Sportfilosoof Sandra Meeuwsen zal de sportwereld altijd verdedigen, want die bood een uitweg uit haar onveilige jeugd. Maar ze wijst óók op rotte plekken met haar boodschap: sport is politiek.
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft met name over sport en media.
In haar boek Sport = Politiek richt Sandra Meeuwsen zich in een aantal brieven tot sporters en leiders die haar hebben geïnspireerd: de Zuid-Afrikaanse oud-president Nelson Mandela, judogrootheid Anton Geesink en Caster Semenya, de intersekse atlete die als te masculien werd gezien voor de vrouwensport. Maar de sportfilosoof eindigt met de toespraak die ze hield op de uitvaart van haar eigen moeder, met wie ze altijd een moeilijke band heeft gehad, zeker na hun verhuizing van Curaçao naar Nederland.
Een moeder die er in de vormende jaren van haar leven niet voor haar kon zijn en door wier toedoen de weg naar haar vader werd afgesneden, zoals Meeuwsen het noemt. ‘Ik gaf alles en droeg te veel voor je’, schrijft ze, ‘vanuit de illusie zo nog wat liefde te mogen ontvangen.’
Het is een opvallend onderdeel van ‘de roadtrip door de wereld van de moderne sport en de filosofie’, zoals Meeuwsen haar boek noemt. Met sport hebben de woorden aan haar in 2011 overleden moeder ogenschijnlijk weinig te maken. En tegelijk alles. ‘Om Hedy d’Ancona te citeren: het persoonlijke is altijd ook politiek. Dus mocht mijn persoonlijke invalshoek niet ontbreken.’
Sport is haar weg ‘naar binnen’ geweest, schrijft Meeuwsen (59). Een uitweg was het ook, uit een gezin ‘waar het niet altijd even veilig toeven was.’ Het huwelijk tussen haar ouders was giftig, haar moeder zocht na de breuk troost in de sherry en beet zich vast in de vechtscheiding, haar vader ontvluchtte gekwetst en gebutst het huis. ‘De sport heeft mijn leven gered’, was de eerste zin die Meeuwsen uitsprak bij de verdediging van haar proefschrift aan de Vrije Universiteit in Brussel, in 2020.
Want in de sport vond je de geborgenheid en vertrouwdheid die je thuis niet had.
‘Ik kon er alles in kwijt. Ik was een meisje dat graag ondersteboven in een boom hing. Er zit een soort niet-gekanaliseerde oerkracht in ieder mens, dat herkennen we in spelende kinderen. Vervolgens ging ik judo doen en badminton en allemaal keurige dingen. Totdat ik filosofie ging studeren en ging hardlopen. Toen is er iets naar binnen geknald bij me. Want hardlopen is natuurlijk ook een gelegitimeerde vorm van weglopen.’
De sport heeft jou de kans geboden om alsnog je puberteit te ervaren, schrijf je.
‘Ja, zo zie ik het inmiddels wel. Als een soort coming of age.’
Dat is best een sombere conclusie toch, dat je die puberteit thuis niet hebt kunnen doormaken?
‘Elk huisje heeft zijn kruisje. Ik heb nu in dit gesprek met jou de neiging om het te relativeren, merk ik. Een ander komt terecht in de kunst en cultuur, op de Zuidas of whatever. Maar sport is uniek: het lichaam staat ook voor emotie, voor groei. Door te lopen ontdekte ik mijn kwetsbaarheid, via blessures en tegenslag. Embodiment (je bewust zijn van je lichaam, red.) is een belangrijk begrip in de sportfilosofie. Dat vond ik in het sporten.
‘Als ik een uur het bos inga met iemand, kom je toch tot andere gesprekken dan wij nu hier aan tafel. Dat noem ik de semiotische krant van sport: om te excelleren, heb je ook overgave nodig en moet je je eigen grenzen loslaten.’
