De Tweede Kamer produceert tegenwoordig zo’n 900 amendementen per jaar. Die wijzigingen worden geregeld overhaast ingediend en aangenomen, zoals onlangs bij de nieuwe Asielwet. Politici dienen voorzichtiger met deze monopolie om te springen.
Ooit bedoeld als een zorgvuldig in te zetten democratisch instrument, lijkt het amendementsrecht verworden tot een haastig politiek handjeklap. Zonder oog voor uitvoerbaarheid of juridische houdbaarheid van de voorgestelde wijzigingen.
Het meest recente en schrijnende voorbeeld is de veelbesproken nieuwe Asielwet. Een reeks amendementen en voorstellen die niet alleen serieuze grondwettelijke bezwaren oproepen, maar ook twijfels wekken over de uitvoerbaarheid, kon desondanks rekenen op een Kamermeerderheid.
Over de auteurs
Joost Sneller is Tweede Kamerlid voor D66. Sander Janssen is strafrechtadvocaat bij Cleerdin & Hamer Advocaten.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Voor de zoveelste keer bleek dat veel Kamerleden doof zijn voor waarschuwingen van parlementaire werkgroepen en commissies, die eerder al dringend adviseerden zorgvuldiger met het amendementsrecht om te gaan. Het advies om een ‘bezinningsweek’ in te lassen na de behandeling van een wetsvoorstel, om de gevolgen van ingrijpende wijzigingen beter te overzien, is tot nu toe genegeerd.
Het meest veelzeggende moment kwam toen minister David van Weel van Justitie de wet wist te laten aannemen met de geruststellende boodschap dat het Openbaar Ministerie waarschijnlijk toch niet zou gaan handhaven. Alsof het parlement wetgeving maakt voor de bühne.
Dat de minister pas na de aanname van de wet beloofde spoedadvies aan de Raad van State te vragen over de juridische houdbaarheid, maakt het des te schrijnender. Want waarom neem je een wet aan als je zelf al verwacht dat je haar beter niet kunt uitvoeren?
Het gaat hier niet om op zichzelf staande incidenten, maar om een patroon. De Tweede Kamer produceert inmiddels ruim 900 amendementen per jaar. Alsof kwantiteit automatisch gelijkstaat aan kwaliteit.
Vorig jaar leidden een aantal aangenomen amendementen van de VVD en BBB op de Penitentiaire beginselenwet tot een politieke impasse. De aangenomen amendementen waren volgens opeenvolgende kabinetten in strijd met de Grondwet, zoals het recht op vertrouwelijk contact tussen gedetineerden en hun advocaat. Ook de Raad van State stelde dat deze voorstellen fundamentele rechten aan zouden tasten.
Het kabinet hechtte hier terecht zo zwaar aan dat ze het geamendeerde wetsvoorstel niet meer wilde verdedigen. Daarop vroeg het kabinet de Kamer nog niet te stemmen over het gehele wetsvoorstel en diende het een aparte wijzigingswet in. Met kunst en vliegwerk redde het kabinet zo zijn wetsvoorstel. De Raad van State kwam vervolgens met een opvallend scherp advies, waarin opnieuw werd gewezen op de grenzen en beperkingen van het amendementsrecht, alsook de zorgplicht van Kamerleden om wetten niet in de haast te verminken.
Momenteel dient een zaak waarin de Hoge Raad uitspraak doet over de vraag of aangenomen moties – het andere instrument van de Kamer – juridisch bindend zijn. Als de Raad oordeelt dat dat niet zo is, dreigt de invloed van het amendement nog verder toe te nemen. Een amendement is immers wél bindend, waardoor Kamerleden daar waarschijnlijk nog vaker naar zullen grijpen.
Als de Tweede Kamer haar rol als wetgever serieus neemt, moet er een vorm gevonden worden waarin invloed op wetgeving zorgvuldig en uitvoerbaar blijft. Dat kan bijvoorbeeld door de Raad van State voor de stemming advies te vragen over amendementen. Of door de uitvoerbaarheid van amendementen vooraf te laten toetsen door betrokkenen, zoals de politie of gemeenten. Ook kan de invoering van een bezinningsweek na het indienen van amendementen helpen om serieuze aandacht te geven aan de mogelijke gevolgen.
Het zomerreces is een goed moment om te reflecteren op een belangrijke vraag: weegt snel politiek scoren met een aangenomen amendement op tegen de vele negatieve gevolgen? Als de Kamer wetten aanneemt zonder te weten of ze wel uitvoerbaar zijn en binnen de kaders van de Grondwet passen, dan raakt het vertrouwen in de politiek en de rechtsstaat verder beschadigd.
Politici die de democratische rechtsstaat een warm hart toedragen, doen er dan ook goed aan de bakens te verzetten voor er nog meer rechtsstatelijke ongelukken gebeuren. De Tweede Kamer heeft het grondwettelijke monopolie op het recht van amendement. Dat brengt een grote verantwoordelijkheid met zich mee. Het is aan de Kamer om te laten zien dat zij hier op een volwassen manier mee om kan gaan.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant