowel in Hartmans korte reisbeschouwingen als in zijn verhalen over de legendarische woestijnganger Wilfred Thesinger of poolreizigers Axel Heiberg en Ernest Shackleton onontbeerlijk.

Van de 48 reizen in zijn boek heeft Hartman er achttien zelf gemaakt, in de Amerika’s, Azië, Afrika, het Midden-Oosten en Europa. En behalve de dichters die hij ter versterking van zijn eigen gemoed nodig heeft, zijn er ook schrijvers die hem vergezellen, van Konstantin Paustovski tot Machado de Assis, Anton de Kom en Miek Zwamborn.

Zelf reis ik het liefst over de Balkan van het interbellum. En ook daarin gaat Hartman me voor. Zo bezoekt hij het dorp Kardamyli op de Peloponnesos, waar zijn grote held Patrick Leigh Fermor (1915-2011) decennialang woonde. Fermor was zo’n typische jongen uit de Britse upper class die niet wilde deugen, maar toch goed Grieks en Latijn kende. Om te ontsnappen aan het Britse standsbewustzijn, besloot hij op zijn achttiende om van Hoek van Holland naar Constantinopel te lopen. Het was 1933 en zijn reis voerde hem ook door het rancuneuze Duitsland van Hitler. Het verslag van zijn ontmoetingen tijdens die voettocht zijn even hilarisch als fascinerend. Vanaf 1977 schreef hij er een trilogie over, die tot mijn favoriete reisboeken behoort. Als ook nog Bruce Chatwin om de hoek komt kijken en Hartman vertelt hoe hij van schrijver en bioloog Dick Hillenius leerde om naar de omgeving te kijken, kan mijn zomervakantie van 2025 niet meer stuk.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Boeken

Het laatste boekennieuws met onze recensies de interessantste artikelen en interviews

Source: NRC

Previous

Next