Als onafhankelijk sportfilosoof wordt Meeuwsen geregeld aangehaald als er thema’s spelen waar de sport zich maar moeilijk raad mee weet: de inclusie van transgender sporters bijvoorbeeld, of de omgang met opkomende, omstreden oliestaten als Qatar en Saoedi-Arabië in het voetbal. Afgelopen voorjaar richtte ze het Ethics & Change Lab op: een community van lotgenoten en experts die bijvoorbeeld verkent welke impuls politiek, samenleving en sport nodig hebben om duurzaam te transformeren.
Meeuwsen beschrijft hoe er in landen als China, waar ze driekwart jaar als gastprofessor verbonden was aan de Tongji Universiteit in Shanghai, radicaal anders wordt gekeken naar thema’s als doping en de deelname van Rusland aan sport op het wereldtoneel. ‘Sport is er een middel om het land te laten heersen, net als in het Rusland van Poetin. Daaruit volgt dat je bijvoorbeeld je atleten medisch maximaal prepareert, zoals zij dat noemen.’
Ze weet dat de titel van haar boek als een provocatie kan worden opgevat, doordat er nog altijd mensen zijn die vinden dat sport en (de macht van) politiek strikt gescheiden behoren te blijven. In werkelijkheid zijn beide volgens Meeuwsen ten diepste met elkaar verbonden. Ze roept de sportwereld op die connectie juist te benutten om grenzen te slechten, te emanciperen en om het ‘kwaad’ te bestrijden dat de sport van binnenuit niet goed weet op te ruimen.
Je schrijft dat dit boek tien jaar geleden niet geschreven had kunnen worden.
‘Dat denk ik niet, nee.’
Waarom niet?
‘Vanwege mijn stelling dat sport en politiek inherent aan elkaar verbonden zijn, als een ingewikkeld verstandshuwelijk. Dat kon je tien jaar geleden echt nog niet zeggen, hoor. Er zijn nog steeds mensen die dit boek om die reden terzijde zullen leggen en zeggen: nee, sorry, ik wil er niet aan dat sport en politiek bovenop elkaar liggen. Dat is een bepaalde naïviteit, een soort wereldvreemdheid. Want we kunnen sport juist beschermen door de geopolitieke dynamiek te omarmen.’
We willen heel graag dat sport en politiek gescheiden blijven van elkaar. Waarom eigenlijk?
‘Van oudsher is het een soort boedelscheiding. Als je het historisch afpelt, kom je uit bij de beginperiode van de moderne Olympische Spelen. Een magisch spektakel, bedacht door een nieuwe generatie aristocraten. Al snel werd duidelijk dat dit weleens heel groot kon worden in een tijd waarin Europa en de wereld in rap tempo seculariseerden en loskwamen van het geloof. De moderne sport bleek hét vehikel om mensen te binden en te bereiken.
‘Er is toen gezegd: we laten de besturing van de sport aan jullie over, zolang jullie maar geen claim leggen op de politieke structuren en procedures die wij met elkaar in de loop der eeuwen hebben ontwikkeld. Daarmee is de autonomie van de sport ontstaan, en die is ook weer verabsoluteerd tot een soort randvoorwaarde waar nooit meer aan getornd zou mogen worden. En daar hebben we nu ontzettend veel last van. Want is er nu geen schil die toezicht houdt op de governance van de sport.’
De strafzaak die volgde op de omstreden kus van de Spaanse bondsvoorzitter Luis Rubiales aan voetbalster Jennifer Hermoso noemt Meeuwsen een van de beslissende momenten waarop de politiek (en de rechterlijke macht) in de sportwereld heeft ingegrepen. ‘Zoiets zie je zelden, dat er in de sport iets uit de klauwen loopt waardoor een regering – en al helemaal de Spaanse – zegt: tot hier en niet verder. Fifa, wij grijpen nu in.’
De bubbel van de sport, zoals jij het noemt, houdt niet van lastige, kwade, lelijke dingen.
