Home

‘Gebruik ongekwalificeerde mensen’ en andere wijsheden van muzikant Brian Eno

De wijsheden van Brian Eno Brian Eno ontwikkelde Oblique Strategies, kaartjes met benaderingen waardoor je net in een andere richting gaat denken of handelen als je creatief tot stilstand komt. Schrijver Bert Natter dacht ze niet nodig te hebben, maar dat liep anders.

In 1975 ontwikkelde Brian Eno (1948) samen met beeldend kunstenaar Peter Schmidt (1931-1980) de Oblique Strategies (misschien het best te vertalen als Zijdelingse Benaderingen). Het is een doosje dat je kunt gebruiken als een creatief proces tot stilstand dreigt te komen; er zitten kaartjes in die je helpen los te laten in plaats van je vast te bijten, door op een onverwachte manier naar je probleem te kijken. Hoe interessant ik ze ook vond, ik dacht dat ik Eno’s Oblique Strategies zelf niet nodig had, tot ik me in de kaartjes begon te verdiepen.

Brian Eno werd begin jaren zeventig bekend als het extravagante, met uitbundige make-up en kleding uitgedoste lid van Roxy Music. Later dat decennium werkte hij met David Bowie in diens experimentele fase en in de jaren tachtig en negentig produceerde hij baanbrekende platen van Talking Heads en de grootste successen van U2. Daarnaast maakte hij een reeks soloalbums, is hij de bedenker van de term Ambient Music, beeldend kunstenaar en schrijver.

De Oblique Strategies lijken geïnspireerd te zijn door de Fluxus beweging, een dadaïstische stroming uit de jaren zestig en zeventig, waarin performances centraal stonden. De kunstwerken bestonden uit soms absurde instructies die de toeschouwer uitdagen op een nieuwe manier naar de wereld te kijken.

In 1963 gaf George Brecht (1926-2008), een leerling van avant-gardecomponist John Cage, bijvoorbeeld een doosje met kaartjes uit waarin je instructies aantreft voor events die doelloos, onuitvoerbaar of onbegrijpelijk zijn.

De Oblique Strategies van Eno en Schmidt zijn minder merkwaardig en hebben de bedoeling om musici, kunstenaars en schrijvers verder te helpen:

Bij de platen van Bowie waar Eno aan meewerkte, de Berlin Trilogy, bestaande uit Low, Heroes en Lodger, werden de kaartjes ingezet, zoals deze:

Op de hit ‘Boys Keep Swinging’ drumt gitarist Carlos Alomar en speelt drummer Dennis Davis basgitaar. De werktitel van het album waar dit nummer op staat, Lodger, was Planned Accidents. Die titel vat goed samen wat Eno tracht te bewerkstelligen met de Oblique Strategies: een atmosfeer creëren waarin dingen kunnen gebeuren, een gemoedstoestand forceren waarin je openstaat voor zaken die niets te maken lijken te hebben met wat je aan het doen bent. Voor Eno zelf vormt het feit dat hij op geen enkel instrument uitblinkt nauwelijks een belemmering om bijzondere muziek te maken. De mensen met wie hij werkt, daagt hij met zijn kaartjes uit niet de dingen te doen waarvan ze weten dat ze er goed in zijn: de snelle loopjes op de gitaar, de uitgekauwde baslijntjes, de bekende drumbeats, de voorspelbare akkoordenschema’s en de clichés van I-love-you-so-teksten. Eno is altijd op zoek naar het andere, het nieuwe en wil dat je overal voor openstaat, juist voor toeval: „Eer je fout als een verborgen bedoeling.”

Wachten op een raaf

In Logboek van Harry Mulisch, een dagboek dat de schrijver in 1991/1992 bijhield over de totstandkoming van zijn roman De ontdekking van de hemel, kwam ik een mooi voorbeeld tegen van dat ‘open staan’ en toeval toelaten dat Eno nastreeft.

Ook Mulisch was een mens en af en tot stokt het werk aan zijn magnum opus. Op zondag 29 september 1991 zit hij muurvast: „De hele dag verbeterend rondgedraafd door het hele manuscript — vooral om het verdergaan uit te stellen.”

Ik denk dat Mulisch niet de meest voor de hand liggende oplossing voor een probleem wil bedenken, zodat hij weer verder kan met het volgende, maar afwacht tot zich iets openbaart dat hij niet had kunnen verzinnen terwijl hij erover na aan het denken was. De gitarist achter het drumstel zetten, kortom.

„Het wachten is nog op iets, maar ik weet niet waarop”, schrijft Mulisch als hij is aanbeland op tweederde van zijn boek. Hij lijkt op zoek te zijn naar een geschikte Sprechhund, een dier dat je kunt gebruiken om een personage tegen te laten praten. Mulisch overweegt een poedel, een hond die een rol speelt in Faust, maar verwerpt dat idee, de verwijzing naar Goethe zou „te opzichtig” zijn. Twee dagen later (donderdag 1 oktober) zit hij aan de telefoon met iemand van zijn uitgeverij, De Bezige Bij, en hoort hij „op de achtergrond een geluid, dat als een rauwe kreet klinkt. Op hetzelfde moment weet ik dat het geen poedel moet zijn maar een raaf: — Ark van Noach! Herlees Poe’s Raven.”

De raaf is de eerste vogel die Noach na veertig dagen op zijn ark loslaat — dat past goed bij de oudtestamentische thema’s van De ontdekking van de hemel. Het beroemdste gedicht van Edgar Allan Poe heet The Raven, daarin wordt de ik-figuur bezocht door een raaf en spreekt hij tegen het dier. Zo wordt na het telefoongesprek van Mulisch de ‘verdwaalde jonge raaf’ Edgar geboren, die in hoofdstuk 51 van De ontdekking van de hemel het hoofdpersonage Onno Quist gezelschap houdt en naar hem luistert. En net als de raaf van Poe (die steeds nevermore! krast) praat hij nog terug ook, al zegt hij niet meer dan ‘cras’, gelukkig legt Mulisch uit dat dit ‘morgen’ in het Latijn betekent.

Mulisch wist dus dat hij iets nodig had om verder te kunnen met zijn boek, hij zocht ernaar, herlas Goethe, maar ook bleef hij geduldig wachten en openstaan voor toeval dat hij naar zijn hand kon zetten. Het is of hij een van Eno’s kaartjes heeft gebruikt:

Of in zijn geval: bel je uitgever om het ergens anders over te hebben.

Wachten op de tram

In de loop der jaren verschenen er nieuwe versies van de Oblique Strategies: kaartjes verdwenen en werden toegevoegd, ook nadat Eno’s kompaan Schmidt in 1980 was overleden. Tegenwoordig bestaat er een (gratis) app waarin alle kaartjes zijn opgenomen. Elke keer als je de app opent, krijg je een nieuw kaartje.

Ik heb de kaartjes zelf nooit gebruikt bij het schrijven van mijn romans, omdat ik dacht dat ik, sinds ik op mijn veertigste eindelijk debuteerde, nooit meer een writer’s block had, zelfs nooit een writer’s blockje, maar inmiddels zie ik dat anders. Vooral dat ene kaartje – Ga naar buiten. Doe de deur achter je dicht – zette me aan het denken.

Tijdens het schrijven van mijn debuut, anno 2007, verschanste ik me als de inwoner van een stad onder beleg achter het scherm en bleef ik net zo lang ploeteren tot ik uit een impasse was en ik weer een paar zinnen had weten te schrijven. Na mijn eerste roman leerde ik een rondje te gaan fietsen als de woorden niet wilden komen. Ik moest mezelf trainen om juist niet na te denken. Later ben ik elke dag met de hond in het bos gaan wandelen. Elders in zijn Logboek beschrijft Mulisch hoe hij zijn „aantekeningen als patiencekaarten” uitspreidt en vergeefs probeert er „een structuur in te ontdekken.” Maar de oplossing dient zich pas aan als hij niet met het boek bezig is en hij op de tram staat te wachten.

Hij noemt het zijn ‘kardinale fout’: „nadenken over wat ik moet schrijven in plaats van te schrijven.”

Volgens hem moet je: „eenvoudig verdergaan met de volgende zin”.

Eno of AI

Misschien zijn de kaartjes van Eno na een halve eeuw een typische boomermanier geworden om mulischiaanse ‘stokkingen’ in het creatieve proces mee te lijf te gaan, ouderwets, omslachtig, tijdrovend. Ik hoor tegenwoordig regelmatig schrijvers vertellen dat ze ChatGPT inzetten bij research, redactie en zelfs bij het schrijven zelf, met name als ze vastzitten of tijd willen winnen.

Eno adviseert:

En al moet ik een halfjaar wachten op een oplossing die uit de hemel valt terwijl ik onder de douche sta, ik weet dat die zich zal aandienen:

Maar wanneer ik AI er mee aan de slag laat gaan, geef ik mijn worste-ling in handen van een ding dat iedereen kan gebruiken, dan besteed ik mijn probleem uit, zonder mijn beperkingen onder ogen te zien en mijn onvermogen te ownen. Je hoeft alleen de goede opdracht te geven en ChatGPT maakt een prima beschrijving van een zonnige winterdag op de maan.

Alles wat ik heb geschreven is met aanzienlijk meer moeite tot stand gekomen, tegenover elk woord van mij dat gedrukt is, staan er twee die ik heb moeten schrappen. Ik werk tergend inefficiënt. Maar wat het oplevert, of anderen het goed vinden of niet, is onmiskenbaar van mij.

Ik denk dat ik nu tot de kern van mijn sympathie voor Eno’s Oblique Strategies kom. Ik geloof niet dat een kunstenaar moet lijden voor de kunst, maar ik probeer het mezelf als schrijver wel moeilijk te maken door niet iets te doen wat ik eerder heb gedaan. Ik wil op plekken komen waar ik nooit ben geweest. En om daar te komen, moet ik mezelf voor het blok zetten. Al schrijvend zoek ik het punt waarop het boek onmogelijk verder kan. Dat is het moment waarop het er echt om spant, waarop alles wat ik daarvoor heb gedaan kan mislukken.

Ik zorg dat me niets anders rest dan te doen wat de Oblique Strate-gies aanraden:

Source: NRC

Previous

Next