Home

Is discriminatie in de handel gelegaliseerd?

is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen.

Als een land een ander land lage of zelfs geen invoerheffingen gunt, moeten die heffingen ook gelden voor alle andere landen. Als de Verenigde Staten bepalen dat voor auto’s uit Japan een invoerheffing van 20 procent moet worden betaald, dan moet die ook gelden voor auto’s uit Europa of China.

Dat heet het non-discriminatieprincipe. Het werd in 1947 vastgelegd in de Algemene overeenkomst betreffende tarieven en handel (Gatt), nadat landen tot het besef waren gekomen dat de belemmering van de wereldhandel een van de oorzaken was geweest van de onvrede en de massawerkloosheid die leidden tot de Tweede Wereldoorlog. In de economieboekjes voor de babyboomers en generatie X wordt het keurig uitgelegd door Arnold Heertje, Jan Pen en Koos Andriessen.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

De overeenkomst werd getekend door 23 landen en zou in 1995 uiteindelijk uitmonden in de oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Daarvan zijn inmiddels 166 landen lid, waaronder China en Rusland. Ieder land mag importheffingen opleggen, maar dus wel volgens het principe van gelijke monniken, gelijke kappen.

Nu wordt daarmee gesjoemeld, er wordt zelfs tegen gezondigd. Maar de WTO heeft een geschillencommissie die bindende uitspraken kan doen en zelfs boetes kan opleggen. Die commissie werkt echter niet meer sinds de vorige regering van Donald Trump de benoemingen van de rechters ervoor blokkeert.

Het non-discriminatieprincipe is door de VS overboord gezet. De EU en Japan krijgen heffingen van 15 procent opgelegd. Voor Canada geldt een tarief van 35 procent, voor Zwitserland 39 procent en voor Brazilië zelfs 50 procent (vanwege de vervolging van Trumps vriend en oud-president Jair Bolsonaro). India heeft een heffing opgelegd gekregen van 25 procent, maar dat wordt verhoogd als het land niet stopt met de invoer van olie en gas uit Rusland. Voor Groot-Brittannië geldt een tarief van slechts 10 procent: de Britten hebben de eenzijdige handelsoorlog van Trump niet durven te veroordelen.

Het is een verdeel-en-heersbeleid (divide et impera), waarmee in de klassieke oudheid Griekse stadstaten tegen elkaar werden opgezet. Soms verhoogt Trump de tarieven, of schuift hij ze op de lange baan, of schaft hij ze weer af, afhankelijk van hoe leiders de president van de VS al dan niet willen gerieven.

En de wereld reageert volkomen lethargisch. Het is schrijnend dat bedrijven uit de EU de schatkist van Trump moeten spekken met een importheffing van 15 procent, terwijl de Amerikanen niets hoeven te betalen om in Europa producten te verkopen.

In plaats van dat de EU, Japan, India en Latijns-Amerika één front vormen om de Amerikanen tot de orde te roepen, laten ze zich door Trump tegen elkaar uitspelen. Als alle andere 165 WTO-landen een heffing van 100 procent leggen op Amerikaanse goederen en diensten en aankondigen hun dollartegoeden om te wisselen, dan is de president schaakmat gezet.

Een jaar nadat de Gatt werd gesloten kwam de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens tot stand, die discriminatie op grond van ras, religie, geslacht en politieke overtuiging verbood.

Het is een kwestie van tijd voordat Trump die ook aan zijn laars lapt. Non-discriminatie kan nu al geschrapt worden uit de economieboekjes.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next