‘In de sport lossen we de dingen het liefst onderling op. We willen het spelletje beschermen: brood en spelen. En dat gaat natuurlijk ook heel vaak goed, hè, laten we dat niet vergeten. Ik noem dat het ethisch hart van de sport, waardoor je langs de lijn nog weleens aangesproken kunt worden door een andere ouder.
‘In de sport zie je, zeker vanuit supporters geredeneerd, dat we juist het onverwachte, het toeval en de extase bewieroken. De institutionele reflex is om dat te dempen met regels en met straffen en uitsluiten. Juist in de sport leer je ongeschreven regels omarmen – dat is ook een van de functies van sport. Maar het is niet zonder risico, want er kan altijd iets exploderen.’
Het eerste exemplaar van je boek bood je aan Gijs de Jong, secretaris-generaal van de KNVB, aan. Met hem discussieerde je veel over het WK in Qatar en de positie die de KNVB innam in dat heikele dossier. Hoe vind jij dat ze dat destijds hebben aangepakt?
‘Ik zou een onderscheid willen maken tussen de campagne voor de One Love-armband (bedoeld als boodschap voor inclusie en tegen discriminatie, red.) en de stille diplomatie van de KNVB. Juist van dat laatste weten wij maar heel weinig, er is veel meer gebeurd dan naar buiten is gebracht.
‘Persoonlijk vind ik dat men daar veel opener over had mogen zijn. Ze hadden na het WK best mogen zeggen: dit is onze receptuur geweest, dit hebben we allemaal geprobeerd te doen, voor en achter de schermen. Ik vond de reflex bij de KNVB te nadrukkelijk: wij zijn geen Amnesty, hè, wij zijn van de voetballerij. Terwijl ze wel een oprechte poging hebben gedaan om invloed uit te oefenen. Al was dat ook een harde les die liet zien dat zoiets maar heel beperkt kan.’
Meeuwsen merkt het aan zichzelf als ze weer eens terug is op Papendal, het nationale sportcentrum waar ze als ‘sportliefhebber en absolute believer’ kwam te werken – en twintig jaar geleden vertrok. ‘Dan verval ik in de we-vorm, omdat dat het nest is waar ik me nog altijd mee verbonden voel.’
Het is de erfenis van de jaren waarin ze als tiener de sport ontdekte, en daarmee ook de liefde voor haar eigen lichaam. Sport neemt zo’n belangrijke plek in haar leven in dat ze de vormende waarden ervan nog altijd beschermt en verdedigt. Daarin wijkt ze af van de paar andere sportfilosofen in Nederland. ‘Dat zijn toch eerst en vooral sportliefhebbers.’
Lijken sport en filosofie eigenlijk op elkaar?
‘Er zijn heel veel raakvlakken. Kijk, de meeste filosofen zitten niet echt in hun lichaam. Filosofie is best wel een cognitieve bezigheid. Ik heb in mijn studententijd alles aan sporten uitgeprobeerd. Daar is uiteindelijk een loopbaan in de sport uitgerold.
‘De neiging is om filosofie toch als een soort academische, analytische activiteit te beschouwen. Ik haal ook heel andere filosofen in mijn boek aan, zoals Jacques Lacan, Julia Kristeva en Giorgio Agamben. Ik zocht een mes om mee te snijden, zoals dat heet. Want ik heb de sport – het regime, zoals ik het noem – van binnenuit meegemaakt en ik wil de transitieopgave benoemen waar de sport voor staat.
‘De relatie tussen lichaam en geest is al vroeg benoemd in de filosofie. Plato had een worstelplaats in zijn academie. Daar leerde je te denken door elkaar vast te pakken, bezweet en al. Ik denk dat veel filosofen baat bij sport zouden hebben.’
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Wilt u belangrijke informatie delen?
Mail naar tips@volkskrant.nl of kijk op onze tippagina.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant