Voor de Noord-Amerikaanse kust zijn de afgelopen tien jaar massaal zeesterren gestorven. De uitbraak wordt gezien als de grootste mariene epidemie in het wild die ooit is vastgelegd. Nu is eindelijk de verwekker van de dodelijke ziekte ontdekt: een bacterie.
Hanneke de Klerck is wetenschapsredacteur van de Volkskrant.
Ruim tien jaar nadat zeesterren voor de Noord-Amerikaanse kust massaal bezweken aan een ziekte die nog steeds slachtoffers maakt, hebben onderzoekers ontdekt wat de verwekker is: een stam van de bacterie Vibrio pectenicida.
Uitbraken van de sea star wasting disease (slopende zeesterrenziekte), waren er al vaker, maar de sterfte onder meer dan twintig soorten zeesterren, die in 2013 begon, was extreem hoog. Langs de hele Noord-Amerikaanse kust, van Californië tot Alaska, gingen zeesterren dood. Van de zonnebloemster (Pycnopodia helianthoides) verdween sinds 2013 meer dan 90 procent van de populatie. De uitbraak van de ziekte wordt gezien als de grootste mariene epidemie in het wild die ooit is vastgelegd.
De zonnebloemster, die 65 centimeter tot wel 1 meter in doorsnee kan worden en die 16 tot 24 armen heeft, staat inmiddels op de Rode Lijst van ernstig bedreigde dieren die de Internationale Unie voor Natuurbescherming bijhoudt. De massale sterfte veroorzaakte indirect ook het verdwijnen van kelpwouden, onderwaterbossen van zeewier, voor de kust.
Zonnebloemsterren jagen op zee-egels, die op hun beurt leven van zeewier. Omdat het aantal zee-egels niet meer in toom werd gehouden, verdween ook 80 procent van de kelpwouden en daarmee de organismen die daarin leven. Kelpwouden zijn daarnaast belangrijk omdat ze CO2 opnemen, het gas dat bijdraagt aan de opwarming van de aarde.
De grote uitbraak is inmiddels voorbij, maar nog steeds zijn er omvangrijke gebieden voor de kust waar de ziekte slachtoffers maakt. Zieke zeesterren ‘smelten’ binnen twee weken tot een soort papje. Vaak raken getroffen dieren voor die tijd vervormd en verliezen ze armen, maar dat is iets dat ook kan gebeuren bij andere ziekten of stressfactoren, bijvoorbeeld een stijging van de watertemperatuur.
Het duurde vier jaar voor de Amerikaanse en Canadese wetenschappers, die hun onderzoek maandag publiceerden in Nature Ecology & Evolution, de oorzaak van de ziekte vonden. Daarbij keken ze naar verschillende ziekteverwekkers, ook virussen, voordat duidelijk was dat een bacterie de boosdoener is.
Katja Peijnenburg, mariene bioloog bij Naturalis en niet betrokken bij deze studie, noemt het een gedegen onderzoek en een solide artikel. ‘Het is positief om de oorzaak te weten, maar hiermee hebben we de ziekte nog niet onder controle en wat de vervolgstap moet zijn is niet duidelijk. Daar hebben de auteurs het ook niet over.’
In een reactie op het onderzoek, die Nature erbij publiceert, schrijft de Amerikaanse ecoloog Kevin Lafferty dat nu eerst uitgezocht moet worden waar de besmetting vandaan komt. Komt die uit schaaldieren die de bacterie vaak bij zich dragen en door zeesterren worden gegeten? Of is de ziekteverwekker besmettelijker geworden en wordt die inmiddels doorgegeven van de ene zeester naar de andere?
Wat de ontdekking wel mogelijk maakt, is zeesterren testen op de bacterie. Daardoor zou je gezonde exemplaren kunnen opkweken in aquaria en ze mogelijk kunnen selecteren op hun weerstand tegen de ziekte voordat je ze uitzet, suggereert Lafferty.
Luister hieronder naar onze wetenschapspodcast Ondertussen in de kosmos. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Alles over wetenschap vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant