Wandelen Zowel mannen als vrouwen wandelen om te ontspannen, te overdenken, te rouwen of uit verzet. Tijdens een verblijf in Frans Baskenland, op het kruispunt van pelgrimswegen, komt al die symboliek onverwacht dichtbij.
We kopen croissants bij het bakkertje en strijken neer op het terras van het dorpshotel in een klein gehucht – zo’n plek waar het apparaat voor contactloos betalen en panne is, maar waar betalen ook morgen kan. Het is begin juli, tegen de dertig graden, en de Franse Pyreneeën zijn al ruimschoots ontwaakt.Zonder het te weten, huren we een vakantiehuis vlak bij het kruispunt van de Franse en Spaanse pelgrimsroutes. Vanuit hier leiden alle wegen naar Santiago de Compostella. We zijn hier niet om te wandelen. We komen om ouderwets vakantie te vieren met rust, boeken, uitstapjes en zo.Op de markt in Saint-Jean-Pied-de-Port begrijpen we dan ook beter waarom er zoveel winkels zijn met regencapes, wandelstokken, sokken en rare mutsjes die lijken op omgekeerde zakdoeken. Het stikt er van de hotels en hostels voor pelgrims. Toch zie je niemand met een rugzak door de straten sjouwen. Tegen die tijd is het te warm; de wandelaars zijn dan allang vertrokken.
Ik heb twee boeken bij me die me interessant leken om juist in Baskenland te lezen: Finisterre van Mariska van der Klis en Mijn herberg aan de Camino van Anna Visser. Beide geschreven door vrouwen die zich al lopend uit een crisis schreven. Het is opvallend hoe vaak recente wandelboeken geschreven zijn door vrouwen, vaak in de ik-vorm, vaak in de nasleep van een verlies. In deze boeken vormt de weg een heroriëntatie van het leven. Zoals ook Raynor Winn in Het zoutpad, samen met haar man, hun leven een nieuwe richting geeft. Laat Winn nu precies in die eerste juli-dagen volop in het nieuws zijn. The Observer betwist het waarheidsgehalte van haar bestseller die wel als zodanig werd gelanceerd. Winn ontkent alles, maar de vraag blijft hangen wat er overblijft van het helende wandelen als het fundament wankelt?
Mariska van der Klis: Finisterre. Mijn wandeling naar het einde van de wereld. Alfabet, 271 blz. € € 23,99
De twee Camino-boeken die ik las, zijn als non-fictie in de ik-vorm geschreven, wat aannemelijk maakt dat ze waargebeurd zijn. Alleen sommige namen zijn om privacyredenen gefingeerd, staat in het nawoord.Jurist en presentator Mariska van der Klis (1964) verweeft twee Camino-wandelingen tot één, maar begint met een openhartig relaas over haar liefdesleven. Na haar scheiding beleeft ze twintig jaar lang mislukte affaires. Wanneer haar laatste vriend – liefkozend Beer genoemd – al twee jaar een verhouding blijkt te hebben met iemand anders, zet ze hem buiten de deur. Daaruit volgt de behoefte aan een pelgrimsroute van duizend kilometer: de Via de la Plata. Afzien en overdenken.
Wat het wandelen haar brengt, komt overtuigend over. Ze bedenkt dat de lat voor zichzelf lager mag, dat ze met minder spullen toekan, en dat vriendschappen met andere pelgrims goud waard zijn. Velen van hen, zowel mannen als vrouwen, blijken overigens ook te wandelen uit liefdesverdriet, schuldgevoel of onvrede over de ratrace van het leven. Zullen de goede voornemens eenmaal terug in Nederland standhouden? Zeker: ze verkoopt haar auto, haar huis in Baarn en koopt een doorrookte woning in Den Haag.
