Jan Driessen won vorig jaar olympisch goud met de Nederlandse 3x3-basketballers. Zijn zus Noor pakte in juni de wereldtitel met de Nederlandse vrouwen. Welke impact heeft het succes op hun verstandhouding?
Hoewel het deze ochtend allesbehalve koud is in het Velodrome in Amsterdam, staat het kippenvel op de armen van Jan Driessen. Op het middenterrein van de indoor wielerbaan waar een basketbalveld ligt en de Nederlandse 3x3-basketballers trainen, gaat hij in gedachten terug naar precies een jaar geleden: de even onverwachte als historische gouden olympische medaille in Parijs.
Op een broeierige avond op Place de la Concorde zette Driessen met zijn teamgenoten Worthy de Jong, Dimeo van der Horst en Arvin Slagter de relatief kleine sport in één klap op de kaart in Nederland door thuisland Frankrijk in een bloedstollende finale te verslaan. Overal waar hij tegenwoordig komt wordt hij steevast aangeduid als de ‘olympisch kampioen’.
Gevraagd naar de mooiste herinnering aan die gedenkwaardige avond, noemt de 28-jarige basketballer het moment dat hij het feest kon vieren met zijn naasten op de tribune, een paar minuten na het behalen van de gouden plak. Totaal door het dolle heen. Springen en schreeuwen. Vol ongeloof. Ze waren speciaal voor hem naar Parijs afgereisd: zijn vrienden, vader Rick, moeder Marian, broer Tom en zus Noor.
Laatstgenoemde zit deze ochtend tegenover haar drie jaar oudere broer aan een tafel in het Velodrome, terwijl op de achtergrond spelers en speelsters van het Nederlandse 3x3-team binnendruppelen. ‘Ik weet nog dat ik dacht: stort deze tribune dadelijk niet in? Iedereen ging helemaal los’, zegt de 25-jarige Noor.
Ruim een maand geleden waren de rollen omgedraaid. Jan is niet de enige in de familie die gezegend is met basketbaltalent. Hij zat in Mongolië op de tribune toen Noor, het afgelopen jaar de beste speelster ter wereld, met het Nederlandse vrouwenteam voor het eerst de wereldtitel veroverde. Jan: ‘Ik had veel meer spanning in mijn lijf dan tijdens de olympische finale. Het was echt geweldig.’
Jan en Noor groeiden op in een echte basketbalfamilie in Noordwijk. Vader Rick speelde bij Voorburg op het hoogste niveau van Nederland en was later coach van zijn zoon en dochter. Moeder Marian was lid bij MSV Noordwijk, waar de twee elkaar leerden kennen. Het was ook de plek waar Jan en Noor elk weekend waren te vinden.
Noor: ‘We kwamen van kleins af aan in de sporthal. Toen we eenmaal oud genoeg waren, was het vanzelfsprekend dat we lid werden bij MSV Noordwijk. Op zaterdag speelden we zelf en op zondag gingen we bij het eerste team kijken. Het was het hoogtepunt van de week.’ En Jan: ‘Ik heb als kind nooit van een professionele carrière gedroomd, omdat ik dacht dat het niet mogelijk was in Nederland. Ik vond basketbal gewoon heel leuk.’
Thuis gingen ze vrolijk verder, al lieten hun ouders hen vrij om te doen wat ze wilden. Zij vonden het vooral belangrijk dat hun kinderen iets deden waar ze plezier uit haalden. ‘De meeste tijd heb ik met Tom op het basketbalveldje achter ons huis doorgebracht’, zegt Jan over zijn broer, die op zijn 20ste stopte met basketbal en binnenkort hoopt te promoveren aan de Technische Universiteit Delft.
Noor hobbelde er als kleine zus een beetje achteraan. Ze speelde een paar jaar voor MSV Noordwijk en vertrok toen naar Grasshoppers in Katwijk om op het hoogste nationale niveau te spelen. Jan kwam via ZZ Leiden in de Nederlandse top van het reguliere basketbal (5 tegen 5) terecht, maar deed na drie seizoenen in het eerste team een stap terug. Hij gaf de voorkeur aan zijn studie klinische technologie aan de Universiteit in Delft.
Tegenwoordig is het Velodrome in Amsterdam de plek waar ze het meest te vinden zijn, al combineert Noor 3x3-basketbal met het reguliere basketbal. De internationale 3x3-kalender van de vrouwen is minder vol dan die van de mannen. Jan maakte een paar jaar geleden definitief de overstap naar de snellere en explosievere variant waarbij op een half veld en op één basket wordt gespeeld. Hij vindt het niet alleen leuker, maar kan er, evenals zijn zus, ook van leven.
Nederland begon als een van de eerste landen met investeren in 3x3-basketbal, dat ontstond op de pleintjes in de Verenigde Staten. Al voordat de sport in 2010 officieel door de internationale basketbalfederatie werd erkend, werden vanuit verschillende initiatieven 3x3-toernooien in Nederland georganiseerd. In 2016 volgde het eerste internationale succes: brons op het EK. Daarna kreeg de sport met de komst van Stichting 3X3 Unites en de start van een fulltime topsportprogramma in 2018, opgezet door de Nederlandse Basketball Bond, een enorme boost.
De fraaie trainingslocatie op het middenterrein van de indoor wielerbaan is de tastbare belichaming van die aanpak. Naast een basketbalveld met meerdere baskets staan er fitnessapparaten voor de krachttraining. Verder lopen er naast de coaches ook een fysiotherapeut en diëtist rond. Jan: ‘Als je ergens in investeert, betaalt zich dat uit.’
