Biologie Zeeslakken die in getijdezones leven zijn van alle markten thuis. Met de tandjes op hun tong schrapen ze de rotsen kaal.
De keverslak Acanthopleura japonica (links) en de tanden van het weekdier.
Ze hebben de hardste tandjes op aarde: keverslakken. De schelpdieren – ook wel chitons genoemd – gebruiken hun magnetische, ijzerhoudende gebit om algen van rotsen te schrapen, net als hun verre familielid de schaalhoren. In Science beschrijven Japanse biologen nu hoe het magnetiet in die chitontanden terechtkomt: dankzij een eiwit dat voor de juiste dosering en de juiste timing zorgt.
Zeeslakken die op de rotsen in getijdezones leven zijn van alle markten thuis. Hun stevige schelp houdt zeesterren en andere vijanden buiten de deur, hun ‘voet’ kan sterke golven weerstaan en met hun radula – een tong met daarop rijen tandjes – grazen ze de rotsen kaal. Juist vanwege de extreme leefomgeving zijn er wel wat aanpassingen in hun uiterlijk ten opzichte van andere slakken: het huisje is plat en sluit naadloos aan op de ondergrond, waardoor er geen weke delen onder vandaan steken. En dan zijn er dus nog die extra harde tanden, die weliswaar kunnen slijten maar dan ook direct worden vervangen door nieuwe.
Bij de gewone schaalhoren Patella vulgata, een slak met een rond en puntig ‘rijsthoedhuisje’ die geen directe familie van de keverslakken is, bestaan die tandjes bijvoorbeeld uit het ijzerhoudende mineraal goethiet. Uit eerder onderzoek is bekend dat het goethietgebit trekkrachten tot 6,5 gigapascal kan weerstaan. Ter vergelijking: dat is 2 gigapascal meer dan spinzijde, dat andere supersterke materiaal van biologische oorsprong. Zelfs als ze slijten blijven de schaalhorentanden scherp. Dat komt door de opbouw: de goethietkristallen liggen in een soort dakpanconstructie op elkaar.
In het huidige Science-artikel is een glansrol weggelegd voor de ruim dertig centimeter lange reuzekeverslak Cryptochiton stelleri, met tandjes van het eveneens sterke magnetiet. De onderzoekers ontdekten dat een speciaal eiwit, RTMP1, in de vroege fase van tandontwikkeling zorgt voor de juiste dosering van ijzeroxide. Op dat moment zijn de tandjes nog slechts ‘een doorzichtige matrix’ van chitine en eiwitten, schrijven de auteurs. Vervolgens komt daar eerst het nog niet zo sterke roodbruine ijzeroxide voor in de plaats en uiteindelijk hard zwart magnetiet. RTMP1 bindt zich in dat proces aan ijzerionen en zorgt ervoor dat de mineralisatie op het juiste moment op de juiste plek plaatsvindt. Zo kan de reuzekeverslak met zijn radula naar hartelust repetitieve rotsschraapbewegingen uitvoeren.
Soms zijn die zelfs zo verregaand dat ze de geologie beïnvloeden: in een artikel uit 2022 in het Journal of Composite Materials staat bijvoorbeeld een fascinerende afbeelding van paddestoelvormige rotsen die zijn ontstaan door het geschraap van keverslakken.
Overigens komt er bij schaalhorens ook een fenomeen voor dat mushrooming heet, al duidt dat op iets heel anders: als er een vijand – zoals een zeester – nadert, duwt de slak zijn schelp iets omhoog, waardoor hij op een paddenstoel lijkt. Wanneer de zeester een van zijn armen onder de schelp beweegt, klapt de schaalhoren razendsnel weer naar beneden, waardoor de arm wordt afgeklemd.
Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin
Source: NRC