Anna Visser: Mijn herberg aan de Camino. Brandt, 256 blz. € 22,50
Ook de politiek geëngageerde programmamaker Anna Visser (1975) is open over haar motivatie. In Mijn herberg aan de Camino vertelt ze hoe ze de Camino Portugues liep – ongeveer 300 kilometer – om in beweging te zijn in plaats van thuis te blijven treuren om haar overleden vriend. Ze vertrekt met pelgrimspaspoort en Sint-Jacobsschelp aan haar rugzak. Als in een gids somt ze de voordelen van het massale Camino-wandelen op in enkele pagina’s: er is geen verplichting samen te lopen, je hoeft niet te praten, eten is er om te delen. Het verschil met een gids is dat ze het zo illustratief en begaan vertelt. De Camino als metafoor voor de deur naar een ander leven – met meer tijd voor wat er echt toe doet: familie en vrienden.
Visser neemt een bewonderenswaardig besluit. Bij thuiskomst speurt ze het internet af of er herbergen langs de Camino te koop zijn. Die is snel gevonden en de koop gauw beklonken. In 2022 opent haar herberg Aves de Paso aan de Camino del Norte als een donativo: pelgrims kunnen er eten, wassen, slapen, en laten een bedrag achter dat ze kunnen missen. Het principe – vertrouwen, respect, verbondenheid – bestaat al sinds de Middeleeuwen. Deze traditionele gastvrijheid, Acogida Tradicional Jacobea, staat sinds kort op de Unesco-lijst van immaterieel erfgoed.
Visser benadrukt het belang van deze traditie. Omdat het aantal pelgrims stijgt, verrijzen commerciële hostels als paddestoelen uit de grond – met hoge prijzen en matig comfort (gammele stapelbedden in donkere stalruimtes, schrijft ze). Donativo’s zijn volgens haar een concrete vorm van solidariteit. In haar herberg delen pelgrims verhalen, maaltijden en zelfs sokken. Maar vaste lasten, boodschappen en verzekeringen moeten wel betaald kunnen worden. Ze kocht haar herberg van de overwaarde van haar verkochte huis in Rotterdam en kreeg hulp van een Canadese pelgrimorganisatie voor zonnepanelen.
Floor Gerritsma: Wat er was. Wereldbibliotheek, 319 blz € 22,99
Kun je het troostend wandelen op de van oorsprong religieuze Camino-routes vergelijken met wandelen op, bijvoorbeeld, het Pieterpad? Scheer wandelaars vooral niet over één kam, maar in de roman (!) Wat er was van literatuurwetenschapper Floor Gerritsma draagt ook arts Maud een beladen verleden met zich mee. Haar vriend Michiel – studiegenoot, geliefde, huisgenoot – is plotseling overleden. Maud wandelt het Pieterpad om te begrijpen wie hij was, en misschien wel vooral: wie zij zelf is.Gerritsma (1973) wandelde het grootste deel van het Pieterpad – 492 kilometer van Pieterburen naar de Pietersberg – maar benadrukt dat haar roman fictie is. Toch past Mauds tocht in de andere pelgrimages. Ook zij hoort onderweg de stem van haar overleden vriend. Theatraal misschien, maar waarom zou je de stem van degene om wie je loopt niet mogen horen? Zoals Anna Visser op de Camino steeds hoort: „Kom op, Vissertje.”
Maar niet iedereen omarmt die verwerkingsdrang. Schrijver Daan Borrel (1990) schreeuwt het juist uit in De Duivelsberg, een nieuw deel uit de wandelserie Terloops van Van Oorschot: „Ik wil niet wandelen om iets te verwerken.” Ze verzet zich tegen dat zogenaamd ‘vrouwelijke’ wandelen. Ze wil wandelen voor de contemplatie, de esthetiek, de filosofie. Eigenlijk zoals de denkers van vroeger: Rousseau, Thoreau.
De feministe in haar vindt het niet eerlijk: zij draagt tijdens het wandelen verantwoordelijkheden voor haar dochter die de mannelijke denkers van toen niet hadden. Haar ‘moederidentiteit’ zit haar eerst in de weg. Toch komt ze tot de ontdekking dat je ook schoonheid kunt zien in die afhankelijkheid: „Ik moest er alleen een nieuwe vorm van vrijheid in ontdekken, één in afhankelijkheid.”
