Home

Blijf het verschil zien tussen schuld en pech

De buurvrouw belde. Haar zoon van 15 jaar had zijn klasgenoot een klap gegeven, en niet bepaald een zachte. De politie was gekomen, ze waren beiden meegenomen.

Kirsten Maes is advocaat en gepromoveerd op aansprakelijkheidsrecht.

De buurvrouw was boos. Boos op haar zoon, al was hij wel voor zijn vriendinnetje opgekomen. Maar dit had hij natuurlijk nóóit mogen doen.

Een week verstreek. De buurvrouw was nog steeds boos. Niet meer op haar zoon, maar nu op de school. Ze hadden deze escalatie toch kunnen zien aankomen? Waarom hadden ze eigenlijk niets gedaan om het incident te voorkomen? Dus wendde ze zich tot mij: ik was toch advocaat, promoveerde ik niet op het aansprakelijkheidsrecht?

Amerikaanse invloed

Dit voorbeeld bespreek ik elk jaar met mijn masterstudenten aansprakelijkheidsrecht aan de Universiteit Utrecht, als we spreken over de zo bevreesde claimcultuur. In dat college analyseren we de angst voor een doorslaand aansprakelijkheidsrecht: dat het hek van de dam raakt en het systeem overbelast wordt met al dat denken in schade en schuld. Met al dat geclaim.

De angst voor een claimcultuur is niets nieuws. Kamerstukken uit 1998 leren dat de Minister van Justitie destijds al met zorgen over dit onderwerp werd benaderd . En alhoewel er geen algemeen empirisch onderzoek bekend is waaruit blijkt dat we momenteel met een ‘tsunami aan claims’ te maken hebben, blijft de vrees voor een (toekomstige) claimcultuur politiek en maatschappelijk behoorlijk resoneren.

Deze zorg gaat vaak gepaard met de verwijzing naar Amerikaanse invloeden. Alhoewel er grote verschillen met het Amerikaanse recht bestaan – zo kent ons rechtssysteem bijvoorbeeld geen punitive damages, schadevergoedingen die bedoeld zijn als straf naast compensatie – is die verwijzing niet helemaal onterecht. Rechtsontwikkelingen uit Amerika hebben immers vaker hun weg naar Nederland gevonden. Denk aan productaansprakelijkheid, maar ook aan de uit Amerika ‘overgewaaide’ aansprakelijkheidsclaims van rokers tegen de Nederlandse tabaksindustrie.

Onwenselijk?

Het aansprakelijkheidsrecht is in elk geval (ook) in Nederland een steeds zichtbaarder en strategischer vehikel geworden om fouten of onjuist beleid ter discussie te stellen. Daarbij geldt bovendien dat het – naast de partij die de schade feitelijk heeft veroorzaakt (mijn buurjongen) – in procedures ook steeds vaker gaat om de partij die de schade had moeten voorkomen (de school).

Ik zie het in mijn werk als advocaat en in mijn onderzoek dagelijks voorbijkomen: zorginstellingen, sportverenigingen, scholen en mkb-ondernemingen – hun wordt regelmatig verweten in hun toezichthoudende taak tekort te zijn geschoten. Het zijn dus allang niet meer alleen overheidsinstanties die op deze manier ter verantwoording worden geroepen, en ook allang niet meer alleen de grote ondernemingen die de weg naar de rechter weten te vinden.

Zo weten ook consumenten het aansprakelijkheidsrecht goed te benutten, zowel individueel als collectief. Een treffend voorbeeld vormt de recent aangekondigde massaclaim van de Consumentenbond tegen Booking.com wegens – kort gezegd – de vermeende schending van concurrentieregels.

Is die ontwikkeling onwenselijk? Niet per se. Aansprakelijkheidsdiscussies kunnen juist ook een belangrijke (maatschappelijke) functie vervullen. Denk aan procedures tegen (overheids)instanties vanwege ontoereikend klimaatbeleid, onjuist teruggevorderde toeslagen, verstrekte proefverloven of afgegeven wapenvergunningen. Van dat laatste is het schietincident in Alphen aan den Rijn een goed voorbeeld: de politie werd tot aan de Hoge Raad aansprakelijk gesteld voor de ten onrechte verstrekte wapenvergunning aan Tristan van der V. Onlangs werd bekend dat de politie naar aanleiding van de dubbele moord in Weiteveen opnieuw civielrechtelijk ter verantwoording wordt geroepen. De politie wordt ook hier verweten dat zij, ondanks verontrustende signalen, heeft nagelaten de wapenvergunning van de schutter in te trekken.

In het midden

Maar te veel en te vaak denken in termen van fouten en daders kan ook leiden tot maatschappelijke verharding en verkramping. Juist ook van hulpverleners in de zorg of instanties als scholen die we zo hard nodig hebben. Denk aan de gymdocent die na een aansprakelijkstelling vanwege een val van een leerling nooit meer helemaal onbevangen een gymles kan geven. Of aan de vrijwilliger die geen eerste hulp meer durft te verlenen bij een sportincident.

Zoals zo vaak, ligt het antwoord dus ergens in het midden. Tussen ‘schuld’ en ‘pech’ ligt immers een wereld van nuance. De wens naar een evenwichtig systeem vergt daarom van ons allen het vermogen om dat verschil te (blijven) zien. Om alert te zijn op de reflex om bij elke onwenselijke situatie te zoeken naar vergoeding en vergelding. En om te accepteren dat de wereld niet altijd zo maakbaar is als we wellicht zouden willen.

Source: NRC

Previous

Next