De thuiswedstrijd: Indonesië | pencak silat De eeuwenoude Indonesische vechtsport pencak silat is verbonden aan zowel de islam, de natuur en met de militaire geschiedenis van Indonesië. In de traditionele krijgskunst staat niet doden of verwonden centraal maar zelfverdediging.
Meervoudig wereldkampioene Puspa Arum (32) oefent haar routine op het terrein van de nationale pencak silat bond
Na een wandeling over de smalle paadjes tussen rijstvelden lopen de dorpelingen in het West-Javaanse Sucinaraja door een dichtbegroeid boskavel naar een verborgen grafbed gemaakt van keien. „Hier ligt Eyman Dalem, een geestelijke uit Mekka die de islam naar Java heeft gebracht,” zegt Ilham Hawari (27). „Een voorouder van Cecep.” Hij doelt op zijn leermeester, Cecep Arif Rahman (52), de beroemdste pencak silat-leraar van Indonesië.
Sinds leermeester en wereldkampioen Rahman in 2019 in de Hollywoodfilm John Wick als ninjavechter minutenlang met een hypnotiserende snelheid en choreografische precisie tegen Keanu Reeves vocht, kwam de Indonesische krijgskunst pencak silat in eigen land, waar voetbal alle andere sporten overheerst, bij het grote publiek weer in het vizier. De traditionele gevechtskunst had lang een oubollig imago, maar die tijd is voorbij.
Pencak silat meester en acteur Cecep Arif Rahman toont zijn vechtkunst in zijn martial arts school in het dorp Sucinaraja
Vandaag zijn de pencak silat kampioenschappen van Jakarta. In het Ciracas stadion in Oost-Jakarta zingen een kleine duizend buurtgenoten en familieleden van de atleten, meeste uit de armere middenstandswijken, hun favorieten toe. De sport is geen mannenbolwerk. Er zijn mannelijke en vrouwelijke atleten, juryleden en scheidsrechters op de vloer. De atleten strijden in vier categorieën, onderverdeeld in gevechten en krijgskunstroutines. Een krijgskunstroutine kan solo, in een gechoreografeerd tweegevecht of in een simultaanoefening van drie personen. De routines worden beoordeeld op de precisie van de gestandaardiseerde bewegingen, artistieke expressie en snelheid. In alle categorieën kunnen wapens, zoals een stok of machete, gebruikt worden.
Oca Prameswara en Putri Dyah winnen de regionale kampioenschappen in Jakarta in de categorie gechoreografeerd tweegevecht
Aan alle onderdelen gaat een gebed vooraf – de meeste Indonesiërs zijn moslim. Dan gaat de bel. Alfil Natan (16) en Mohammad Hakim (16) nemen hun gevechtshouding aan. Natan is het snelst in zijn bewegingen. Na drie rondes moet Hakim het opgeven. Natan is blij met de overwinning. Zijn oom, die samen met zijn zus en vader op de tribune staat, traint hem al sinds zijn vierde. De vechter wil graag een carrière als militair of professioneel atleet. En deze winst brengt dat streven dichterbij.
Terwijl de jongens ijs op hun kneuzingen leggen, tonen Oca Prameswara (24) en Putri Dyah (21) hun talent in een tweegevecht. De studentes fysiotherapie en sportmanagement excelleren met snelle, verfijnde bewegingen. De inzet betaalt uit. Ze winnen. Weer een stap dichter bij hun doel: wereldkampioen worden.
De vrouwen zijn fan van Hollywoodster Rahman. Ze hebben de choreografie van zijn gevechtsscenes minutieus bestudeerd, maar ze zijn ook geïnteresseerd in het gedachtengoed dat hij uitdraagt. Ze willen hun best doen om de traditie levend te houden. „Pencak silat is meer dan een sport,” zegt Prameswara. „Het gaat om jezelf overwinnen, spiritualiteit en schoonheid.”
In hun performance hebben de atleten ervoor gekozen dat ze tegelijkertijd sterven. Er is geen winnaar. Alleen de overwinning op jezelf telt. „Pencak silat geeft ons zelfvertrouwen,” vertellen ze stralend. „Behalve dat we onszelf fysiek kunnen verdedigen, helpt de discipline die nodig is ook om mentaal tegenslagen het hoofd te bieden.”