Daan Borrel: De Duivelsberg. Van Oorschot, 64 blz € 13,50
De Duivelsberg houdt knap het midden tussen het filosofische vraagstuk ontleden en het observeren. Zo ziet Borrel op een schuur in koeienletters staan: ‘Nur wo man zu Fuss war, war man wirklich’. Goethe had een punt, schrijft ze, maar had hij ook oog voor de vrouwen die liepen naar waterputten en dus niet voor hun plezier wandelden? Mariska van der Klis verwijst overigens ook naar het citaat van Goethe als ze op haar eindpunt in Finisterre, met stift in een schelp schrijft: Mariska was here, en dat tussen de kliffen achterlaat. Borrel voelt dat ze daar was, Van der Klis markeert het.Borrel is ondertussen ook gewoon bang. Bang voor mannen, voor vreemde geluiden. Ze vraagt zich af waarom haar moeder nooit bang was, en zij nu wél schrikt van elke stap achter haar. Het is dezelfde angst die ook Maud in Wat er was ervaart, wanneer mannen haar onverwacht inhalen en dan weer omkeren. In de Camino-boeken lees je over die angst nauwelijks – misschien omdat die routes drukker zijn.
Saskia De Coster: Pink Lady. Van Oorschot, 64 blz € 13,50
Ook de moeder van de Vlaamse auteur Saskia De Coster (1976) was nooit bang, terwijl De Coster in alles en iedereen enge mannen zag – het was de tijd van Dutroux. Voor haar wandeling in de Ardennen besluit ze de angst recht in de ogen te kijken. In Pink Lady wandelt ze in Esch-sur-Sûre in de Ardennen met Raf, een man die tot levenslang werd veroordeeld voor de moord en verkrachting van drie vrouwen. Hij zit al vijftig jaar vast. De Coster maakt – onder begeleiding – precies de wandeling die Raf ooit maakte tijdens een eerder verlof. Hij had kunnen vluchten toen zijn bewaker onwel werd, maar deed dat niet en keerde terug naar de gevangenis.
De Coster noemt het een vorm van exposuretherapie. Beter onder veilige begeleiding een extreme vorm van vrouwenhaat onder ogen zien dan er altijd bang voor blijven. Wandelen om van je angst af te komen. Maar ook nieuwsgierigheid, want waarom vluchtte hij niet? Ze schrijft met rustige spanning, licht beschouwend met veel korte dialogen. Rafs vragen en antwoorden stellen bepaald niet gerust. „Zoeken jullie vaak het gevaar op?” wil hij van De Coster en haar vriendin Teddy horen. Volgens de delinquent is het een trend: „True crime scoort beter dan ooit, zeker bij vrouwen. Die willen zoveel mogelijk juicy details. Om voorbereid te zijn, zogezegd.” De Coster reageert als steeds, heel gelaten: „ Ik schrijf het neer en bezweer het.” Het is die toon en opbouw die Pink Lady bijzonder en intrigerend maken.
Nee, we zijn hier niet om te wandelen. Maar wie terechtkomt in een wirwar van wandelingen, loopt in gedachten een stukje mee. De diversiteit aan wandelboeken weerspiegelt dan hoe uiteenlopend het motief om te lopen kan zijn. Zowel mannen als vrouwen wandelen om verschillende redenen: om de krachten te meten, te overdenken, te rouwen of uit verzet. Maar ook het wandelen van historische routes uit het verleden, zoals Tim Parks in Het heldenpad (2021) Garibaldi’s tocht door de Apennijnen ‘nawandelt’, kan een reden zijn. Of gewoon ter ontspanning zonder figuurlijke bagage. Overal ter wereld genoeg routes – bestaand of zelf uitgestippeld – om aan al die verlangens te voldoen.Erover schrijven is een tweede.
Het laatste boekennieuws met onze recensies de interessantste artikelen en interviews
Source: NRC