Home

Wat een lucht – of juist niet? Theatermakers vertellen over hoe zij omgaan met zweet. ‘Zweten betekent menselijkheid’

Zweet op het podium klinkt luchtig en grappig, maar is dat geenzins. Voor theatermakers is transpiratie een hot item in de voorbereiding, materiaalgebruik, uitvoering en beleving. Hebben theatermakers trucjes om met het vermaledijde vocht om te gaan?

schrijft voor de Volkskrant over theater en podcasts.

Als er één constante is in het theater is het wel: zweet. Of je nou zingt, danst, over het podium banjert of stilstaand tekst oreert onder hete lampen, als theatermaker kun je niet om zweterige oksels, voeten of bilspleten heen.

Vlekken beginnen zich op je kleding af te tekenen, een penetrante geur ontsnapt vanonder je mouwen, je blote rug maakt glibberige vlekken op de vloer – zweet kan een voorstelling behoorlijk in de weg zitten of ongemak veroorzaken tussen jou en je medeperformers.

Hebben theatermakers trucjes om met het vermaledijde vocht om te gaan? Of leren ze zweet, ook dat van de tegenspeler, te accepteren omdat het nou eenmaal bij het vak hoort?

Zweetsnor

Musicalacteur Keoma Aidhen vertolkt deze zomer de rol van Satine in Moulin Rouge! De musical. ‘Het is een geweldige maar erg uitputtende rol, en ik zweet eigenlijk al voordat ik opkom.’ Ze begint namelijk in de hete nok van het Beatrix Theater Utrecht. ‘Daar moet ik zo’n zeven tot tien minuten zitten voor ik op een schommel naar beneden kom. Dan zing ik mijn eerste nummer Sparkling Diamond, maar ik voel me allesbehalve dat als ik met een zweetsnor afdaal’, lacht ze.

Het zweet voelt Aidhen vooral op haar gezicht – het enige stukje huid dat niet bedekt is. Onderdeel van het decor is een kaptafel waar haar personage, een courtisane in een Parijse nachtclub tijdens de belle époque, soms aan zit. Met de make-upspons die daarop ligt haalt ze regelmatig subtiel wat druppels zweet van haar gezicht, en met een waaier die zich op diezelfde tafel bevindt wappert ze tussen scènes door wat koele lucht over zich heen.

Aidhen staat bijna de hele show op het podium. Op adem komen tijdens een van haar dertien kostuumwissels lukt eigenlijk niet; binnen één of twee minuten moeten er pruiken verwisseld, korsetten afgeritst, onderkleding aan, panty’s uit en jurken dichtgeknoopt. Kleders helpen haar om zo snel mogelijk in de outfits te schieten. Aidhen: ‘Als er een paar seconden over zijn – zelfs al zijn het er maar tien – richt een van hen een kleine handventilator op mijn gezicht. Dat is zo lief!’

Acteur Bodine Sutorius heeft momenteel ook veel omkleedmomenten: ze speelt in de openluchtvoorstelling Baby Blue van het Almeerse gezelschap Vis à Vis en De Leedbewakers, waar ze verschillende rollen vertolkt. Dat betekent meermaals in en uit overalls stappen, jasjes aan, pruiken of helmen op, en dan moet ze ook nog fietsen, trappen op- en aflopen en van de ene kant van het toneel naar de andere rennen.

Een paar weken geleden, op een hete avond, ging het bijna mis. De volle zon stond op haar gericht en de veelal synthetische materialen die ze draagt zijn niet per se luchtig. Sutorius: ‘Ik zweette als een gek, maar mijn lichaam kon het niet kwijt. Ik trok wit weg en kon niet goed meer nadenken.’ Na eventjes achter het podium met haar hoofd tussen haar knieën te hebben gezeten ging het weer en kon ze, weliswaar nog slapjes, doorspelen.

Sindsdien zijn haar kostuums aangepast door haar mouwen en broekspijpen in te korten. Plus: zij en haar medespelers hebben een koelvest gekregen dat ze onder hun kostuums kunnen dragen. ‘Het water dat erin zit bevriest als je het in de vriezer legt en geeft dus koelte af aan je lichaam. Tot nu toe werkt dat heel goed.’

Sutorius merkt wel dat de kleding flink begint te stinken nu ze halverwege de voorstellingenreeks zijn. ‘We hebben maar één set van onze kostuums waar we dagen achter elkaar mee moeten doen.’ Laatst kwam ze met haar gezicht dicht bij een vechthandschoen van een van de andere personages. ‘De geur die eruit kwam! Alsof daarin een organisme of een heel ecosysteem aan het groeien is. Als je lang tourt of één voorstelling telkens opnieuw speelt, boor je echt diepere geurlagen aan, haha.’

Intieme zoenscènes met een zweetsnor zijn eveneens minder prettig, maar Sutorius is over het algemeen zweetpositief: iedereen zweet, dus je accepteert het van elkaar als je samen optreedt. Als ze op het podium staat is ze bovendien dusdanig bezig met haar personage dat er weinig ruimte is voor andere prikkels of gedachten. ‘Maar het moment dat ik van het podium afstap, ruik ik bepaalde geuren wel opeens.’

