Home

De wolf is het gevaar dat we nodig hebben

Afbeelding Getty Images

Met grote waarschuwingsborden worden mensen rond de Utrechtse Heuvelrug sinds deze week gewaarschuwd om niet de bossen in te gaan. De wolf domineert het landschap, én het debat. Een opmerkelijk fenomeen in een tijd van controle en maakbaarheid. Want de wolf is niet alleen de baas in onze bossen, maar ook in onze samenleving.

Esther van Fenema is psychiater en publicist.

Met de wolf keert het ongetemde terug. En volgens mij is dat iets wat we onbewust missen. De publieke houding tegenover de wolf is namelijk ambivalenter dan ze ogenschijnlijk lijkt.

Zeker, er zijn angst en verontwaardiging als opnieuw een boer zijn schapen heeft verloren aan een wolf. Maar onder die voorspelbare ophef zit ook iets anders, iets wat niet goed bespreekbaar lijkt: een heimelijk soort opwinding. Alsof we met ingehouden adem wachten tot het misgaat. Tot de wolf iets doet wat volgens de geldende normen echt niet meer kan. Tot hij iemand aanvalt en niet meer loslaat. Tot er – ik hoop het uiteraard niet – een dodelijk slachtoffer valt.

Dat willen we toch juist niet? En toch is er iets onweerstaanbaar aan de wolf. Wat mij betreft is het geen toeval dat hij juist nú terugkeert, en vooral ook dat we hem zoveel ruimte bieden.

ANWB

We leven in een hypergecontroleerde tijd. Alles moet veilig, voorspelbaar en beheersbaar zijn. We monitoren ons gedrag met apps en vertrouwen op beleid, protocollen en draagvlakmetingen om eventuele risico’s af te dekken. We zijn tot de tanden toe verzekerd en zijn lid van de consumentenbond en de ANWB voor als het onverhoopt toch spannend wordt. Zelfs de natuur is gecultiveerd. Mooi, nuttig, bij voorkeur zonder dreiging.

Desondanks geven we de wolf opvallend veel bewegingsvrijheid. Niet omdat we hem niet zouden kunnen stoppen, maar omdat we dat op een dieper niveau misschien niet willen. Want de wolf is méér dan een roofdier. Hij is een spiegel. Een symbool.

Ik moest denken aan een spreekbeurt die ik ooit als gymnasiast vanuit meligheid hield over Sigmund Freud en de diepere betekenis van het sprookje over Roodkapje en de wolf. Uiteraard terwijl ik de puberale slappe lach had die het onderwerp destijds opriep.

Freud beschouwt het sprookje als een symbolische botsing tussen het ongeremde Es en het ingehouden Über-Ich. De wolf als het onderbewuste, driftmatige, wellustige. Roodkapje als het brave, preutse geweten. Het pad dat zij bewandelt, is geen wandelroute, maar een reis door het onbewuste. En als ze van het pad afwijkt, zoals meisjes natuurlijk niet horen te doen, wordt ze opgeslokt door het beest.

Zo bekeken is de wolf niet alleen gevaarlijk, maar ook verleidelijk. Hij verstoort, maar activeert ook iets dat diep in onze geest sluimert.

Ik vraag me af hoe Freud naar de terugkeer van de wolf zou kijken. Of hij ook de collectieve betekenis zou herkennen, namelijk: we hebben het Es te lang onderdrukt. Want in onze technocratische controlemaatschappij is geen ruimte meer voor het ruwe en het onvoorspelbare.

De wolf krijgt zijn ruimte niet ondanks, maar dankzij onze hang naar beheersing. Hij is het weggemaakte deel van onszelf dat zich niet langer laat negeren. Wij zijn moderne Roodkapjes. Preuts in onze omgang met risico, instinct, en natuur.

We willen natuur, maar zonder roofdieren. We willen wildernis, maar wel met wifi. We willen het sublieme, maar dan graag in een weekendarrangement met ontbijt.

Mythes en sprookjes

De wolf maakt ons bang, maar geeft ons ook het gevaar en de onvoorspelbaarheid die we heimelijk missen. Die dubbelheid maakt hem tot de culturele figuur die hij is, met alle mythes, sprookjes en fabels waarin hij niet voor niets voortdurend verschijnt. Daarom ook leidt zijn terugkeer vandaag de dag tot verhitte krantenkoppen, Kamerdebatten, actiegroepen en opiniestukken.

Die ophef gaat volgens mij niet zozeer over de wolf zelf. Die doet wat wolven doen. De werkelijke frictie zit in onszelf. Wie zijn wij, als rationele, risicomijdende burgers, wanneer we geconfronteerd worden met iets dat zich aan ons onttrekt? Iets dat zich niet laat managen, niet laat temmen, en zich weinig aantrekt van onze normen en grenzen?

Misschien zijn we nog niet helemaal verloren aan de Excelstaat. Misschien verlangen we, onder onze helmen en hesjes, nog steeds naar het onbekende. Naar een wereld waarin niet alles een functie heeft, en waar iets ons af en toe onverwacht bespringt. Dat hebben we blijkbaar nodig.

Source: NRC

Previous

Next