Home

Een échte Limburgse vlaai moet écht dagvers zijn, besluit de minister

Limburgse vlaai mag alleen zo heten als het binnen een dag na het bakken te koop is. Met dat besluit van Landbouwminister Femke Wiersma hebben de industriële vlaaienbakkers het nakijken. Die wilden de term ‘dagvers’ oprekken naar zes dagen.

is regioverslaggever Zuid-Nederland van de Volkskrant.

In Nederlands- en Belgisch Limburg is de strijd van de kleine ambachtsman versus de grootindustrie, gewonnen door de eerste: de vlaaienbakker-om-de-hoek. De ambachtelijke bakkers van Limburgse vlaai, een sinds vorig jaar Europees erkend streekproduct, vonden Landbouwminister Femke Wiersma aan hun zijde in hun claim dat ‘dagvers’ betekent dat een echte Limburgse vlaai één dag vers is.

Die definitie komt de industriële bakker Goedhart in Panningen – tussen Weert en Venlo – slecht uit. Goedhart bakt op grote schaal vlaaien voor met name supermarkten in heel Nederland en die willen ze als ‘Limburgse vlaai’ verkopen. Om die aanduiding te mogen gebruiken moet die vlaai sinds januari 2024 aan een lange lijst voorwaarden voldoen.

Een van de belangrijkste eisen: ‘dagvers’, oftewel ‘verkoop uiterlijk één dag na productie’. Ambachtelijke bakkers maken ’s avonds of tegen middernacht hun echte Limburgse vlaaien en mogen die dan alleen de volgende dag als zodanig verkopen.

Zes dagen

Voor een industriële bakker als Goedhart is dit een zo goed als onmogelijke voorwaarde. Het bedrijf maakte in juli bij het ministerie bezwaar tegen de definitie van ‘dagvers’. Goedhart wilde de term oprekken naar maximaal zes dagen. Dat zou eerlijker zijn, claimde het familiebedrijf (anno 1895), want als ‘dagvers’ staat voor één dag, zijn de kleine bakkerijen in het voordeel ten opzichte van de grote.

Minister Femke Wiersma (BBB) ging daar niet in mee en bevestigde het enkelvoud in de term ‘dagvers’, waarna de vlag uitging bij de ambachtelijke bakkers in zowel Nederlands als Belgisch Limburg. Alleen daar, want een echte Limburgse vlaai moet ook echt in Limburg zijn gemaakt.

‘Een belangrijke overwinning’, jubelen de verenigingen van Nederlandse- en Belgisch-Limburgse brood- en banketbakkers in een gezamenlijke verklaring, ‘en een duidelijke streep door de rekening van de grote industriële bakkerij.’ De uitspraak bevestigt volgens de kleine bakkers dat de ‘kernwaarde’ dagvers geen loze marketingclaim is. ‘Consumenten weten nu precies wat ze mogen verwachten: een ambachtelijk bereide vlaai, zonder diepvries, zonder kunstgrepen, vers uit de oven.’

Centimeters en vulling

Met de uitspraak over de betekenis van dagvers is, acht jaar nadat Limburgse bakkers de eerste aanvraag deden voor een Europees BGA-keurmerk (Beschermde Geografische Aanduiding), definitief vastgesteld wat een Limburgse vlaai is. Die heeft officieel een diameter van minstens tien en hooguit dertig centimeter, een maximaal één centimeter dikke bodem zonder kunstmatige smaakstoffen, een meegebakken vulling van fruit, rijstpudding of custard en ‘kent geen nabewerking of extra versiering na het bakken’ – een toef slagroom is genoeg om van een Limburgse vlaai een gewone vlaai te maken.

Helemaal zeker van hun zaak kunnen de ambachtelijke Limburgse bakkers nog niet zijn, want Goedhart kan tot medio september tegen het ministeriële besluit in beroep. De industriële bakker kon niet zeggen of het die stap zet, maar de Nederlandse Brood- en Banketbakkers Ondernemersvereniging (NBOV) van ambachtelijke bakkers maakt zich volgens een woordvoerder geen enkele zorgen. ‘Voor ons was de beslissing glashelder.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next