Nu buitenlandse adoptie verboden is, is draagmoederschap voor sommige stellen de enige mogelijkheid tot het vervullen van hun kinderwens. Maar in Nederland ontbreekt alle regelgeving, wat leidt tot onzekerheid en het risico op misstanden.
is binnenlandverslaggever van de Volkskrant.
Niet wachtend op de verlossende streepjes van een zwangerschapstest, maar bij het openen van hun mailbox houden Ruud Zwinkels (41) en Koen Brummel (33) hun adem in. Want er zou maar iemand zijn die schrijft: ‘Ik wil jullie kindje dragen.’
In december lanceerden ze de website meervaders.nl, met bijbehorend mailadres en een Instagrampagina. Zie het als een kleine campagne van twee mannen die ervan dromen samen vaders te worden, op zoek naar een draagmoeder. Met foto’s van het stel en hun oppaskind. En waarin ze zichzelf voorstellen als twee nuchtere jongens, die gezond leven, vrienden en familie belangrijk vinden, en graag buiten zijn.
Wat opvallend genoeg níét op de website staat, zijn de woorden ‘wij zoeken een draagmoeder’. In Nederland is het verboden om een oproep te plaatsen om een draagmoeder te vinden of te worden, om daarin te bemiddelen en om ervoor te betalen.
Waar de meeste stellen hun kinderwens in stilte proberen te vervullen, maken sommige homostellen en andere wensouders zonder baarmoeder, of met ernstige aandoeningen aan hun baarmoeder, weliswaar omfloerst, hun kinderwens online wereldkundig.
Hoeveel mensen dat precies doen, is niet bekend, maar Zwinkels en Brummel moesten lang zoeken naar een beschikbare domeinnaam: ‘De meest voor de hand liggende waren al in gebruik’, zegt Brummel. Zonnebadend op vakantie schoot hem ‘meervaders’ te binnen. Toepasselijk, want de twee wonen aan het water, in het Groningse Meerstad.
Het voelt kwetsbaar dat hun omgeving op de hoogte is, zegt Zwinkels. De maandag na lancering van de website ging de basisschooldirecteur met een steen in zijn maag naar zijn werk. ‘Tijdens mijn pleinwacht in de pauze vroeg een meisje uit groep 3: ‘Jij wil toch papa worden? Dat zei mijn mama tegen mij.’
‘Het is alsof we met de billen bloot moeten, terwijl we geen idee hebben of het ooit iets gaat opleveren.’ Maar er kwamen veel positieve reacties, van vrienden, familie en onbekenden. ‘Andere stellen die een kind kregen met behulp van draagmoederschap bieden bijvoorbeeld aan om te bellen en tips te geven.’
Die stellen treffen ze geregeld op informatieavonden over draagmoederschap. Daarin is de laatste jaren steeds meer interesse, zegt Pauline van Berkel, die de bijeenkomsten organiseert als voorzitter van de stichting Zwanger voor een Ander.
Of het ook vaker voorkomt, is onduidelijk: pas in 2024 werd het aantal draagmoederschappen voor het eerst becijferd. De Universiteit Leiden telde 165 casussen tussen 2017 en 2022. Gezien het recente verbod op buitenlandse adopties achten de onderzoekers het aannemelijk dat dit aantal de komende jaren toeneemt.
Des te belangrijker daarom, zegt Van Berkel, dat hier ‘nu eindelijk’ regels voor komen. Want afgezien van de verschillende verboden, ontbreekt het in Nederland aan een juridisch kader voor draagmoederschap.
Het Nederlandse beleid is erop gericht draagmoederschap te ontmoedigen, zegt Van Berkel, door mensen alleen toe te staan een draagmoeder in eigen kring te zoeken. ‘Maar daarbij zijn ze vergeten rekening te houden met de komst van internet, waardoor mensen elkaar toch wel vinden,’ zegt ze. Dan, lachend: ‘En vergeten rekening te houden met mij. Want die voorlichtingsavonden lijken het draagmoederschap in Nederland best een impuls te geven.’
In 2010 begon Van Berkel een blog over haar wens om draagmoeder te worden. ‘Ik had zelf drie kinderen, dat was al best veel. Maar ik vond het jammer dat ik nooit meer zwanger zou zijn.’ Via haar blog wisten wensouders haar te vinden, en werd ze twee keer draagmoeder. ‘Daarna ben ik de stichting begonnen, omdat ik merkte wat een enorm gebrek aan informatie en regelgeving er is.’
Zo is het in Nederland niet mogelijk om vóór de conceptie bij de rechter vast te leggen wat de bedoeling is. Daardoor zijn er geen garanties als een van de partijen zich tijdens de zwangerschap bedenkt, bijvoorbeeld in het (uitzonderlijke) geval dat de draagmoeder het kind wil houden of als de wensouders uit elkaar gaan.
Alleen als de draagmoeder geen mannelijke echtgenoot heeft, kan een van de wensouders al voor de geboorte het kind erkennen en zo juridisch ouder worden. In alle andere gevallen worden de wensouders pas na de geboorte juridisch ouder, door middel van adoptie. Dat proces kan anderhalf jaar duren. Daardoor verblijft het kind vaak al bij de wensouders terwijl zij geen medische beslissingen mogen nemen in geval van nood, en niet met het kind naar het buitenland mogen.
Dan is er nog het gebrek aan transparantie, zegt Van Berkel. ‘Zonder verplichte documentatie kunnen heterostellen in theorie voor hun kind verzwijgen dat het is verwekt en/of gedragen door een andere vrouw. Zeker als het kind is geboren met behulp van ivf en dus het dna van beide wensouders heeft.’
