Strip van de maand ’De prins van de hoogvliegers’ is een haperende stripbiografie van Antoine de Saint-Exupéry, de schrijver van de klassieker ‘De kleine prins’. Auteur Philippe Girard kiest voor bijzondere vertelvormen, maar het personage van De Saint-Exupéry is hier te weinig interessant.
Het kost de Franse stripmaker Philippe Girard weinig moeite om in een paar zinnen de markante figuur van schrijver-vliegenier Antoine de Saint-Exupéry (1900-1944) neer te zetten. Als de auteur van de wereldberoemd geworden roman De kleine prins tijdens een persmoment in Montreal in 1942 klaar is met alle vragen, vat hij zijn bestaan op aarde voor het gemak even samen: „Zelfs de vurigste liefde is niet in staat mij op de grond te houden. Daarom zal mijn volgende roman opnieuw een leven tussen de sterren beschrijven. Het boek wordt een synthese, een testament. Om deze vreemde loopbaan vol te kunnen houden is schrijven een noodzaak, maar mijn echte vak is vliegenier. De hemel is mijn schrijfpapier.”
Philippe Girard: De prins van de hoogvliegers. Concerto Books, 152 blz. hardcover. € 36,99
De mensen die hem daar in Montreal toehoren, journalisten, hoogwaardigheidsbekleders, zijn zwaar onder de indruk van deze intrigerende Fransman, met zijn eindeloze stroom filosofische volzinnen. Zijn voorkomen is ongenaakbaar; het clichébeeld van een rokende, norse man met een constante frons en donkere wallen onder zijn ogen. Het was een man van grote status. Toch is hij depressief en vooral boos. Boos op de Verenigde Staten die Frankrijk in de oorlog met Duitsland niet militair willen ondersteunen. Hij probeert zijn invloed aan te wenden, om er iets aan te veranderen.
Stripbiograaf Girard kiest voor een alternatieve vertelroute in De prins van de hoogvliegers, een naam die De Saint-Exupéry krijgt van een mohawk-opperhoofd bij een ceremoniële ontmoeting. Hij loopt niet chronologisch de handel en wandel van De Saint-Exupéry na, maar kiest voor een sleutelmoment vanuit waar hij zowel kan terugkijken als vooruitblikken. Die aanpak is veel interessanter dan de Wikipedia-aanpak van veel andere stripbiografieën – het is een stripgenre dat nu eenmaal niet uitblinkt in originaliteit. Tegelijkertijd wordt van de lezer wel verwacht dat die al de nodige kennis heeft van De kleine prins. Verwijzingen naar het boek, dat ten tijde van het verhaal nog moet worden geschreven, zijn er regelmatig: bijvoorbeeld de kindertekening van een slang die een muis heeft opgeslokt, en die door De Saint-Exupéry wordt aangezien voor een kous. Geen boa constrictor en een olifant, zoals die in De kleine prins voorkomen, maar toch.
Er is wat voor te zeggen om een biografie van een zo markante figuur te maken. Maar behalve het boek dat hem de eeuwige roem bracht en het feit dat hij een luchtvaartpionier was, is er niet veel dat we van de schrijver weten of misschien zelfs willen weten: in ieder geval geeft deze stripbiografie er weinig reden toe daar anders over te denken. Vorig jaar verscheen de stripbiografie van Piet Mondriaan door Erik de Graaf, een boek dat in veel opzichten met De prins van de hoogvliegers te vergelijken is: zelfde periode, zelfde oorlog, zelfde ambities, beide mannen verbleven in New York. Maar waar wij het verhaal van Mondriaan konden plaatsen en duiden, vanwege de globale kennis die we nu eenmaal van de kunstenaar hebben, is dat bij De Saint-Exupéry minder vanzelfsprekend.
Wat De prins van de hoogvliegers interessant maakt, zijn de grafische noviteiten van Girard. In plaats van de normale leesrichting, per bladzijde, laat hij het verhaal soms van links naar rechts over een spread lopen, bij wijze van tijdverdichting. Dat werkt goed, er wordt veel gezegd in weinig plaatjes. Ook gebruikt hij opvallende opties om sprongen in de tijd te maken: opzichtige locatie- en datumaanduiding in de achtergrond, collagepagina’s en poëtische intermezzi met teksten in typemachineletters. Bijzondere vondsten, al blijft de uitwerking daarbij achter: het stripalbum is op groot formaat en de tekeningen zijn rudimentair. Sommige pagina’s zien er daardoor uit als joekelige viltstifttekeningen.
De prins van de hoogvliegers is als stripbiografie in grafisch verhalend opzicht geslaagd, De Saint-Exupéry als personage minder. Dat had opgelost kunnen worden door meer historische context om zijn naam en faam helder neer te zetten. Nu is er te veel dat moet worden aangenomen: dat hij beroemd genoeg was om Amerikaanse politici onder druk te zetten om Frankrijk te helpen, bijvoorbeeld. Girard had kunnen leren van stripmakers David Francois en Laurent Seksik die vorig jaar met de stripbio over Charlie Chaplin kwamen: dat was zo opgezet dat het tijdsbeeld het bijzondere van Chaplin toonde. Dat maakte het ook interessant voor lezers die hem alleen van zijn stomme films kenden.
Niet de eerste stripbiografie van Paul McCartney, maar wel een interessantste. Paul, met als ondertitel ‘De wederopstanding van James Paul McCartney (1969-1973)’, schetst de periode waarin het Macca beduidend minder ging: hij blies de Beatles op, werd verketterd om zijn rol in de band als gezapige liedjesbakker en raakte verslaafd aan drank en drugs. Als daarna het succes van zijn nieuwe band Wings uitblijft, is het tijd voor een wederopstanding. In een grappige cartooneske stijl werkt Bourhis het verhaal mooi uit – keurig tot het moment dat Paul vrede sluit met zijn verleden.
Concerto Books, 88 pagina’s hardcover. € 26,99
De broers Paul en Gaëtan Brizzi zetten zich al jaren aan stripbewerkingen van klassieke verhalen. Vorig jaar verscheen Dante’s hel en onlangs Het spook van de opera. Maar het hoogtepunt is hun in potlood uitgewerkte versie van Don Quichot de la Mancha, naar het boek van Miguel de Cervantes uit 1605. Wat de broers goed hebben aangevoeld, is hoe het verhaal zich in onze hoofden heeft genesteld: zij baseerden zich op oude geïllustreerde boeken en gravures en staken die in een modern jasje. Die gecombineerde sfeer draagt bij aan de vertelling: de pagina’s zijn prachtig, de karakterkoppen schitterend, het verhaal verrassend nieuw.
Silvester, 200 blz. hardcover. € 39,95.
Keiler Roberts is een verhaal apart. In haar autobiografische strips vertelt ze over haar leven als jonge moeder met MS en allerlei psychische stoornissen, waarvoor ze onder behandeling is. In losse cartoons en eenpaginastrips laat ze ongefilterd zien hoe ze leeft, wat ze denkt en hoe ze zich tot haar intussen twaalf jaar oude dochter verhoudt. Ze gaat daarbij secuur te werk en vlooit elke situatie zo exact uit, dat het hilarisch en absurd wordt. Vooral de gesprekken met haar dochter zijn bot, pesterig, egoïstisch maar altijd liefdevol. Alsof ze allebei niet beter kunnen, of willen, en daar vrede mee hebben. Alles wordt er volkomen onaangepast en toch geloofwaardig van. Zo’n inkijkje in het alledaagse leven van een moeder en dochter is fascinerend.
Drawn & Quarterly. 166 blz. € 28,95
Source: NRC