De 7-jarige Shanum en een groep leerlingen in de martial arts school van Cecep Rahman in het dorp Sucinaraja
Niet ver van het stadion traint het nationale team op het terrein van sportbond IPSI voor de Zuidoost-Aziatische Spelen dit najaar in Bangkok. Vijftien atleten logeren in het hotel van het complex. Wereldtitelverdediger Syarief Hidayatullah Suhaimi (29) oefent zijn routine. Met optimale beheersing toont hij in drie minuten bijna honderd pencak silat bewegingen. „Ik hou van de schoonheid van silat,” vertelt de tengere atleet, klein van stuk.
Zoals de meeste beoefenaars is hij diep gelovig. De verbondenheid met Allah is voor hem essentieel voor de mentale kracht die hij in de bewegingen legt. Suhaimi komt uit het Oost-Javaanse Madura, waar hij net als zijn vader en grootvader opgroeide in de Jokotole stijl.
De Indonesische pencak silat bestaat officieel uit tien scholen, verspreid over Indonesië. In elke school kunnen meerdere regionale stijlen worden beoefend, vaak verbonden aan een etniciteit.
Trainer Nizam Tazkia laat aan zijn studenten een serie silat-bewegingen zien, in de martial arts school van Cecep Rahman
De ontstaansgeschiedenis van pencak silat is onduidelijk. Mogelijk is de vechtkunst beïnvloed door de Chinese kung fu. Daarbij hebben de gestileerde gevechtsbewegingen veel weg van een hofdans. Historici vermoeden een relatie met lokale hoven, kratons. „Misschien stammen we af van de krijgers van de koning, ksyatriya,” reageert Suhaimi vrolijk.
In dorpen worden de silat performances van oudsher ondersteund door muziek van de gamelan, een hofinstrument. En tijdens de ochtendtraining (en bij wedstrijden) roepen de IPSI-sporters slaggeluiden, afgeleid van de gamelan, om elkaar te helpen in het juiste ritme te blijven.
Het terrein van sportbond ademt de jaren zeventig. Er lijkt sinds de bouw in 1975 weinig veranderd. Naast de overkapte openlucht oefenruimte staat een goudkleurige buste van oprichtster Ibu Soeharto, de vrouw van autocraat Soeharto (1921-2008). Alsof de Reformasi (het democratiseringsproces) na de val van Soeharto in 1998 nooit heeft plaatsgevonden.
Na de training eten coaches Mohammed Asdar (51), Gigih Sugihantoro (41) met atleet Saddam Ahmed (23) in de kantine van de slaapverblijven een rijstmaaltijd. Asdar leerde de vechtsport op de islamitische kostschool waar hij zijn jeugd doorbracht. Coach Sugihantoro is commandant van de nabijgelegen militaire elite-eenheid Kopassus. Hij traint het uithoudingsvermogen. De coach legt uit dat het leger en IPSI sinds de jaren 1990 trainers aan elkaar uitlenen.
De nauwe banden zijn geworteld in een roerige geschiedenis. Pencak silat speelde een belangrijke rol in de onafhankelijkheidsoorlog tegen Nederland. Na de onafhankelijkheid werd de vechtsport ingezet als een belangrijk onderdeel van de nationale identiteit. Maar de relatie tussen silat en het leger kent ook een duistere kant. Zo was silat populair bij paramilitaire groepen, zoals de beruchte Pemuda Pancasila, die waren betrokken bij de anticommunistische massamoordpartijen in de jaren 1960, geleid door islamitische en militaire leiders.
De huidige president Prabowo Subianto, generaal en schoonzoon van Soeharto, is beschermheer van IPSI. Tijdens het Soeharto-regime was Subianto leider van een Kopassus-eenheid die wordt verdacht van mensenrechtenschendingen. Volgens de mannen aan de lunchtafel zijn de beschuldigingen aan het adres van Subianto overdreven. „Hij staat bekend als gedisciplineerd en dapper,” zegt Sugihantoro. „Hij zorgde altijd goed voor zijn soldaten. Pencak silat en het leger vinden elkaar in broederschap en discipline. En een gedisciplineerd militair is nooit op een verkeerde manier gewelddadig.”
Medailles en ensignes van regionale competities aan de muur van de martial arts school van Cecep Rahman
Het aantal Indonesische beoefenaars van silat is onbekend. Sportbond IPSI houdt geen cijfers bij. In een gesprek met NRC schat IPSI-secretaris generaal Teddy Suratmadji het totaal aantal silat-beoefenaars in Indonesië rond de vijftig miljoen mensen – het land telt 280 miljoen inwoners. Die inschatting lijkt wat aan de hoge kant. Wel is pencak silat op veel scholen onderdeel van het curriculum. En als je door West-Javaanse dorpen reist blijkt de silattraditie springlevend.
