Terrorisme Om defensie-investeringen te betalen wordt bezuinigd op bestrijding van terrorisme, ziet Peter Knoope. Maar tegen groepen als Hamas werkt reguliere defensie niet.
Foto Hugh Kinsella Cunningham/Getty Images
De afgelopen dagen wordt het Nederlandse nieuws gedomineerd door de situatie in Gaza en de reactie daarop van de Nederlandse regering. De minister van Buitenlandse Zaken bevestigt nogmaals dat het voor de regering van groot belang is dat Hamas bestreden wordt. „Er is geen plaats voor Hamas in de toekomst”, aldus een recente Kamerbrief.
Peter Knoope is voormalig directeur van het International Centre for Counter-Terrorism in Den Haag.
Dat standpunt is uiteraard niet nieuw. Er bestaat internationale consensus over het belang van bestrijding van terrorisme en radicalisering. Datzelfde standpunt is onlangs door Nederland nogmaals uitdrukkelijk naar voren gebracht bij een bezoek van de Indiase minister van buitenlandse zaken na de afschuwelijke aanslag in Kasjmir. De aanslagen van 7 oktober, nu bijna twee jaar geleden, en die in Kasjmir op 22 april, maar ook de aanslag op een kerk in Congo door ADF in juli of de ontvoering van drie Indiase burgers in Mali deze maand door een aan Al-Qaida gelieerde groep, tonen aan dat de strijd tegen terrorisme allerminst gestreden is. Bovendien worden terroristische daden steeds vaker gesponsord door overheden. De verbindingen tussen Hezbollah en Iran zijn bekend, net als die tussen terroristische organisaties in Pakistan en het leger van dat land. Het verschil tussen terrorisme en geweld door een staat wordt steeds diffuser.
Nu blijkt echter dat de Nederlandse regering minder geld uit wil trekken voor het bestrijden van terrorisme. Die bezuinigingen zijn onder andere nodig om te kunnen investeren in onze defensie. De wereld is er immers niet veiliger op geworden. Aan de oostgrens van de Europese Unie woedt al drie jaar een oorlog. Het beleid van de Nederlandse overheid is er op gericht om Nederland veiliger te maken door meer te investeren in manschappen, wapens, onderzeeërs en gevechtsvliegtuigen. Maar daarvoor moet er dus worden bezuinigd op terrorismebestrijding.
De onderbouwing van deze keuze is niet overtuigend. Het huidige conflict in Gaza had immers voorkomen kunnen worden door een adequate vorm van terrorismebestrijding. De schermutselingen tussen de kernmachten Pakistan en India, in mei dit jaar, en de moord op zeventig kerkgangers in Congo hadden enkel voorkomen kunnen worden via adequate terrorismebestrijding. Om de gestage uitbreiding van Al-Qaida en IS in Afrika te stoppen, zijn adequate investeringen in terrorismebestrijding noodzakelijk.
We moeten geldstromen in de richting van terroristen in kaart brengen en afstoppen, het verzamelen en delen van inlichtingen verbeteren, rekrutering door terroristische organisaties begrijpen en bestrijden, illegale wapenhandel in kaart brengen en stoppen, en we moeten proberen te begrijpen wat de aantrekkingskracht is van deze organisaties en iets doen aan de zogenoemde ‘grondoorzaken’.
Met dat soort werk is inmiddels ruimschoots ervaring opgedaan. Met vallen en opstaan hebben we kennis en expertise opgebouwd. Daaruit valt op zijn minst op te maken dat het stoppen met terrorismebestrijding geen bijdrage levert aan het verhogen van onze veiligheid. Integendeel. Gezien de nog steeds groeiende dreiging van terrorisme vanuit verschillende delen van de wereld zullen we, naast investeringen in defensie, ook geld moeten blijven steken in het voorkomen van terrorisme. Als we menen dat er ‘geen plek is voor Hamas in de toekomst’, dan moeten we ons ook blijven inspannen om dergelijke terroristische organisaties effectief te bestrijden.
Source: NRC