Hij weet dat landen als de Verenigde Staten en Frankrijk, grootmachten in het basketbal, meer talent voortbrengen en een grotere vijver hebben om uit te vissen. ‘Maar de Amerikaanse 3x3-basketballers komen bij wijze van spreken twee dagen voor een toernooi bij elkaar om te trainen. Dan ga je niet zomaar van ons winnen, als wij hier elke dag bezig zijn om beter te worden.’
Bovendien, voegt Noor toe, heb je voor 3x3-basketbal minder goede spelers nodig, gemeten in absolute aantallen. Dat is gunstig voor een relatief klein basketballand als Nederland. Bij de 3x3-variant bestaat een team uit vier spelers, terwijl een reguliere basketbalploeg vaak twaalf spelers heeft. ‘Als de nummer zes, zeven en acht zwakker zijn, heeft dat veel impact.’
De broer en zus zien elkaar vaak. Voor het interview arriveren ze samen op de fiets bij het Velodrome. De weg vanaf hun flatgebouw in Amsterdam-West, waar meerdere 3x3-internationals wonen, leggen ze geregeld met z’n tweeën af. Ze hebben er allebei een eigen studio. Topsporters die studeren krijgen hier voorrang op woonruimte, al is Jan gestopt met zijn master. Te druk met basketbal.
Noor is bezig met haar master bewegingswetenschappen. ‘Ik vind het fijn om iets naast het basketbal te hebben en op een andere manier uitgedaagd te worden’, zegt ze, terwijl Jan instemmend knikt. Hij is van plan zijn master nog af te maken, maar met meer dan twintig toernooien per jaar in onder meer Hong Kong, Abu Dhabi en Shanghai is dat momenteel lastig.
Als het kan, zoeken ze elkaar op. Ook aan de andere kant van de wereld, zoals het tijdens het WK in Mongolië eind juni. Nadat de vrouwen de eerste twee groepswedstrijden hadden verloren, kon Noor wel wat opbeurende woorden van haar broer gebruiken. ‘Het is heel fijn om op zulke momenten met iemand te praten die jou door en door kent.’
Andersom geldt precies hetzelfde, meent Jan, die op het WK met het Nederlands team al in de achtste finales werd uitgeschakeld. ‘Als broer en zus begrijp je elkaar beter dan een ander en zeg je bepaalde dingen net wat makkelijker tegen elkaar. Als ik een keer over mijn coach wil zeiken, doe ik dat het liefst bij Noor. Ook al heb ik eigenlijk geen gelijk. Ze laat mij gewoon even gaan.’
Hoewel de broer en zus qua karakter veel op elkaar lijken, verschillen ze nogal van elkaar op het veld. Jan zegt over zijn 1,84 meter lange zus: ‘Noor is super creatief. Ze krijgt het vaakst de bal en maakt over het algemeen de meeste punten. Ze is de blikvanger van de ploeg.’
Zelf vertolkt hij als de beste verdediger van het team een heel andere rol. Met zijn 2,02 meter is het zijn voornaamste taak om de gevaarlijkste speler van de tegenstander af te stoppen, al benadrukt hij dat de taakverdeling bij 3x3 veel meer fluïde is dan bij het reguliere basketbal. ‘Je moet veel meer allround zijn.’ Noor: ‘Jan heeft misschien iets minder de bal, maar is de motor van het team.’
Dat was ook zo in Parijs. Een jaar later wordt hij nog altijd vaak aan dat moment herinnerd. Zodra hij ergens komt, gaat het gesprek al gauw over de Spelen. ‘Mijn leven is niet veranderd. Ik heb dezelfde vrienden en doe wat ik wil. Maar het lijkt wel alsof heel Nederland die finale heeft gezien en iedereen heeft meegeleefd. Ik vind het nog steeds heel leuk om over te praten. Het was zo’n bijzonder moment.’
De olympische titel werkte ook inspirerend op Noor, die de Spelen van Parijs met de Nederlandse vrouwen misliep. Dit wil ik ook, dacht ze toen ze vanaf de tribune zag hoe haar broer voor het oog van de wereld de gouden medaille omgehangen kreeg. Ze heeft de Spelen van Los Angeles in 2028 al met rood omcirkeld.
Ondertussen merkt ze dat de aandacht voor de relatief nieuwe sport groeit. Tot een jaar geleden gaf ze nooit een dubbelinterview met haar broer, om maar wat te noemen. En als ze in haar trainingspak van het Nederlands team op het vliegveld de vraag krijgt welke sport ze doet, hoeft ze tegenwoordig niet meer uit te leggen wat 3x3-basketbal is.
Zodra ze bij hun ouders in Noordwijk op bezoek zijn, is alles nog als vanouds. Nee, veel woorden worden er niet vuil gemaakt aan het feit dat er een olympisch kampioen en wereldkampioen aan tafel zitten. Nuchter blijven. Niet te gek doen. Hooguit maakt hun oudere broer Tom een flauwe grap. Noor: ‘Wees mij maar dankbaar. Ik heb jullie leren basketballen, zegt hij dan.’
Om nog maar te zwijgen over het antwoord op de vraag welke prominente plek hun gouden medailles gekregen hebben. Noor, lachend: ‘Ik weet eerlijk gezegd niet waar die ligt. Ik hecht meer waarde aan foto’s als aandenken. Als ik de medaille zie, denk ik niet: my god, ik ben wereldkampioen.’
En Jan: ‘Mijn medaille ligt in een doos onder in de kast met een laag stof erop. Ik pak haar eigenlijk alleen als iemand op bezoek is en haar wil zien. Ik ben er heel trots op, maar het past niet bij mij om de medaille pontificaal in mijn woonkamer op te hangen. Soms denk ik weleens: ik heb die gouden medaille nu en het enige wat ik ermee kan doen, is haar kwijtraken.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant