Home

Marc Márquez: “Als coureur wil je dat je rivalen mentaal al verslagen zijn”

Ondanks zijn enorme voorsprong in het MotoGP-kampioenschap, weigert Marc Márquez te speculeren over het moment waarop hij de titel kan veiligstellen. “Als het moet, ga ik managen. Als ik kan winnen, dan doe ik dat.”

Marc Márquez sloot de eerste seizoenshelft af met vijf opeenvolgende dubbelzeges: hij won zowel de sprintraces als de Grands Prix in Aragón, Mugello, Assen, de Sachsenring en Brno. Daarmee heeft hij zich met een totaal van 381 punten stevig aan de leiding van het klassement genesteld, 120 punten meer dan zijn broer en naaste concurrent Alex Márquez.

Tot dusver won de Ducati-coureur acht van de twaalf GP’s, en liefst elf sprints. Enkel op Silverstone moest hij op zaterdag het onderspit delven. Dat resulteert in 66,6 procent zeges op zondag en 91,6 procent op zaterdag. Over alle 24 races die dit seizoen zijn verreden, won Márquez er 79,1 procent.

Geen enkele andere rijder wist dit seizoen meer dan één GP te winnen. Pecco Bagnaia zegevierde in Austin, Alex Márquez in Jerez, Johann Zarco in Le Mans en Marco Bezzecchi in Silverstone – het enige circuit waar Marc in 2025 geen enkele overwinning boekte. In Frankrijk pakte hij ondanks de nederlaag op zondag alsnog de meeste punten (32). Alleen in Austin, Jerez en Groot-Brittannië moest hij zijn meerdere erkennen in een van zijn rivalen.

Marc Márquez viert de overwinning voor rivalen Bezzecchi en Acosta op het podium.

Foto door: Ducati Corse

Op basis van deze cijfers is het overduidelijk dat Márquez al precies weet waar en wanneer hij wereldkampioen kan worden. Maar zelf houdt hij zich op de vlakte wanneer hij daarover wordt bevraagd. “Ik ga niet zeggen waar of wanneer ik het kampioenschap wil beslissen”, stelt hij. “Eerlijk gezegd start ik na de zomer met het idee dat ik de titel alleen nog kan verliezen. Dus als ik moet managen, zal ik dat doen. Maar als ik kan winnen, dan doe ik dat ook."

Márquez geeft de voorkeur aan duels op de baan boven dominante solo-overwinningen. Hij geniet van gevechten als die tegen Bezzecchi in de Duitse sprintrace of tegen Bezzecchi en Acosta in Brno. Het lijkt erop dat hij dat soort gevechten zelfs bewust opzoekt. “Toch wil ik, uit respect voor mijn rivalen – die allemaal snel zijn – geen uitspraken doen over superioriteit. In Brno zat ik niet comfortabel achter Bezzecchi. Vroeger kon je makkelijk volgen, maar met de huidige aerodynamica is het zeer lastig om achter iemand te rijden. Iedereen wil dus voorop rijden. Kijk naar Pecco, die Acosta niet voorbij kwam. Mij lukte het bij Bezzecchi omdat ik nog een halve seconde over had.”

“Als ik dit niveau kan vasthouden zonder met vuur te spelen, teken ik daarvoor. Als je gaat spelen, kun je je vingers branden”, voegt hij eraan toe.

Foto door: Dorna

De dominantie van Márquez dit seizoen overstijgt zelfs zijn beste jaren bij Honda. Zijn tegenstanders lijken soms al verslagen aan de start te verschijnen. “Dat is als coureur ook precies wat je wilt: dat je rivalen mentaal verslagen zijn voordat de race begint. Maar dat is erg moeilijk. Als sporter wil je vooral dat je tegenstander steeds meer respect voor je krijgt. Geen angst, maar respect. En dat verdien je niet met woorden, maar op de baan – tijdens trainingen en races – door er altijd te staan.”

Volgens velen is Márquez rustiger geworden, een verandering die mogelijk voortkomt uit de zware blessure die hij eerder opliep. “Ik ben nu inderdaad wat kalmer. Ik denk iets meer na – een klein beetje, hè!” zegt hij met een lach. “Natuurlijk verandert er veel tussen je twintigste en je dertigste. Maar als je meemaakt wat ik heb meegemaakt, ga je meer nadenken voordat je impulsief handelt, zeker op de baan.”

Source: Motorsport

Previous

Next