Lezersbrieven Vooruitlopend op het debat in de Tweede Kamer deze donderdag over de situatie in Gaza, stuurden lezers uiteenlopende oproepen, hartenkreten en ideeën.
Palestijnen rouwen om hun familielid.
Eerder schreven wij, schrijvers, kunstenaars, journalisten en academici, een open brief aan u, de regering, de Nederlandse Staat. Het bleef stil. […] U noemt deze systematische vernietiging van een bevolkingsgroep graag een „kwestie” of een „debat”, maar in juridisch opzicht is het glashelder: u bent volgens het advies ‘De verplichting van derde staten om genocide te voorkomen’ van de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV) als staat hoogstwaarschijnlijk medeplichtig aan een misdaad tegen de menselijkheid. U, de staat, heeft in dat geval opzettelijk bijgedragen aan of gefaciliteerd bij het plegen van de misdrijven die Israël momenteel pleegt. Nederland moet meer doen om deze situatie in Gaza te helpen stoppen.
Want dit maakt ons, het Nederlandse volk, mede aansprakelijk. Ondanks alle oproepen, rechtszaken, ondanks de rode lijnen, kreeg het Palestijnse volk, net als het Nederlandse volk, alleen maar lege beloften en mensonterende, soms dodelijke voedseldroppings. Druppels op een gloeiende plaat. Israël heeft al decennialang aangetoond niet te reageren op dit soort ‘maatregelen’, en ligt op een ramkoers die al ver voor de inval in Gaza is ingezet. Wij willen hierbij de Nederlandse Staat, u, moreel aanklagen om deze feiten, en om onze eigen gedwongen rol daarin, u maakt van ons een medepleger. Omdat we de woorden niet meer hebben, omdat ook onze daden tekort lijken te schieten. Wij eisen een algehele boycot, een stop op de wapenhandel en een erkenning van de Palestijnse staat, we eisen dat er daadwerkelijk alles aan gedaan wordt de genocide te stoppen, zoals u verplicht bent te doen, daadwerkelijke inspanning te verrichten, in plaats van campagne te voeren.
Teddy Tops, Lisa Weeda, Nisrine Mbarki, Soula Notos en Marijn Lems, namens ruim 1.000 ondertekenaars uit de journalistiek en media in een open brief
Hoewel er (veel te langzaam) een kanteling lijkt te ontstaan na bijna twee jaar oorlog, aarzelen de bondgenoten nog steeds om niet alleen met woorden, maar ook met ingrijpende maatregelen een duidelijk signaal te geven aan de Israëlische overheid om de gruwel in Gaza te stoppen.
Ik voelde plaatsvervangende schaamte toen Mark Rutte in mei 2024 durfde te zeggen dat Israël nog steeds geen rode lijn had overschreden terwijl er toen al ruim 30.000 doden waren gevallen: allemaal Hamas-strijders?
Twee volkeren, wanhopig op zoek naar een plek om veilig te kunnen wonen, werken en liefhebben, met leiders die denken dat dit alleen met oorlog voeren kan bereikt worden terwijl westerse bondgenoten liever de andere kant opkijken. En met uiteindelijk, naast tienduizenden slachtoffers, slechts één winnaar: de wapenindustrie. Een schandvlek voor de internationale gemeenschap!
Luc van Houdt Arnemuiden
Ik hoop het nog in mijn leven mee te maken: Netanyahu en zijn medeplichtigen voor het Internationaal gerechtshof in Den Haag.
Naima Khoulali via LinkedIn
GroenLinks-PvdA-leider Frans Timmermans roept het Nederlandse kabinet op om Palestina zo snel mogelijk te erkennen als onafhankelijke staat. Toch rijzen er al jaren serieuze vragen bij de haalbaarheid van het tweestatenmodel. De slogan ‘From the river to the sea’ weerspiegelt het blijvende streven van de meeste Palestijnse groeperingen naar het verdwijnen van Israël, wat onderlinge erkenning frustreert.
Daarbij speelt ook de interne verdeeldheid onder Palestijnen een grote rol. Waar zou zo’n staat gevestigd worden? In Gaza onder Hamas? In Judea en Samaria onder de Palestijnse Autoriteit (PA)? Of onder lokale clans?
De versnippering onder Palestijnen maakt centraal bestuur nauwelijks denkbaar. Tegen deze achtergrond wint een alternatief terrein: het emiratenmodel. Dit model erkent de macht van traditionele stammen en clans boven die van de vaak als corrupt en ineffectief beschouwde PA en Hamas.
In Hebron hebben inmiddels 21 invloedrijke sjeiks, die samen een meerderheid van de bevolking vertegenwoordigen, trouw gezworen aan dit model. Volgens initiatiefnemer Mordechai Kedar – arabist en islam-expert – biedt het emiratenmodel een alternatief. Geen top-down opgelegd nationalisme, maar bottom-up-bestuur via vertrouwde netwerken. Zoals in de succesvolle Golfstaten, denk aan Dubai, Oman of Saoedi-Arabië – allen bestuurd door invloedrijke families.
De Palestijnse gebieden worden in het Westen vaak gezien als homogeen nationalistisch, maar in werkelijkheid bestaan ze uit tientallen clans met hun eigen hiërarchie en invloed. Hamas en de PA zijn bovenop deze samenleving geplaatst, maar missen draagvlak. Waar de PLO en Hamas streven naar nationale of religieuze ideologie, bouwen de clans aan concrete stabiliteit.
Ook Israëlische veiligheidsexperts, zoals brigadegeneraal Amir Avivi, zien de PA als kern van het probleem: een broedplaats van terrorisme, via onderwijs en financiële steun aan daders. In die context bieden de clans juist een kans op vrede – lokaal, pragmatisch en geworteld. Het momentum is er nu. Wat voorheen ondenkbaar was, kan realiteit worden.
De vraag is of het Westen dit herkent, of blijft vasthouden aan een model dat in de praktijk keer op keer is gesaboteerd, van binnenuit én van buitenaf.
David Pinto Amsterdam
Als Israël niet bereid is tot een eerlijke en duurzame oplossing, moet de internationale gemeenschap ingrijpen en een regeling afdwingen die een eind maakt aan zowel de onderdrukking van de Palestijnen en de vernietiging van hun erfgoed enerzijds, als de terroristische acties tegen Israël anderzijds.
De verantwoordelijkheid voor het slagen daarvan ligt vooral bij Israël: de sterkste heeft naast rechten vooral plichten. Zoals de zwakste helpen bij het streven tot verheffing. Vrede volgt dan vanzelf.
Martin Siecker Alkmaar
Laat de verantwoordelijken de heropbouw financieren. Wij dus, onder andere.
Patrick Bakker via Linkedin
Source: NRC