Archeologie Stenen werktuigen duiden op heel vroege menselijke aanwezigheid op Sulawesi. Hoe konden mensen daar komen? Niet iedereen is overtuigd van de vondst.
Enkele van de gevonden stenen werktuigen.
Op het Indonesische eiland Sulawesi zijn stenen werktuigen gevonden van ruim 1 miljoen jaar oud. Dat is verrassend, omdat het eiland ook in perioden van extreem laag zeeniveau altijd ruim door zeewater omringd wordt en het volkomen onduidelijk is hoe zo lang geleden mensachtigen zo’n zeestraat hadden kunnen overbruggen. Het is ook verrassend omdat de oudste sporen van menselijke aanwezigheid op Sulawesi tot nu toe ‘slechts’ 200.000 jaar oud waren.
Maar de nieuwe vondst in Callo, Zuidwest-Sulawesi, is ook weer niet superverrassend, omdat eerder al werktuigen van één miljoen jaar oud zijn gevonden op het nabijgelegen, eveneens altijd door zee omringde eiland Flores. De vondst van de zeven werktuigen op Sulawesi wordt beschreven in Nature, door een groot team van archeologen en geologen, onder leiding van Budianto Hakim (BRIN-Universiteit Hasanuddin, Makassar) en Adam Brumm (Griffith Universiteit, Brisbane).
Wie de makers kunnen zijn van de werktuigen op Sulawesi is niet duidelijk, botten van die ouderdom zijn (nog) niet gevonden. Gezien de ouderdom is wel aannemelijk dat het hier gaat om Homo erectus, die rond deze tijd ook al op Java leefde. Op Flores worden de ongeveer even oude werktuigen ook doorgaans voorlopig toegewezen aan Homo erectus, ook al omdat het sterke vermoeden bestaat dat de kleine Floresmens (Homo floresiensis) een verdwergde nazaat is van Homo erectus. De oudste botten van deze ‘Hobbit’, die tot ongeveer 50.000 jaar geleden op het eiland leefde, zijn 700.000 jaar oud. Op Sulawesi zijn dergelijke verdwergde botten overigens nooit gevonden.
Hoe Homo erectus de zeetocht naar deze eilanden kan hebben gemaakt is onduidelijk. Bewuste navigatie op boten of vlotten is een miljoen jaar geleden onwaarschijnlijk, maar meedrijven op een in een orkaan weggewaaide boom is zeker niet uitgesloten.
En niet iedereen is al overtuigd van de betrouwbaarheid van deze werktuigenvondst op Sulawesi. Archeoloog Wil Roebroeks (Universiteit Leiden) prijst de kwaliteit van de publicatie, maar vooral omdat hij door de bijgeleverde 3D-modellen nu zelf heel goed in staat is om de argumenten van de auteurs te evalueren. En zijn conclusies zijn kritisch, meldt hij desgevraagd per e-mail. „Mogelijk? Zeker! Overtuigend? Zeker niet!”
Roebroek heeft de zeven ‘artefacten’ van alle kanten kunnen bekijken en hij ziet geen reden om ze als bewust gemaakte artefacten te interpreteren. „Want op de zwaar verweerde stukken zijn geen ondubbelzinnige sporen van bewerking te zien, zoals duidelijke restslagvlakken, goed ontwikkelde slagbulten, concentrische negatieven etc. Wat mij betreft is dit over-interpretatie. Voor een dergelijke grote claim – in Nature – verwacht je beter materiaal.”
En juist daarom mist Roebroeks in het artikel ook gegevens over de andere ter plekke gevonden stenen. „Hoeveel ‘mogelijke’ artefacten – stukken die in hun ogen ‘twijfelstukken’ zijn – hebben ze afgedankt om deze zeven over te houden?” Roebroeks verwijst daarbij naar een basisregel die de Britse archeoloog Charles Warren al in 1920 formuleerde, dat het onderscheid tussen bewuste bewerkingen en toevallige veranderingen van stenen altijd moet worden gebaseerd „op een overzicht van de héle groep en niet door de zorgvuldige selectie van de juiste exemplaren”.
Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin
Source: NRC