Home

Vrede voor Dieren bedoelt het vast goed, maar een debat over het kiesstelsel dringt zich intussen wel op

is chef van de politieke redactie.

De onmacht van de Nederlandse politiek om slepende dossiers aan te pakken heeft veel te maken met de onstuitbare ieder-voor-zich-trend.

Toen de Partij voor de Dieren zich begin deze eeuw presenteerde aan de buitenwereld, was de meest gestelde vraag aan partijleider Marianne Thieme of dat nou wel nodig was, zo’n partij met alle aandacht voor natuur, milieu en biodiversiteit. We hadden GroenLinks toch al? Thieme toonde zich daarop allerminst onder de indruk van de dierenliefde van GroenLinks-leider Femke Halsema. ‘Femke is niet wezenlijk geïnteresseerd in dieren. Behalve dan in hoe ze moeten worden klaargemaakt.’

GroenLinks bleef knarsentandend achter en moest toezien hoe de PvdD er inderdaad structureel vandoorging met enkele Kamerzetels die anders waarschijnlijk naar Halsema en haar opvolgers waren gegaan.

Ruim twee decennia later is de Partij voor de Dieren zelf aan de beurt. De nieuwe partij Vrede voor Dieren meldde zich maandag als nieuwkomer op het stembiljet. De initiatiefnemers vinden dat de PvdD de prioriteiten niet meer op orde heeft en te veel een partij voor de ‘menselijke dieren’ is geworden.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Het is onmiskenbaar een teken des tijds. Steen des aanstoots voor de nieuwkomers is het verwaterde pacifisme van de PvdD. Maar die discussie is nog helemaal niet beslecht binnen de partij van Esther Ouwehand. Over het verkiezingsprogramma wordt nog volop gediscussieerd. Toch wachten de afsplitsers dat niet af. Ze gaan voor hun eigen kansen.

Voor de politieke folklore is dat wel aardig, maar voor wie zich zorgen maakt over de bestuurbaarheid van het land begint de trend toch echt problematisch te worden. Over de politieke cultuur van de jaren negentig wordt vaak nogal meesmuilend gedaan (ja, het was soms wat saai en partijen kropen wel erg dicht naar elkaar toe), maar het is ook een feit dat Nederland tussen 1989 en 2002 slechts drie kabinetten kende. Inmiddels zijn we 23 jaar en negen kabinetten verder. Het tiende is op komst.

Het gebrek aan compromisbereidheid in een groot deel van de Tweede Kamer is daarbij een belangrijke factor. Als Vrede voor Dieren slaagt in haar opzet, wordt het de dertiende nieuwe partij sinds 2002 die de Kamer weet te halen. Veel van die partijen kwamen direct voort uit onvrede over de gang van zaken in een andere partij. Eenmaal in de Kamer toonden de meeste weinig ambitie om daar meer te doen dan het vertolken van het eigen geluid. En als ze wel wilden besturen, bleken ze er nauwelijks toe in staat, zoals PVV, BBB en NSC overtuigend aantoonden in het afgelopen jaar.

De schrijnende onmacht van de Nederlandse politiek om slepende dossiers aan te pakken die een langere adem vergen, heeft veel te maken met die ieder-voor-zich-trend. Als elk omstreden politiek besluit meteen leidt tot een dreigende afsplitsing, durven politici uiteindelijk niets meer.

Dat is niet de schuld van Vrede voor Dieren, de Fryske Nasjonale Partij of een van de andere nieuwkomers die op 29 oktober gaan voor hun kansen. Zij maken gewoon gebruik van de ruimte die de wet biedt. Maar als het zo doorgaat, wordt een wezenlijk debat over fundamentele wijzigingen van het kiesstelsel wel snel onvermijdelijk.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next