Naast die juridische aspecten komen er allerlei gevoelige sociale vraagstukken kijken bij draagmoederschap, weet Monique Mochtar. Zij werkt als gynaecoloog bij het Amsterdam UMC, een van de twee plekken in Nederland die ivf-trajecten aanbiedt voor wensouders en draagmoeders die elkaar hebben gevonden. ‘Denk aan vragen als: komt de baby na geboorte bij de draagmoeder te liggen? Krijgt de baby borstvoeding? Hoe en wanneer vertel je het kind over deze geschiedenis?’
Mensen die bij haar in het ziekenhuis komen, probeert zij daar zo veel mogelijk in te begeleiden. Maar veel draagmoederschappen vinden buiten een kliniek plaats, met zelfinseminatie. ‘Dan moeten mensen er zelf aan denken om van tevoren duidelijke afspraken te maken.’
Alle verboden en mogelijke complicaties in Nederland maken dat het buitenland lonkt; volgens de Universiteit Leiden vond 57 procent van de draagmoederschappen die ze in vijf jaar registreerden, buiten Nederland plaats.
Dat gebeurt veelal met hulp van bemiddelingsbureaus en fertiliteitsklinieken, zoals New Life Global: een bedrijf dat wensouders aan draagmoeders koppelt in onder meer Georgië, Oekraïne, Mexico en Kenia. Tussen 2021 en 2024 gingen 21 Nederlandse stellen een traject aan bij dat bedrijf.
Die industrie zit wereldwijd enorm in de lift: ging daar in 2021 naar schatting nog 11,6 miljard dollar (10 miljard euro) in om, vier jaar later was dat 22,4 miljard, volgens marktonderzoeker Global Market Insights. Een lucratieve markt, kortom, waardoor het risico op uitbuiting van draagmoeders en zogenoemde ‘kinderkoop’ op de loer ligt.
Bepalend voor dat laatste, schrijft de Universiteit Leiden in het onderzoek, is de vraag of betaald wordt voor de overdracht van het kind zelf. Zo stuitten de onderzoekers op een situatie waarin de draagmoeder pas zou tekenen voor de benodigde documenten als haar nog eens 15 duizend euro zou worden betaald.
Als het gaat om betalen voor de zwangerschap, voor de ‘dienst’ die een draagmoeder levert, is de ethische grens minder evident. Zo is het in de Verenigde Staten – waar een traject ongeveer 200 duizend euro kost – gangbaar dat draagmoeders geld verdienen. Voorstanders vinden het niet meer dan logisch dat zij er iets voor terugkrijgen.
Voor anderen is dat uit den boze. Zo vinden wensouders Zwinkels en Brummel het risico te groot dat een vrouw in financiële nood dit als oplossing aangrijpt, in plaats van het kind uit intrinsieke motivatie te dragen. ‘We willen zeker weten dat iemand dit met de juiste intenties doet’, zegt Zwinkels. ‘Namelijk omdat ze ons graag wil helpen bij het vervullen van onze kinderwens.’
In Canada – zo’n 150 duizend euro voor een bemiddelingstraject – is alleen ‘altruïstisch’ draagmoederschap toegestaan: vrouwen krijgen daar een vaste onkostenvergoeding. Maar dan woont de moeder nog altijd aan de andere kant van de oceaan, zegt Brummel. ‘We vinden het belangrijk dat zowel wij als het kind een band kan opbouwen met de moeder, dat zij samen of wij met z’n allen af en toe op pad kunnen.’
Non-commerciële bemiddeling zoals in Canada zou er ook in Nederland moeten komen, adviseerde de staatscommissie Herijking ouderschap al in 2016. Na een aantal jaren van vervolgonderzoek zegde toenmalig minister van Justitie Sander Dekker (VVD) in 2019 toe daar werk van te maken.
Maar het onderwerp lag gevoelig bij coalitiepartijen CDA en ChristenUnie, die hechten aan het traditionele gezin. Na jaren vertraging werd in juli 2023 een wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer. Op de Kamervragen van destijds heeft de regering nog altijd niet gereageerd.
Afgelopen april nam de Kamer daarom een motie aan waarin het kabinet werd verzocht om er zo snel mogelijk en uiterlijk 1 juli op terug te komen. Dat is niet gelukt, schreef demissionair staatssecretaris van Justitie Teun Struycken op 10 juli in een brief aan de Tweede Kamer.
Of zoals Van Berkel de brief leest: ‘Leuk dat jullie bij motie hebben gevraagd voor 1 juli iets te laten horen, maar da’s niet gelukt. In het najaar misschien.’ Het onderwerp werd niet controversieel verklaard, dus in theorie kan deze wet nog voor de verkiezingen worden aangenomen – al heeft het voor de coalitiepartijen geen prioriteit.
Zwinkels en Brummel willen daar dan ook niet op wachten, en bereiden zich voor om alles zelf zo goed mogelijk te regelen. ‘We hebben een lijst van alle dingen die we met de draagmoeder willen bespreken’, zegt Zwinkels. ‘Zoals: wat betekent het voor haar eventuele eigen kinderen dat ze een halfbroertje of -zusje krijgen?’
De zoektocht geeft elke dag in huize Zwinkels-Brummel een extra lading. Want in feite zijn ze nog nergens, realiseren de mannen zich: een eventuele zwangerschap is ver weg. En tegelijkertijd kan dat elk moment veranderen. Iemand die woont in Nederland, met wie ze een klik hebben en die hun kind wil dragen: de spoeling is dun, maar er is er maar eentje nodig.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant