Je reinste modefotografie. Dat dacht curator Matthieu Nicol toen hij op een gigantisch beeldarchief stuitte van het Amerikaanse leger, nu deels te zien in de Rotterdamse Kunsthal. ‘De portretten hebben eenzelfde soort kwaliteit als die van een bekende fotograaf als Rineke Dijkstra.’
De Franse beeldredacteur en curator Matthieu Nicol (46) was digitale archieven aan het doorspitten, toen hij op een collectie foto’s van militaire producten stuitte, recent vrijgegeven door het Amerikaanse leger. Naast de bekende camouflageprint zijn op de foto’s onder andere technische militaire kleding voor verschillende weersomstandigheden te zien en prototypes van allerlei sciencefictionachtige ontwerpen: gezichtsmaskers, glanzende gewatteerde onderkleding en vreemdvormige pakken in wit of zilver, waar soms een slurf uitkomt.
Het betrof in totaal zo’n veertienduizend gescande negatieven, daterend van eind jaren zestig tot de jaren negentig.
De modellen staan er op de foto’s nogal onbeholpen bij, gefotografeerd tegen een studioachtergrond. Elke foto komt met een sleutelwoord en een jaartal, maar verder kon Nicol nergens informatie vinden. Unheimlich vond hij het, de systematische manier van fotograferen gecombineerd met de gewelddadige uitstraling van de militaire producten. Geïntrigeerd door de beelden deed hij navraag bij het Amerikaanse leger: waar diende dit archief toe?
Het duurde een jaar voordat hij antwoord kreeg: defensie zou niet op zijn vragen over de herkomst en het doel van de foto’s ingaan, maar, gaven ze te kennen, het beeld was publiek en Nicol mocht ermee doen wat hij wilde. Wat hij ermee deed is nu te zien in de Kunsthal in Rotterdam: een tentoonstelling die is gebaseerd op het gelijknamige boek Fashion Army waarin Nicol in 2024 de foto’s bundelde.
Samen met Kunsthal-curator David Snels richtte hij Hal 5 in met een selectie uit zijn project. De beelden zijn op print aan de muur te zien, netjes uitgesneden en geretoucheerd, en in een diavoorstelling met de originele negatieven. De muren zijn pastelroze geverfd omdat dat goed past bij de zachte tinten van de achtergrond op de foto’s. ‘Maar ook omdat ik de discrepantie tussen het Amerikaanse leger en de kleur roze leuk vond’, voegt Snels toe.
Bij gebrek aan antwoorden op zijn vragen restte Nicol geen andere keuze dan de beelden met een puur visuele insteek door te spitten. Hij besloot het archief als een vorm van modefotografie te benaderen. De foto’s deden hem op een vreemde manier denken aan de beelden die grote modehuizen anno nu naar buiten brengen. De vormgeving van zijn boek keek hij daarom af van de modewereld: geïnspireerd op een lookbook, waarin een modecollectie wordt gepresenteerd, heeft Nicol de foto’s afgedrukt op glanzend papier en de cover in een doorzichtige plastic hoes gestoken.
Toch is er een verschil: Nicol noemt de mensen in legeruniformen, kantooruitrusting en formele kostuums geen modellen, maar subjecten. Ze zouden immers niet poseren. En de fotografen zijn volgens hem geen fotografen, maar operateurs. Ze zijn immers anoniem en bezitten dus geen auteursrecht over de foto’s. Wel merkt Nicol op dat hier duidelijk professionals aan het werk waren: het gaat om studiofotografie met uitgekiende belichting, geschoten met een analoge camera.
‘De portretten hebben eenzelfde soort kwaliteit als die van bijvoorbeeld de bekende fotograaf Rineke Dijkstra’, zegt hij. ‘Deze operateurs deden misschien geen artistiek werk, maar je herkent de stijl van de Düsseldorfer Schule erin terug, die een tijd erg invloedrijk was in de kunstfotografie.’
Nicol ziet in het fotoarchief allerlei gelijkenissen met de popcultuur. De beelden uit de jaren tachtig doen hem denken aan de film Topgun (1986) van Tony Scott; die van eind jaren zestig aan de film 2001: A Space Odyssey (1968) van Stanley Kubrick. ‘Het is een breed geaccepteerd gegeven dat het leger invloed op de mode heeft’, zegt Nicol. ‘Maar ik denk dat het ook andersom werkt: dat popcultuur het uiterlijk van het leger ook beïnvloedt.’
Uit het vrijgegeven archief koos hij naast beelden van kleding en accessoires ook enkele beelden van objecten waarvan hij niet kon uitmaken wat het precies zijn. Als je die gebruiksvoorwerpen zo naast elkaar ziet, zou het een visuele paklijst met festivalbenodigdheden kunnen zijn: een paar stevige schoenen, een variëteit aan zonnebrillen, een slaapzak, potjes pillen en een make-updoosje met camouflageschmink, inclusief een spiegeltje in het deksel. En dat alles dus gefotografeerd tegen een roze of turquoise achtergrond.
Toch hoopt Nicol dat de bezoeker het beeld niet al te luchtig ziet – het blijft immers de documentatie van materieel om oorlog mee te voeren. In de selectie heeft hij foto’s die als te grappig kunnen worden opgevat geweerd: ‘Ik hoop dat dit werk het begin vormt van reflectie op macht en geweld.’
Ook Snels ziet de urgentie van dit project: ‘We stellen dit tentoon in een tijd waarin de rol van het Amerikaanse leger en de Europese herbewapening weer aan de orde van de dag zijn.’ Maar boven alles blijft het vooral een mysterieuze collectie. ‘Je kunt heel lang naar deze beelden blijven kijken’, zegt Snels. ‘Ze roepen steeds meer vragen op, hoe langer je naar ze kijkt.’
Fashion Army, Kunsthal, Rotterdam, t/m 7/12.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant