Home

Wat moet je als voetbalfan als je eigen profclub niet meer bestaat? ‘Je kunt wel van geliefde veranderen, maar niet van club’

Vitesse Arnhem is niet de eerste stad die moet leren leven zonder eigen profvoetbalclub. Supporters van FC Wageningen weten wat het verlies betekent. Een groep komt nog iedere week samen in het stadion, maait gras, wiedt onkruid en praat over het leven.

Oud-spelers van FC Wageningen in stadion de Wageningse Berg

Het grasveld ligt er piekfijn bij. De tribune ziet eruit alsof ieder moment honderden toeschouwers binnen kunnen komen. Het stadion De Wageningse Berg is in prima conditie. Maar een vaste voetbalclub heeft het niet, want FC Wageningen ging in 1992 failliet. Toch komen nog elke week supporters, oud-voetballers en vrijwilligers samen in het business home van vroeger. Om te praten over voetbal, het leven en ervoor te zorgen dat de boel netjes blijft.

Hoe het is om verder te gaan als je voetbalclub proflicensie kwijtraakt, of nog erger, failliet gaat? Een lot dat Arnhemse club SVB Vitesse hoogstwaarschijnlijk staat te wachten. In Wageningen weten ze er alles van. Elke dinsdagochtend druppelen vrijwilligers nog steeds het stadion binnen, alsof er niks is veranderd. Bert van Geffen bijvoorbeeld, hij was van 1973 tot 1978 doelman bij FC Wageningen en won in 1976 de Tony van Leeuwentrofee omdat hij de minst gepasseerde keeper in het betaald voetbal was. Normaal fietst hij elke week naar de koffie-ochtend toe, maar omdat hij zijn heup een paar weken heeft gebroken, loopt hij nu op krukken het zaaltje binnen.

Jaloezie

Vitesse, ooit een regionale rivaal van de Wageningse club, is uiteraard onderwerp van gesprek deze ochtend. De meningen lopen uiteen. Niemand heeft medelijden met het bestuur. Maar die supporters? Het merendeel voelt met ze mee, een enkeling voelt niks en een ander zegt dat de fans van Vitesse destijds ook nooit om de supporters van FC Wageningen gaven.

Met verbazing en een beetje jaloezie kijken ze ook wel naar de omgang van de KNVB met Vitesse. FC Wageningen had een schuld van zo’n 900.000 gulden en is vrij snel failliet verklaard. Van Geffen: „Als je nu ziet hoe dat is gegaan in Arnhem, dan denken wij weleens: had dat bij ons ook niet gekund? Want ze hebben uitstel op uitstel gehad. Wij hadden geen regels overtreden en waren binnen een maand failliet.”

Anton van Kooten heeft gehuild, toen FC Wageningen failliet ging, vertelt hij. „Het deed me heel veel.” Van Kooten wordt door de anderen aanwezigen, er zijn er een stuk of vijfentwintig, omschreven als ‘supervrijwilliger’. Hij is het die er, samen met zijn vriendin, voor zorgt dat koffie, thee en gebak klaar staat. En hij houdt in de gaten dat het veld er netjes bij ligt. „Het gras is daar te hoog”, zegt hij, wijzend naar het doel. „Dus dat gaan we straks maaien.” Hij deelt een paar petjes uit aan een paar aanwezigen. Afgelopen dagen was er een trainingskamp van een club uit Qatar te gast in De Wageningse Berg. Er mag geen betaald voetbal meer plaatsvinden in het stadion, maar trainingskampen worden wel gehouden.

Verdwenen clubs

Sinds de invoering van het betaald voetbal in Nederland, in 1954, zijn meerdere voetbalclubs van het toneel verdwenen. Het Groesbeekse Achilles ’29 in 2018 is de meest recente, maar eerder gingen ook onder andere SC Veendam (2013), RBC Roosendaal (2011) en FC Vlaardingen (1981) failliet.

Het faillissement van SC Veendam was voor Martin Meijer een grote klap. „Je kunt wel van geliefde veranderen, maar niet van club”, zegt hij aan de telefoon. En dat meent hij: sinds de voetbalclub niet meer bestaat, volgt hij geen voetbal meer. „Er zijn supporters die een andere club volgen, maar je hebt ook mensen zoals ik. Die clubs zijn minstens twee keer per jaar je tegenstander geweest, daar kan ik niet ineens voor gaan juichen.”

Elke dinsdag komen oud-voetballers, vrijwilligers en supporters bij elkaar in stadion de Wageningse berg

FC Groningen dacht in 2013 slim in te haken op het faillissement door SC Veendam-supporters een brief te sturen met de boodschap dat ze bij hen welkom waren. „Dat heeft best wat kwaad bloed gezet”, zegt Meijer. „Hoe konden ze denken dat dat een goed idee was?”

SC Veendam was een belangrijk onderdeel van Meijers leven. Hij woonde zeven jaar op Ameland en ging zelfs toen naar elke thuis- en uitwedstrijd. „De langste reis die ik maakte was van Ameland naar Zeeland, via Veendam om vrienden op te halen. Dat was heel mooi, ook al verloren we de wedstrijd.”