Zweetprotocol

‘Zweten betekent menselijkheid,’ zegt theatermaker Gavin-Viano. ‘Het kan onaangenaam zijn in bepaalde contexten, bijvoorbeeld als je op date gaat of gefilmd wordt, maar op het podium vind ik het niet erg.’

Toch bereidt hij zich goed voor als hij optreedt – een zweetprotocol zou je het kunnen noemen. Al een aantal jaar staat hij op het rondreizende theaterfestival De Parade, dit jaar met zijn show Yes-Girl. ‘Ik prepareer altijd twee handdoeken: eentje om me tijdens de show af en toe mee droog te deppen en eentje voor erna. Omdat ik elke avond drie keer optreed in een lekker intieme circustent met warme lampen, heb ik mijn outfits in tweevoud en verwissel ook vaak mijn durag (accessoire voor afrohaar, red.).’

Twee zomers geleden maakte een hittegolf zijn Parade-ervaring wat intenser. ‘Toen vielen er echt dikke druppels van me af, een hele oceaan.’ Het lastigst was toen om zijn microfoon, die tegen zijn wang was geplakt, droog en werkend te houden. ‘Ik heb uiteindelijk de beugel iets verder van mijn huid af geplaatst en tussendoor veel met een handdoek gedept.’ Voor een andere voorstelling heeft hij één keer anti-transpiratiecrème gebruikt die zweetdruppels onderdrukt, een tip die hij af en toe doorgeeft aan collegaperformers, als hij merkt dat zij iets minder bezig willen zijn met de nattigheid op hun lijf.

In Yes-Girl, een voorstelling over femicide, spelen hij en Hope Landu een verliefd koppel. Gavin-Viano: ‘We zitten veel in elkaars personal space: ik ga met mijn vingers door haar haren, ruik eraan en aan haar huid.’ Gelukkig vindt hij haar een fijne geur hebben, ‘zoet, vertrouwd en sensueel’.

Het is voorgekomen dat hij tijdens een repetitie iemand minder fris vond ruiken. Als de gelegenheid zich voordeed, heeft hij weleens voorzichtig en respectvol geopperd dat diegene misschien even deo kon opdoen. ‘Maar tijdens mijn opleiding als danser heb ik ook wel meegekregen dat zweet erbij hoort. Je raakt gewend aan de geur van je medespelers.’

Zelf is hij trouw aan deodorant van Sanex, de zalmroze Dermo Protector, waar sowieso geen eucalyptus in zit, zoals dat bij veel deodorants voor mannen het geval is. ‘Van die geur ga ik over mijn nek.’ Ook Sutorius gebruikt graag één bepaald merk: Nuud, een natuurlijke deodorant die haar aangeraden is door een kostuumontwerper en die zweetgeuren neutraliseert.

Keoma Aidhen zweert ook al heel lang bij hetzelde merk: Therme Bali Flower. Die is vegan en dierproefvrij en ruikt zo lekker dat collega’s haar regelmatig complimenten geven. Aidhen: ‘Op het toneel is het mijn grootste angst om niet lekker te ruiken; ik wil graag collegiaal zijn en anderen niet afleiden. Dus voor een voorstelling probeer ik geen rauwe uien of knoflook te eten en neem regelmatig een smintje. Plus: ik douche twee keer per dag en spuit meermaals deo onder mijn oksels.’

L’essence de la danse

Danser en choreograaf Emio Greco, tevens directeur van gezelschap ICK Dans Amsterdam, gebruikt helemaal geen deodorant. Je natuurlijke geur stinkt niet echt, vindt hij. ‘En het zweet kun je zien als een vingerafdruk: iedereen heeft een eigen, onderscheidende geur.’

Voor Greco is zweten onderdeel van de danservaring: als hij tijdens een voorstelling niet transpireert, betekent het dat hij zich niet genoeg heeft ingespannen. Daarom vindt hij zweten eigenlijk nooit vervelend, al kan een natte vlek op de vloer reden zijn om even wat beter op te letten. ‘Maar als je samen performt, gaat je zweet op in het zweet van een ander en vorm je zo als het ware een gemeenschap.’

Waar Gavin-Viano, Sutorius en Aidhen na een voorstelling het liefst zo snel mogelijk onder de douche springen, doet Greco het rustig aan. ‘Douchen kan het proces van de dans onderbreken.’ Pas als hij voelt dat hij mentaal klaar is met de performance, wast hij zich.

Pieter C. Scholten, Greco’s collega en eveneens choreograaf en mededirecteur van ICK Dans Amsterdam, staat ook welwillend tegenover zweet. ‘Zweet betekent transformatie. Dat is waar we op uit zijn in ons werk: onze voorstellingen zijn als een soort trip waarin continu vernieuwing plaatsvindt.’

Zweet en kostuums kunnen transformatie aanjagen: ze veranderen het lichaam of de dans. Scholten pakt er een jurk bij die Greco droeg tijdens Rosso (1997), een van de voorstellingen uit hun beginjaren als choreografenduo. De jurk was ooit wit en soepel, maar het zweet heeft hem op een positieve manier getransformeerd. Scholten: ‘De jurk werd plakkerig en doorzichtig en ging steeds meer als een tweede huid om Emio’s lichaam heen zitten.’

Inmiddels zit de jurk vol met gele en donkerbruine vlekken, vooral onder de oksels, en is bovendien keihard.

Kostuumontwerper Clifford Portier, al van het begin af aan onderdeel van ICK Dans Amsterdam, legt uit hoe dit kan: ‘Dit kostuum is gemaakt van chiffonzijde en rubber. We konden het niet wassen, dus na een paar voorstellingen moest Emio een nieuwe aan.’ Een twinkeling verschijnt in zijn ogen. ‘De dans heeft een afdruk achtergelaten in het kostuum.’

Zweetliefhebbers

Scholten en Greco zijn zo enthousiast over zweet dat ze twee decennia geleden de geur van zeven dansers wilden vangen. Geurkunstenaar Maki Ueda destilleerde uit gedragen kostuums hun geuren en stopte die in kleine flesjes. Scholten: ‘Geur is ook beweging: het verstuift, vervliegt, slaat op je huid.’ Later ontwikkelden ze in samenwerking met de Italiaanse parfumier Alessandro Gualtieri ook het parfum You Para Diso via dezelfde methode. Het heeft een kruidige geur waar je misschien een zweem van zweet in kunt herkennen. ‘L’essence de la danse’, staat er op het flesje geschreven.

Portier staat er nooit bij stil hoe warm de kostuums zijn die hij maakt voor ICK – hij heeft de dansers weleens in mohair laten dansen, waardoor het zweet van hun lichaam gutste en de kostuums door de hitte en het vocht zelfs krompen.

Oliver Haller, hoofd kostuumafdeling van Het Nationale Ballet, heeft een totaal andere verhouding tot zweet. Elke dag weer voert hij een gevecht om het vocht uit de honderden kostuums van de dansers te krijgen.

Wodka op kleding

‘Wij hebben allerlei lapmiddelen,’ zegt hij, ‘zoals wodka op kleding spuiten. Het werkt vooral goed op natte transpiratie – als het zweet is opgedroogd heeft het geen nut meer.’ De alcohol zorgt ervoor dat een zweetvlek sneller opdroogt, het doodt bacteriën en gaat gele vlekken tegen. Belangrijk is wel dat het niet écht schoonmaakt. ‘We gebruiken het vooral tussen voorstellingen door omdat we niet alle kostuums elke dag kunnen wassen of stomen.’

Pure alcohol gebruiken zou ook kunnen, maar in Nederland is wettelijk vastgelegd dat in methanol altijd een kleurstof gemengd moet zijn, voor de herkenbaarheid. Haller: ‘Vandaar dat we wodka gebruiken, dat doorzichtig is, en dan kopen we gewoon het goedkoopste merk.’

Daarnaast hebben ze bij Het Nationale Ballet een speciaal apparaat dat ozonwater maakt. Dat is water waar extra zuurstofmoleculen aan toegevoegd zijn en dat bacteriën doodt. Haller: ‘Het is ontvettend en desinfecterend. Bovendien is het duurzaam: het apparaat kost maar 1.500 euro, gebruikt weinig stroom en je hebt geen wasmiddel nodig. Als de dansers klaar zijn, stoppen we hun kleding een paar minuten lang in bakken met ozonwater, waarna die er na een beetje schrobben schoon uitkomen.’ Zelfs kleding waar heel oud zweet op zit (denk aan stinkende sportkleding) verlaat zo’n zuurstofrijk bad fris.

Ozonkasten

Voor kleding die niet nat kan worden bestaat er weer iets anders: ozonkasten. Het principe is hetzelfde als ozonwater: extra zuurstof doodt bacteriën. De tutu’s waar stijfsel in zit dat niet nat mag worden, komen na drie kwartier compleet ontsmet uit zo’n kast.

Onlangs ontdekte Haller een nieuw lapmiddel. Een paar witte tutulijfjes zijn vergeeld geraakt door al het zweet. ‘Ik heb er eentje een nacht laten inweken in water, gemengd met baksoda en aspirines, en het kwam er door het zuur weer hagelwit uit! Ik dacht dat ik alle tutu’s moest weggooien, maar nu heb ik de hoop dat de rest van de veertig tutulijfjes weer net zo wit worden.’ Ze zullen binnenkort gebruikt worden in een grote productie, maar Haller wil niet zeggen welke, voor het geval het experiment toch mislukt.

Haller werkt al jaren met zweet, is hij er nog wel eens vies van? ‘Ja, zeker. Voor mij went de geur nooit. Maar dat is goed, dan wil ik er wat aan blijven doen om kostuums zo schoon mogelijk te krijgen.’

Moulin Rouge! De musical is t/m 31/10 te zien in het Beatrix Theater Utrecht.

Baby Blue is t/m 21/9 te zien bij Vis à Vis in Almere.

Yes-Girl is t/m 18/8 te zien bij De Parade in Amsterdam en Utrecht.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next