Oorlog in Soedan Soedan is de grootste humanitaire ramp van dit moment en vredesbesprekingen mislukken steeds, de laatste keer afgelopen week. „Geen enkele bemiddelingspoging heeft oog voor de volledige, complexe werkelijkheid.”
Een soldaat van het SAF-regeringsleger loopt over een brug die vroeger de stad Omdurman verbond met de Soedanese hoofdstad Khartoem. Foto Giles Clarke
In de Soedanese hoofdstad Khartoem was oorlog lange tijd vaste achtergrondruis. Tot de week van 15 april 2023, toen de machtsstrijd tussen de paramilitaire Rapid Support Forces (RSF) van generaal Hemedti en het regeringsleger (SAF) van president Abdel Fattah Burhan plots uitmondde in een open oorlog. Het geknetter van geweervuur en het gebulder van artillerie hield dag en nacht aan.
Drie keer vielen de gevechten even stil: toen Egypte zijn militairen evacueerde, de Amerikanen hun ambassadepersoneel ophaalden en VN-medewerkers per konvooi vertrokken. In alle gevallen had Washington beide partijen gemaand: stop het vuren.
Sindsdien gaat het vechten onverminderd door. Waarom blijft het conflict in Soedan voortduren?
Afgelopen week hoopten de VS de belangrijkste buitenlandse partijen die bij het conflict in Soedan betrokken zijn – Saoedi-Arabië, Egypte en de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) – in Washington rond de tafel krijgen, zonder aanwezigheid van de Soedanese strijdende partijen zelf. Maar nog voor de gesprekken begonnen, liep het initiatief stuk vanwege wrijvingen tussen Egypte, dat de SAF steunt, en de VAE die achter de RSF staan.
Een voorstel van de Emiraten om beide partijen uit te sluiten van een toekomstige transitieregering, stuitte op Egyptisch verzet. De VS ging bovendien niet in op Caïro’s verzoek om de Soedanese regering te laten meepraten.
Volgens Roger Mac Ginty, hoogleraar internationale betrekkingen aan Durham University, tonen zulke impasses hoe kwetsbaar het vredesproces is. „Tegenwoordig overheerst de realpolitik: grootmachten jagen hun eigenbelang na.”
Een paar dagen voor de vredesbesprekingen riep de RSF bovendien hun eigen regering uit: een zet die de diplomatie verder bemoeilijkt. Vanwege de onenigheid zijn de besprekingen uitgesteld tot midden september.
Sinds 2023 zijn er meerdere vredesonderhandelingen over Soedan gevoerd: in Djeddah en Djibouti, Genève en Londen. Maar nog altijd zit het proces muurvast. Bemiddelaars uit Egypte, de Emiraten, Saoedi-Arabië, de VS, van de Afrikaanse Unie, de VN en de Oost-Afrikaanse landenorganisatie IGAD kregen het niet in beweging. De enige keer dat de strijdende partijen zelf aanschoven, was in mei 2023. Onder druk van Washington ondertekenden ze een verklaring om burgers te beschermen, maar gesprekken over een staakt-het-vuren liepen op niets uit.
Vanwege wederzijdse afkeer bleek het de afgelopen twee jaar onmogelijk om beide partijen aan tafel te krijgen. Internationale bemiddelaars kozen bewust voor indirecte diplomatie uit vrees dat formele erkenning van de ene partij de legitimiteit van de andere zou ondermijnen. Ook bleek de geopolitieke agenda van betrokken landen een oplossing in de weg te zitten.
De oorlog in Soedan is allang geen louter interne aangelegenheid meer. Egypte en inmiddels ook Saoedi-Arabië steunen het regeringsleger SAF, terwijl de paramilitaire RSF militaire en financiële steun ontvangt van de Emiraten. Niet alleen wordt dat complexe krachtenveld nog steeds onderschat, zegt Mai Hassan, politicoloog aan het Massachusetts Institute of Technology, geopolitieke en strategische overwegingen overschaduwen de gesprekken. „Er ontbreekt een krachtig, gezamenlijk front. Vooral de Golfstaten weigeren een voortrekkersrol te vervullen.”
Politicoloog Kholood Khair, directeur van denktank Confluence Advisory, ziet weinig bereidheid om echt op te treden. Ze wijst op de gevechtspauzes in 2023. „Sindsdien heeft niemand, noch de VS noch een andere speler, dat niveau van druk nog toegepast. De SAF en RSF nemen de wereld al lang niet meer serieus.”
Volgens Khair mislukt elke bemiddelingspoging omdat geen enkele partij écht heeft begrepen hoe gelaagd het conflict is. Ook binnen de landsgrenzen is het strijdtoneel versnipperd en onoverzichtelijk. Soedan telt tientallen gewapende groepen met elk hun eigen belangen, die buiten het blikveld van de vredesprocessen vallen. „Het vormen van een militie is een overlevingsstrategie geworden in een staat die volledig is ingestort”, zegt Khair, die het land inmiddels is ontvlucht. „Geen enkele bemiddelingspoging heeft oog voor deze volledige, complexe werkelijkheid. Ook diepere oorzaken als etnische spanningen blijven vrijwel onbesproken. Dat is waarom tot nu toe niets heeft gewerkt.”
Wat er op het eerste gezicht uitziet als een strijd tussen twee generaals, is in werkelijkheid een geopolitiek schaakspel waarin buurlanden en Golfstaten een hand hebben. Zo verkiest Egypte de SAF boven de RSF als voormalige militie om de controle over de Nijl te behouden, cruciaal in het voortdurende waterconflict met Ethiopië. Daarnaast zijn er diepe historische banden tussen het Soedanese en Egyptische leger. Saoedi-Arabië, dat aanvankelijk neutraal was, kiest inmiddels de kant van het regeringsleger vanwege Soedans strategische ligging aan de Rode Zee. De Emiraten, die hun steun aan de RSF ondanks VN-rapporten blijven ontkennen, hebben strategische belangen in Soedan, onder andere via goudsmokkel. „Controle over Soedan geldt als de ‘poort’ naar de Hoorn van Afrika en de Sahel”, zegt expert Mac Ginty.
Dat regionale machten een stem willen in de toekomstige machtsverhoudingen in Soedan is niet verrassend. Voor Golfstaten is Soedans vruchtbare grond van belang. De Emiraten kopen er landbouwgrond uit zorgen over voedselzekerheid. Daarnaast ligt het land op het snijvlak van de Arabische wereld en Sub-Sahara-Afrika, is het rijk aan grondstoffen en politiek zwak en dus gevoelig voor inmenging van buitenaf. Soedan heeft een van grootste veestapels ter wereld. Daarnaast produceert het land 70 procent van de Arabische gom - essentieel voor voeding en medicijnen - en is het de derde grootste goudproducent van Afrika.
Terwijl de internationale gemeenschap blijft hameren op een politieke oplossing in Soedan, lijkt de oorlog zich juist te verbreden. Het regeringsleger en de RSF - gesteund door een netwerk van buitenlandse geldschieters - graven zich militair en politiek dieper in en zorgen daardoor voor een patstelling. Veel Afrikaanse conflicten eindigen pas als strijdende partijen uitgeput raken, zegt politicoloog Mai Hassan. „Geen geld meer, geen wapens, geen steun, dan pas komt men aan tafel. Maar in dit geval houden buitenlandse donoren hen overeind. Ze voelen die druk niet.”
In het verleden kwamen vredesakkoorden in Soedan tot stand via onderhandelingen tussen gewapende groepen. Maar zelfs als bemiddelaars erin slagen president Burhan en generaal Hemedti aan tafel te krijgen, blijft een misvormd vredesmodel zich herhalen, zegt Hassan. „Je brengt ze samen, verdeelt de macht en noemt het vrede. Maar dat lost niets op. In feite wordt geweld beloond en toekomstige rebellie aangemoedigd: wie lang genoeg vecht, krijgt een plek aan tafel.”
Het Corinthia Hotel in Omdurman. Foto Giles Clarke
De inkt van het vredesakkoord tussen Congo en Rwanda was in juni nauwelijks droog of de Afrika-gezant van de VS, Massad Boulos, richtte zijn vizier op een nieuw front. Ditmaal op Soedan, met ruim honderdduizend doden en miljoenen ontheemden door de VN omschreven als „de grootste humanitaire ramp van deze tijd”. Want, zo zei hij in een interview met het maandblad The Africa Report: „President Trump is een man van vrede.”
Eerdere vredespogingen onder Biden liepen stuk en Trump wil slagen waar zijn voorganger faalde. De Amerikaanse betrokkenheid in Soedan draait minder om doordacht beleid dan om prestige. Want wat als daadkracht wordt gepresenteerd, is volgens politicoloog Kholood Khair vooral een schijnvertoning. Ondanks het geringe succes was het buitenlandbeleid onder Biden gebaseerd op een goed functionerende diplomatieke dienst, zegt Khair. „Washington beschikte over institutioneel geheugen: mensen met diepgewortelde expertise. Wat ontbrak, was betrokkenheid op hoog niveau.”
De afgelopen maanden noemt de Amerikaanse president Soedan steeds nadrukkelijker en Boulos profileert zich als het gezicht van het nieuwe Soedanbeleid. Maar van institutionele slagkracht is nauwelijks sprake. De mislukte top in Washington is volgens Khair daarvoor illustratief. „Kennis van zaken over de materie is sinds de Amerikaanse regeringswissel helemaal verdwenen. Het USAID-team is ontmanteld en de aparte Soedan-afdeling is opgeheven en ondergebracht bij het bredere Oost-Afrika-kantoor. Er is geen functionerend systeem om het Soedanbeleid daadwerkelijk vorm te geven. De VS zijn er simpelweg niet klaar voor.”
Bovendien kreeg de Amerikaanse diplomatie onder Trump een uitgesproken opportunistisch karakter. Ook hier ziet Johan Brosché, professor vrede- en conflictstudies aan Uppsala University, vooral economische motieven. „Die onderhandelingen draaien niet om vrede, maar om grondstoffen en deals.”
De RSF kondigde in maart aan een parallelle regering te willen oprichten, maar deed dat pas vorige week officieel. Soedan is in de praktijk al opgedeeld: Hemedti’s militie beheerst grofweg 40 procent van het grondgebied, vooral in het westen, zuidwesten en langs de grens met Libië. Het regeringsleger is vooral in het midden en oosten, rond Port Sudan, aan de macht. Beide kampen hebben hun eigen economische systemen en instellingen. Ook het buitenlands beleid verschilt. Terwijl de SAF zich richt op Arabische bondgenoten als Egypte en Saoedi-Arabië, zoekt de RSF steun bij Afrikaanse landen als Tsjaad, Oeganda en Zuid-Soedan.
De stap van de RSF om een eigen regering op te richten, lijkt vooral bedoeld om de positie aan de onderhandelingstafel te versterken en greep te krijgen op humanitaire hulp. Ook vergemakkelijkt het mogelijk de aanschaf van zwaardere wapens, zoals gevechtsvliegtuigen. Door zich te presenteren als bestuurlijke entiteit, willen ze erkend worden als legitieme gesprekspartner. Khair: „Niet als militie of gewapende groep, maar als volwaardige regering, gelijkwaardig aan het Soedanese regeringsleger. Als politieke actor met een eigen visie.”
De RSF volgt met meer dan gewone belangstelling hoe militieleider Khalifa Haftar in buurland Libië de diplomatie bespeelt. Zijn parallelle regering geniet geen formele erkenning, maar weet wél internationale spelers als gezant Boulos aan tafel te krijgen, simpelweg omdat hij niet te negeren is. „De RSF hoeft geen zetel bij de VN”, zegt Khair. „Formele erkenning is niet hun doel, wél legitimiteit als politieke en veiligheidsactor.”
Volgens expert Mac Ginty raakt het conflict aan de kernvraag of de Soedanese staat ooit kan functioneren. „Het land is sinds de onafhankelijkheid [in 1956] nooit inclusief verdeeld langs etnische, regionale en politieke lijnen. Soedan is een koloniale erfenis: een kunstmatige constructie die machtsstrijd in de hand werkt. Het huidige geweld past in dat patroon.”
Source: NRC