Het huis van leermeester Cecep Arif Rahman staat aan de hoofdweg van het dorp Sucinaraja (zo’n tweeduizend inwoners). De weg kronkelt kilometers lang tussen vulkanen en rijstvelden. Op de begane grond is zijn martial arts-school gevestigd. De les begint. Leerlingen rennen rond en stompen speels tegen zijn buik. Aan de muur hangen posters van films waarin hij speelde.
Twee assistenten geven aanwijzingen aan Alisya Shah Rani (14) en trainen haar voor het komende regionale kampioenschap. De school van Rahman traint wedstrijdatleten, maar houdt vast aan de traditionele basis. „Als je van klein af aan een regionale stijl beheerst, heb je alle vaardigheden die je in een wedstrijd nodig hebt,” vertelt Rahman, terwijl hij de les in de gaten houdt. „Als kind zag ik pencak silat elk jaar bij de onafhankelijkheidsviering. Dat wilde ik ook.”
Leerlingen komen naar de les van de martial arts school van Cecep Rahman in het dorp Sucinaraja
Zoals in de regio nog steeds gebruikelijk is, ging hij in de leer bij een lokale leermeester. „Ik kreeg les in de school van Panglipur.” Andere leermeesters volgden, waaronder Eni Rukmini, een beroemde vrouwelijke leermeester. Rahman beheerst meerdere stijlen. „Veel Javaanse silat-stijlen hebben Sumatraanse elementen. In de koloniale tijd kwamen veel Sumatraanse strijders naar Java om mee te vechten tegen de Nederlandse overheersers. Ze oefenden in het donker, zodat de Nederlanders niet doorhadden waar het verzet zat.”
De Panglipurtechniek kenmerkt zich door bewegingen die je tegenstander uit balans brengen. „Als je je lichaam goed onder controle hebt, kun je zelfs de kracht in je pink gebruiken om jezelf vrij te manoeuvreren.”
Pencak silat is van oudsher verbonden met de natuur. Een deel van de bewegingen zijn geïnspireerd op dieren: de tijger, de aap en de slang. „De tijger springt van de grond op zijn tegenstander. De aap slingert vanuit de boom naar beneden. Ieder dier heeft zijn eigen techniek.”
Zoals de leermeesters voor hem past ook Rahman zich aan aan de tijd. Zijn tien assistenten krijgen een traditionele training, maar gaan ook mee naar filmsets. Ze spelen mee als martial arts-acteur, zijn stuntman of choreograaf. Rahman is blij met de aandacht die hij door zijn filmcarrière aan de Indonesische krijgskunst kan geven.
Sinds hij in 2015 naam maakte als martial arts-acteur bij de Star Wars-trilogie, werd hij gevraagd voor de filmreeks John Wick als tegenspeler en silat-trainer van Keanu Reeves. „Dat koste niet veel moeite.” Reeves was al bedreven in kung fu, legt Rahman uit. „Hij leerde snel.”
Rahman is dankbaar dat de filmmakers oprechte interesse hadden in de culturele achtergrond. Zo staat in de oude silat-traditie bijvoorbeeld niet doden of verwonden centraal, maar zelfverdediging.
In de film laat Rahman Wick (Reeves), nadat hij hem tegen de grond had getrapt, uit respect weer opstaan. Als wederdienst spaart Wick Rahman aan het einde van het gevecht zijn leven. Ook de taal kreeg een plek in de film. Reeves verlaat de scène met de Indonesische woorden: ‘sampai jumpa‘: tot de volgende keer.
Sommige sporten zijn razend populair in maar één land of regio. Correspondenten van NRC maakten wereldwijd een rondje langs uitzonderlijke velden, banen en hallen. Wat maakt een sport historisch en nationaal erfgoed?
Grafbed van een heilige uit mekka tussen de rijstvelden, verborgen in dichte begroeiing in het dorp Sucinaraja, Garut District, West Java. volgens de dorpelingen is de heilige een voorouder van Pencak Silat meester Cecep Arif Rahman. Rahman en zijn leerlingen komen naar de plek voor spirituele inspiratie die helpt bij concentratie en discipline bij de beoefening van pencak silat, 6 juli 2025.
Source: NRC