Maar een faillissement is niet alleen persoonlijk vervelend, zegt Meijer. „Ook voor een stad. Supporters gaan een hapje eten, ergens wat drinken. Ook toeleveringsbedrijven hebben er last van.”

FC Wageningen mag dan niet meer bestaan, merchandise is er nog wel. Sjaals, ballen en paraplu’s worden met enige regelmaat verkocht. Er komen nog altijd mensen vanuit heel Nederland het stadion omdat ze bijvoorbeeld aan het groundhoppen zijn, zo veel mogelijk stadions willen bezoeken. Deze ochtend is er zelfs bezoek van heel ver, de vrijwilligers draaien zich allemaal om als ze horen dat er Amerikanen op het veld lopen. „Ze komen Vitesse kopen, zeker”, lacht er een.

Open wond

Michael van Wagenen is samen met zijn vier zonen en twee schoonzonen vanuit Utah naar Wageningen afgereisd. Zijn naam is een verbastering van de stadsnaam, zijn voorouders zijn in 1660 al naar New Jersey verhuisd, vertelt hij. Ze kopen een sjaal en worden rondgeleid door een van de aanwezigen. Oud-doelman Van Geffen: „Dat is ook het leuke hier, er is altijd wel iemand die je alles kan vertellen over de geschiedenis.”

Rien Bor bijvoorbeeld, hij zat in het laatste bestuur van FC Wageningen toen het failliet ging. Maar hij heeft, samen met Arjan Molenaar, ook drie boeken geschreven over de club. Hoogtepunten uit de geschiedenis van FC Wageningen? Tweemaal de promotie naar de Eredivisie. En een 6-1 overwinning op PSV in Eindhoven (1977).

Het faillissement van FC Wageningen is lang een open wond geweest, zegt Bor. „Toen we tien jaar later mensen gingen interviewen voor ons boek, zeiden sommigen nog steeds dat de tranen in hun ogen schieten als ze langs De Wageningse Berg komen. Of dat ze dan maar de andere kant op kijken.”

Niet elke club die failliet gaat, houdt op te bestaan. Dat bewijst RBC bijvoorbeeld. De Roosendaalse club ging in 2011 failliet. Maar de supportersvereniging wilde het daar niet bij laten, vertelt bestuurslid Arthur Verbraak. „We wisten: we kunnen deze club niet verloren laten gaan. Maar makkelijk was dat niet. RBC was uitgeschreven, dus dat betekende dat we onderaan moesten beginnen, in de vijfde klasse.”

Bert van Geffen.

Er waren geen tenues, er was geen voetbalveld en er was niet eens een bal. De doorstart duurde een jaar. Maar op de dag dat RBC honderd jaar bestond, 31 juli 2012, speelde de club eindelijk weer een wedstrijd. Uit tegen MOC’17 in Bergen op Zoom, derde klasse. RBC won.

De afgelopen jaren is RBC bezig aan een kleine opmars. In vier jaar tijd is de club drie keer gepromoveerd, komend seizoen komen ze uit in de derde divisie. Een van de laatste wedstrijden van het seizoen speelde de club voor een uitverkocht stadion.

„Je moet genieten van wat je hebt”, zegt Verbraak. „Je focus moet niet meer op betaald voetbal zitten en een stadion van 20.000 mensen. Dat is er niet meer.” RBC is nu een amateurclub. Verbraak: „Maar we zijn doorgegaan met het doel om zo hoog mogelijk te eindigen.”

Vitesse kan net als RBC een doorstart maken, denkt Verbraak. „Maar de supporters moeten zich dan wel realiseren dat het een amateurclub is. Je speelt niet meer tegen Ajax, maar tegen een club uit de buurt. Het is heel anders, maar het is en blijft je club.”

Grasmaaien

In Wageningen wordt niet alleen koffie gedronken en over het verleden gepraat, maar wordt er ook gewerkt. Dat het veld er nu zo goed uit ligt, was niet altijd zo. Na het faillissement was het terrein – midden in een natuurgebied – overwoekerd. De bomen groeiden door de tribunes heen, vertelt Jan van Osenbruggen, die van 1968 tot 1981 voor de club speelde. „Een oud-speler zei me dat hij de boel op de Wageningse Berg ging bijhouden, toen heb ik me ook aangesloten. Ik heb de bomen weggezaagd. En nu maai ik het gras, zorg ik dat het onkruid verdwijnt en doe ik af en toe ook wat snoeiwerk.” Op de tribunes zitten mag officieel niet, vanwege betonrot.

Aan de muur van het business home hangen shirts van verschillende voetbalclubs. Een grote poster herinnert aan een wedstrijd van FC Wageningen tegen Feyenoord. Oud-doelman Van Geffen wijst naar een andere muur, met zwart-witfoto’s. „We doen allemaal ons best om daar niet op terecht te komen”, lacht hij. „Dat zijn de mensen die zijn overleden.”

Van Geffen heeft een „vreselijk leuke” tijd gehad bij FC Wageningen. We hadden allemaal een baan en moesten ’s avonds trainen. In de weekenden hadden we dan de wedstrijden. „Van de extra centjes kon je af en toe een nieuwe auto kopen, meer was het niet. We hadden een echte vriendenploeg, het was een deel van ons leven.”

Source: NRC

Previous

Next