Het was het jubeljaar en dus stroomde Rome deze zomer vol met jeugdige pelgrims die met vlaggen zwaaiden en op trommels sloegen. Volgens een ober was augustus de maand van de jeugdige pelgrim. Het sporadisch getrommel benadrukte de rust die verder over straten en pleinen lag.
Ik houd van steden in augustus, New York, Parijs, Rome, hoe leger de stad hoe beter. Soms verlang ik naar een eeuwig augustus, vanwege die leegte. En wat is de terugkeer van Jezus anders dan een eeuwig jubeljaar?
Ik wandelde naar het Goethemuseum in de Via del Corso, waar een tentoonstelling over Ingeborg Bachmann te zien was met de titel Ich existiere nur wenn ich schreibe.
Ten minste twee van Bachmanns minnaars waren schrijvers (Max Frisch en Paul Celan), maar op de tentoonstelling was ook een ontroerend telegram van Bachmann aan Peter Handke te zien. Een telegram waaruit zoveel liefde spreekt dat het zonde zou zijn als de liefde nooit geconsummeerd werd.
Vlak voor haar dood in Rome, 17 oktober 1973, had Bachmann beweerd dat het fascisme ‘het eerste is in de relatie tussen een man en een vrouw.’
Later zou Elfriede Jelinek deze stelling uitwerken in haar hermetische roman Lust.
Eenieder die liefheeft doet er goed aan met de mogelijkheid rekening te houden dat hij een fascist is in de liefde, de man nog meer dan de vrouw.
De jeugdige pelgrims, die zich soms ook katholieke influencers noemden, bewogen zich gelukzalig over de Via del Corso. Ze hadden vermoedelijk geen weet van Bachmann, maar zalig zijn de onwetenden.
Ik belde een nachtclub. ‘Ik weet dat het augustus is, maar zijn jullie open?’
‘Wij zijn open’, zei de stem, ‘maar wat voor schoenen heb je aan? Geen gympen of slippers en vrouwen graag op hoge hakken.’
Soms begint het fascisme gewoon bij de schoen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant